Agia Triada & 12e eeuwse kerkjes

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Agia Triada 37°38'04.9"N 22°48'10.2"E (kerk gewijd aan ontslaping van Maria)

 

12e-eeuwse Byzantijnse kerkjes en het Grieks-orthodoxe geloof

Agia Triáda, een klein boerendorpje vernoemd naar de heilige drie-eenheid, ligt ongeveer 8 km ten noorden van Nafplion. Als je vanaf Nafplion bij Tiryns de afslag naar Korinthos en Athene neemt, kom je eerst door Argoliko en direct daarna ligt Agia Triada. Het dorpje ligt iets hoger dan de vlakte van Argos, waardoor je een mooi uitzicht hebt. Alleen Midea en Dendra, ten noordwesten van Agia Triada, liggen nog iets hoger.

Tot ver in de vorige eeuw heette Agia Triada nog Merbaka. Volgens een aantal reisboeken zou dit een verbastering zijn van de naam van Willem van Moerbeke, een geestelijke die meetrok met de kruisridders en zich hier in 1277 gevestigd zou hebben. De Panagia-kerk (Onze-Lieve-Vrouwekerk), gewijd aan de ontslaping van Maria, in Agia Triada zou door hem gebouwd zijn. In ‘Scholte’s Griekenland’ valt te lezen dat Willem van Moerbeke zelf het kerkje versierd heeft met wit marmeren reliëfs van een antieke tempel in de buurt. De Vlaams sprekende monnik van de Orde der Dominicanen, die nog met Thomas van Aquino gestudeerd en gecorrespondeerd had, functioneerde in het dagelijks leven als biechtvader van de Frankische Heren van Corinthe en bracht, na zijn pensionering, de laatste jaren van zijn leven door in dit dorp.

 

Rond 1970 werd de naam veranderd in Agia Triada, omdat de burgemeester dacht dat Merbaka de naam van een of andere Turkse Pasja was. Nederland schijnt tegen de naamswijziging te hebben geprotesteerd, zonder succes.

Daniël Koster verwijst in zijn ‘Athene en de Peloponnesus’ deze geschiedenis naar het rijk der fabelen, met als argument dat het kerkje dateert van eind 12e eeuw. Willem van Moerbeke werd in 1278 benoemd tot aartsbisschop van Corinthe, dus ver voordat de man voet op Griekse bodem zette, stond het kerkje er al. Daar komt bij dat het zeer onwaarschijnlijk is dat een Rooms-Katholieke bisschop uit Corinthe de laatste jaren van zijn leven zou doorbrengen op het platteland van de Peloponnesus.

Aan de andere kant heeft Guy Sanders (van de American School of Classical Studies in Athene) onlangs een essay gepubliceerd waarin gesteld wordt dat het kerkje wel degelijk te maken kan hebben met Willem van Moerbeke, omdat het niet in de 12e eeuw gebouwd zou zijn, maar in het laatste kwart van de 13e. Hij onderbouwt dit met verschillende argumenten. Zo zijn er munten gevonden onder het puin dat onder de kerkvloer lag, die niet voor 1232 geslagen kunnen zijn. Dat puin kan afkomstig zijn van de aardbeving die plaatsvond in 1267 of 1268. Willem kan dus toch de opdracht gegeven hebben tot wederopbouw. Ook het ijzeren vlechtwerk en de aardewerk schalen die gebruikt zijn in de bouw dateren uit de tweede helft van de 13e eeuw.

Wetenschappers zoals (bouwkundig) historici en archeologen zijn het er dus niet over eens, maar het is en blijft een bijzonder kerkje, waarbij bouwkundige elementen gebruikt zijn die oorspronkelijk een ander doel dienden.

 

Waar geen onduidelijkheid over bestaat, is dat het dichtbijgelegen Heraion van Argos als steengroeve is gebruikt bij de bouw van drie kerkjes in de directe omgeving van Agia Triada. Vanaf de weg van Nafplion staat, bij een begraafplaats vlak voor het dorpje, het kerkje waarover ik het hierboven had, waar je duidelijk elementen uit de oudheid in kunt herkennen.

Het is goed te zien dat de Byzantijnse aannemer is gaan bouwen op het stylobaat (verhoogde vloer) van een tempel. In de muren van deze kruiskoepelkerk (kerk in de vorm van een kruis, met een koepel in het midden van het kruis) zijn twee grafstèles (stenen reliëfs) verwerkt, die uit de klassieke periode (450-330 v.Chr.) stammen. In de achtkantige koepel is aan de binnenzijde Christus Pantokrator (‘Heerser over het alles’) afgebeeld.

Ook zijn in dit kerkje fresco's uit de 17e eeuw te zien. Het kerkje is - vanwege de kunstschatten - meestal gesloten. Maar met een beetje goede wil lukt het, zoals bij mij, in Agia Triada iemand te vinden die (op zijn brommertje) de sleutel komt brengen, de deur opendoet en uitleg geeft over de fresco's.

 

Op de weg naar Neo Ireo (het Heraion) kom je aan de noordkant van het dorpje Plataníti aan de rechterkant van de weg nog een kerkje tegen van ongeveer 10 bij 10 m. Het is de Metamorfósis tou Sotíris, een bijna vierkant kruiskoepelkerkje uit de 12e eeuw.

De coördinaten zijn 37°39'04.0"N 22°47'45.4"E

 

In Neo Ireo zelf vind je ook nog een 12e eeuws kerkje, dat gewijd is aan de Kimissis tis Theotókou. De coördinaten daarvan zijn 37°40'15.8"N 22°46'25.1"E.

Voorbeeld van een 'pantokrator' (deze vind je in de Zoödochos Pygi kerk te Kefalari)

foto © willem van leeuwen

Het Grieks-orthodoxe geloof

Het christendom verspreidde zich het eerst in het oostelijk deel van het Romeinse Rijk, waar men een vorm van de Griekse taal sprak. De geschriften die later het nieuwe testament zouden vormen, zijn dan ook in eerste instantie in het Grieks bewaard gebleven. Constantijn de Grote, de Romeinse keizer die leefde tussen 272 en 337, verklaarde dat het christendom was toegestaan en dat Byzantium (later Constantinopel) de hoofdstad van zijn Rijk werd. Tijdens de daaropvolgende periode van economische en culturele bloei bleef het Grieks de voertaal. In 1054 vond er een scheiding plaats, die bekend staat als ‘het Grote Schisma’.

Aanvankelijk waren er drie speciale bisschoppen, die ‘patriarchen’ werden genoemd: de bisschop van Rome, van Alexandrië en van Antiochië. Later werden daar de bisschoppen van Jeruzalem en Byzantium aan toegevoegd. De bisschop van Rome werd als de primus inter paris beschouwd omdat hij de opvolger van Petrus zou zijn; bovendien was Rome steeds de hoofdstad van het Romeinse Rijk geweest, maar in de machtsstrijd die volgde op de komst van de bisschop van Byzantium, verloor de bisschop van Rome zijn vetorecht.

Toen Theodosius de Grote in 395 AD stierf werd het ‘verenigde’ Romeinse Rijk opgedeeld in een Latijn sprekend westelijk en een Griekstalig oostelijk deel. Het oostelijke deel werd het Byzantijnse Rijk genoemd en kende al snel een enorme economische bloei, terwijl de laatste West-Romeinse keizer in 476 werd afgezet door de Germaanse krijgsheer Odoaker, officieel een generaal in het Romeinse leger. De ineenstorting van Het West-Romeinse Rijk luidde in Europa een chaotische periode in, die bekend staat als de Grote Volksverhuizing (4e tot 6e eeuw).

 

Doordat de communicatie steeds moeilijker werd (weinigen spraken na verloop van tijd zowel Latijn als Grieks) verminderde ook de culturele eenheid in het christendom. Zo werden er andere doctrines en rituelen gebruikt. Het grootste verschil zat in het feit dat de bisschop van Rome voor het westen als de hoogste gezaghebber werd beschouwd; voor het oosten daarentegen waren de vijf patriarchen gelijk. Bovendien werd in het oosten Constantinopel als het nieuwe Rome gezien. De onenigheden liepen hoog op en zowel Rome als Constantinopel claimde het religieus leiderschap. Daar kwam nog bij dat volgens Rome de Heilige Geest zowel uit de Vader als uit de Zoon voortkwam, en dat Constantinopel was van mening dat deze alleen uit de Vader kwam en via de Zoon. Een ander verschil was dat Rome het priesterhuwelijk verbood, in het oosten was dit wel toegestaan. Het celibaat gold daar alleen voor bisschoppen. De pauselijke autoriteit en de doctrine over de Heilige Geest waren de directe aanleiding tot de breuk in 1054. Dit ging via wederzijdse excommunicaties door de vertegenwoordigers van paus Leo IX en de patriarch van Constantinopel, Michael Caerularius. De breuk is ondanks enkele lijmpogingen nooit hersteld.

In 1833 ontstond er een Griekse kerk doordat Griekse bisschoppen zich afscheidden van het patriarchaat van Constantinopel. De speciale positie van de Griekse Kerk werd vastgelegd in de grondwet van het land en sinds 1865 is het Grieks-orthodox de enige godsdienst in Griekenland met een verbinding naar (artikel drie van) de Grondwet. De Kerk wordt nu geleid door de aartsbisschop van Athene, Ieronymos, maar enkele van de totaal 81 bisdommen leggen nog rechtstreeks verantwoording af aan Bartholomeus, de patriarch van Constantinopel (het huidige Istanbul).

Ieronymos werd in 1938 geboren in Centraal-Griekenland. Hij behaalde diploma's in archeologie, theologie en Byzantijnse studies aan de universiteit van Athene en volgde voortgezette opleidingen in Oostenrijk en Duitsland. Na een tijdje in het onderwijs te hebben gewerkt, werd hij in 1967 tot priester gewijd in de orthodoxe kerk.

Bartholomeus is Turk van geboorte, en heeft ook zijn Turkse dienstplicht. Hij studeerde in Philladelphia in de V.S.

 

De overgrote meerderheid (97%) van de Grieken behoort tot de Grieks-orthodoxe kerk, die geen staatskerk is maar vanwege haar historische betekenis krachtens de grondwet van Griekenland een dominante positie inneemt. Iedere nieuwe regering of nieuw parlementslid gaat eerst op bezoek bij de aartsbisschop; bij aantreding zweert men op de Bijbel. Alex Tsipras is de eerste premier van Griekenland die dit niet heeft gedaan, de meeste ministers in zijn kabinet deden het wel.

De grondwet voorziet in godsdienstvrijheid: de islam wordt door een autochtone minderheid en (vaak illegale) immigranten aangehangen. In 2014 is ongeveer 4% van de bevolking moslim. Andere religieuze minderheden zijn de Sefardische joden, de katholieken, de Armeense christenen en verschillende kleine protestante gemeenschappen. Ongeveer 0,02% van de bevolking hangt het Hellenisme aan, een herleving van het oude Griekse polytheïsme, waarin de goden die we kennen uit de mythologie vereerd worden.

 

Het moderne Griekse geloof

Volgens een artikel van Tom Crijnen in Trouw van mei 2001 was op dat moment voor 84% van de Griekse jeugd godsdienst een belangrijk onderdeel van het leven. Religie zou een levensnoodzaak zijn volgens de kerk; het maakte in ieder geval deel uit van het dagelijks leven. Vier eeuwen Turkse onderdrukking zouden hebben geleid tot een intieme relatie tussen de orthodoxe kerk en de Griekse bevolking.

Ook nu speelt de kerk nog een belangrijke rol, zo wordt er gezorgd voor maaltijden voor ouderen, die zelf niet voor hun eten kunnen zorgen en ook niet door familie, vrienden of buren geholpen (kunnen) worden. Secularisatie, zoals dat in het noordwesten van Europa heeft plaatsgevonden, kent men in Griekenland niet of nauwelijks.

Zo is het voor de meeste Grieken ondenkbaar de kerk niet te betrekken bij huwelijk, geboorte of dood, maar slechts 2% gaat iedere zondag naar de kerk. Het geloof wordt dus op een zeer eigen manier beleden. Seks voor het huwelijk mag niet van de kerk, maar de Griekse jongeren trekken zich daar niets van aan; de kerk geeft een premie aan ouders van meerdere kinderen, maar het geboortecijfer in Griekenland is het laagste van heel Europa.

In de jaren negentig werd het voorstel om religie op te nemen op de Griekse identiteitspapieren door de bevolking niet gesteund. Daar was eerder een enorme heisa over ontstaan tussen kerk en overheid.

De kerk is zich bewust van de kloof tussen zichzelf en de rest van de samenleving, die steeds dieper en breder wordt. Onder meer doordat de leiding van de kerk voornamelijk bestaat uit oude, grijze, conservatieve mannen. Zo bleef na de val van de dictatuur de gehele kerkelijke magistratuur zitten, zonder ook maar één spijtbetuiging of excuus over het feit dat men in de zeven jaren ervoor had samengewerkt met de geheime dienst en er hier en daar hechte vriendschappen waren ontstaan tussen kolonels en bisschoppen.

Ook nu nog stelt de kerk nog dat joden en moslims het karakter van het land aantasten (en vooral dat dat slecht is).

En de regering doet daar niets tegen; die is bij verkiezingen in de meeste gevallen afhankelijk van de steun van de kerk. Een enkele keer geeft een politicus voor de verkiezingen aan dat hij de vervlechting van kerk en staat wil beëindigen, maar de kerk komt daartegen zodanig in het geweer dat het stemmen lijkt te gaan kosten, en het plan snel van tafel verdwijnt. Je kunt je afvragen hoe een land echt democratisch kan zijn als de kerk zo’n machtige positie bekleedt. Een land waar (orthodoxe) priesters betaalde rijksambtenaren zijn.

Men roept nu hard dat Griekenland een geseculariseerd land is en dat de invloed van de orthodoxe kerk sterk verminderd is, maar de aartsbisschop wordt nog steeds gezien als de pedagoog van de natie en hij laat nog steeds over alle politieke, ethische en sociale ontwikkelingen zijn licht schijnen. Officieel is er geen sprake van een staatsgodsdienst, maar de orthodoxe kerk ziet zichzelf wel als zodanig en heeft zich allerlei privileges toegeëigend die andere kerken in Griekenland niet hebben. Sommige politici vinden wel dat daar op den duur een einde aan moet komen, en er gaan stemmen op om het zweren op de bijbel bij rechtszaken en politieke benoemingen niet langer verplicht te stellen. Maar voorlopig gaat de aartsbisschop bij de opening van het parlementaire jaar nog voor in gebed.

Nog maar 20 jaar geleden moest iemand die bij de brandweer wilde ‘om veiligheidsredenen’ nog het orthodoxe geloof aanhangen. En het is natuurlijk erg vreemd dat voor de bouw van een gebedshuis, naast de lokale overheid, ook de bisschop toestemming moet geven. Een antwoord op de vraag waarom er in Athene tot op heden nog steeds geen moskee is gebouwd, is daarmee wel gegeven.

Om je kind te kunnen laten dopen, moet je ook voor de kerk getrouwd zijn. Om voor de kerk te kunnen trouwen moet je natuurlijk ook zelf gedoopt zijn. Bij de doop kun je je kind alleen een naam geven die voorkomt in de lijst van orthodoxe heiligen. De naamdagen zijn in de Griekse samenleving dan ook veel belangrijker dan verjaardagen. Als je na je dood begraven wilt worden, kan dat alleen op een begraafplaats van de kerk. En daar worden alleen 'gelovigen' begraven. In een enkel geval wordt er een uitzondering gemaakt. Zo werd een Albanese jongen die overleed toen hij 14 jaar was en zijn ‘hele’ leven in Griekenland had gewoond op een begraafplaats bij de kerk in Kiveri begraven is, zij het helemaal achteraan en bijna buiten het hek.

In 2004 is een wetsvoorstel aanvaard dat de bouw van crematoria mogelijk maakt. Grote tegenstander is de Grieks orthodoxe kerk. In 2014 zou begonnen worden met de bouw van een crematorium in Volos (Centraal-Griekenland) en in Thessaloniki (Noord-Griekenland). Tot nu toe moet je voor een crematie naar Bulgarije.

 

Ongeveer 97% van de 10 miljoen autochtone Grieken staat ingeschreven bij de orthodoxe kerk en bij de volkstelling van een paar jaar geleden werd niet gevraagd naar religie, vermoedelijk omdat men geen andere informatie wil hebben. Zelfs onkerkelijken worden in Griekenland nog steeds gezien en geteld als orthodoxen.

In Thracië, in het noordoosten van Griekenland, woont een grote moslimgemeenschap (100.000 tot 140.000 mensen), omdat de wortels van deze bevolkingsgroep veelal in Turkije liggen Het aantal moslims in Griekenland is de laatste decennia toegenomen vanwege de komst van vele gastarbeiders uit Albanië en vluchtelingen uit Afrika. Momenteel wonen er zo’n 400.000 (4% van de bevolking) moslims in Griekenland. De eerste en tweede generatie Albanezen zijn meestal vergriekst en inmiddels geen moslim meer. Hun kinderen zijn in Griekenland geboren, spreken nauwelijks of geen Albanees, gaan naar Griekse scholen en hebben Griekse namen. De kinderen hebben geen echte binding meer met Albanië en zien Griekenland en de Griekse cultuur als eigen. Zij worden dan ook zelfs in de orthodoxe kerk gedoopt.

 

De Griekse kerk behoort tot de nationale identiteit. Vooral de bijzondere gelegenheden vormen een aanleiding voor de Griek om een kerk te bezoeken. Voorbeelden zijn de nacht voor Pasen en, zoals gezegd, begrafenis, doop en huwelijk.

Maar ook komt de kerk onvrijwillig ‘op bezoek’, bijvoorbeeld bij de opening van het schooljaar waarbij de leerlingen in elke klas worden gezegend met in wijwater gedoopte basilicumtakken. Daarnaast worden de naamdagen van heiligen uitbundig gevierd: als naamdag van degenen die naar de heilige zijn vernoemd én als dorpsfeest. Als een kerk van een dorp gewijd is aan een bepaalde heilige, is diens naamdag een feestdag (panagiri) voor het gehele dorp, waar alle bewoners van de omgeving op afkomen. Er vindt een kerkdienst plaats en vervolgens wordt er veel vlees gegeten, stroomt de alcohol rijkelijk en wordt er volop (traditioneel) gedanst. Aan de ene kant is een panagiri gekoppeld aan de kerk, maar aan de andere kant denkt – na de dienst – niemand meer aan de heilige en wordt er flink gefeest. Een panagiri vormt voor de meeste stedelingen van Griekenland een reden om terug te keren naar het geboortedorp, de rest van de familie te ontmoeten en feest te vieren.

Tot slot moet ook gezegd worden dat de kerk regelmatig het nieuws haalt vanwege betrokkenheid bij seksschandalen en corruptie. Daarom voelt momenteel ongeveer twee derde van de Griekse bevolking wel voor een scheiding van kerk en staat. De kerk probeert dit angstvallig tegen te houden door nu overheidscontrole toe te staan op kerkelijke financiën en de inschakeling van een wereldlijke rechter bij misstappen van geestelijken.

Kimíssis tis Theotókou (ontslaping van Maria)

foto © willem van leeuwen

Kimíssis tis Theotókou (ontslaping van Maria)

foto © willem van leeuwen

Klassieke grafstèle in de muur van

Kimíssis tis Theotókou (ontslaping van Maria)

foto © willem van leeuwen

Verdeling Oost- en West-Romeinse rijk

(kaart website St Jans-lyceum, 's-Hertogenbosch)

Ieronymos

aartsbisschop van Athene

Bartholomeus

patriarch van Constantinopel

dubbelkoppige adelaar

symbool van de Orthodoxe kerk

12e-eeuws kruiskoepelkerkje

Metamorfosis tou Sotiris, Neo Ireo

foto's © willem van leeuwen

Copyright © All Rights Reserved