Argos

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Argos 37°38'07.2"N 22°43'32.7"E

(markt woensdag- & zaterdagochtend,

overige dagen vrije parkeerplaats in het centrum)

 

Argos ligt ongeveer 12 km ten westen van Nafplion en 10 km van de kust. Vandaag de dag is het een regionaal centrum voor vooral de boeren uit de omgeving. De Grieken zeggen wel eens dat in Argos het geld wordt verdiend en dat het in Nafplion wordt uitgegeven. Daarmee wordt de tegenstelling tussen beide steden aardig weergegeven. Nafplion is met de vele tavernes en onmetelijk grote terrassen helemaal ingesteld op toerisme. Dat geldt ook voor de prijzen: inwoners van de regio bezoeken Nafplion alleen als hun beurs dat toelaat. Argos is daarentegen helemaal niet toeristisch, terwijl er toch genoeg te doen en te zien is.

 

De geschiedenis volgens Pausanias

In zijn ‘Gids van Griekenland’ begint Pausanias het deel over Argos met de opmerking dat het belangrijkste bouwwerk in de stad het heiligdom van Apollo de Wolf was. Het beeld was gemaakt door zijn tijdgenoot Attalos uit Athene, maar de tempel was net als het oorspronkelijke houten cultusbeeld een geschenk van Danaos. Pausanias was er zeker van dat alle cultusbeelden uit de tijd van Danaos van hout waren gemaakt, vooral die afkomstig waren uit Egypte.

De aanleiding voor Danaos om de tempel van Apollo de Wolf te laten bouwen, was de strijd om de troon met zijn rivaal Gelanor. Beiden hielden lange toespraken tot het volk en beiden hadden even goede argumenten, waarop het volk besloot de beslissing uit te stellen tot de volgende dag.

Toen ’s morgens vroeg bleek dat een wolf de grootste stier van een kudde grazende koeien had aangevallen en gedood, was dat voor de bevolking van Argos een teken om Danaos als koning te kiezen. Ze vergeleken Gelanor met de stier en Danaos met de wolf, omdat een wolf op zichzelf leeft en Danaos tot dat moment ook niet met anderen had samengewoond. Dus omdat de wolf de stier had uitgeschakeld werd Danaos de koning van Argos en omdat Danaos geloofde dat Apollo de wolf had gestuurd, wijdde hij een tempel aan Apollo de Wolf.

In Argos was dus de troon van Danaos, maar ook een portret van Biton met een stier op zijn schouders. De dichter Lykeas had geschreven dat de bewoners van Argos Zeus in Nemea vereerden en dat Biton zo sterk was dat hij een stier oppakte en die naar Nemea droeg om hem daar te offeren.

Biton is de held die, samen met zijn broer Kleobis, zijn moeder in een ossenkar van Argos naar het Heraion trok. De broers werden hiervoor door Hera beloond met een zachte dood. Het dragen van een stier is overigens ook een thema in Griekse volksverhalen en komt ook voor in de mythe rond Theseus; het kan dus ook betekenen dat Biton op enig moment een net zo’n belangrijke held is geweest als Theseus.

Achter het beeld was de plek waar men het ´Vuur van Phoroneus´ brandde, want men ontkende in Argos dat Promotheus het vuur aan de mensheid had gegeven.

Men zei ook dat het houten beeld van Hermes gemaakt was door Epeios en het andere houten beeld (van Aphrodite) geschonken was door Hypermnestra. Zij was de enige dochter van Danaos die zijn bevel had genegeerd, waardoor ze haar vader in gevaar had gebracht (zie De rest van de geschiedenis). Ze werd voor het gerecht gesleept omdat ze haar echtgenoot in de eerste huwelijksnacht niet had vermoord en daardoor de schande van de misdrijven voor haar zusters en haar vader groter had gemaakt. Toen ze voor het gerecht werd vrijgesproken, doneerde ze dit beeld van Aphrodite van de Overwinning.

In de tempel stond ook een beeld van Ladas, een hardloper uit Mantineia (Arcadia) die sneller dan al zijn tijdgenoten was, en een beeld van Hermes die een schildpad oppakt om er een lier (muziekinstrument) van te maken. Voor het heiligdom stond een stenen sokkel met een reliëf van een aanvallende stier en een maagd die een steen naar hem gooit; men beweert dat het meisje Artemis is.

Danaos heeft deze tempel ook geschonken, net als de vlakbij staande houten zuilen en de houten beelden van Zeus en Artemis.

Het witte stenen beeld van ´Zeus de Gunstig Gestemde´ was door Polykleitos gemaakt toen de Spartanen ten strijde trokken tegen Argos en verzoening onmogelijk leek, totdat Philip van Macedonië beide steden dwong de traditionele grenzen te eerbiedigen. Tot dan toe waren de Spartanen bezig met landjepik van Argos, als ze niet buiten de Peloponnesus bezig waren. In dat laatste geval pikte Argos het eerder verloren land weer terug.

Toen de onderlinge haat zijn hoogtepunt bereikte, besloot Argos een regiment van duizend man te selecteren dat onder leiding van Bryas de nodige onschuldige mensen uit de weg ruimde. Bij die gelegenheid ging hij zo ver, dat hij in zijn eigen regio een huwelijksplechtigheid verstoorde en de bruid vlak voor het altaar ontvoerde. Toen het avond werd, zag de bruid dat Bryas in slaap viel. In zijn slaap stak ze zijn ogen uit en de volgende ochtend wendde ze zich tot het volk en vroeg om hulp. Het volk weigerde haar op te geven en er volgde een gevecht tussen het regiment van Argos en het volk. Het volk won, en in het heetst van de strijd werd geen enkele man van het regiment gespaard. Daarna, tijdens de ceremonies ter zuivering van het bloed van verwanten, heeft men het beeld van Zeus de Gunstig Gestemde opgericht. Dichtbij was ook een beeldhouwwerk van Kleobis en Biton die hun moeder in een kar naar het Heraion trekken.

 

Hier recht tegenover was een heiligdom voor de Zeus van Nemea met een rechtopstaand beeld gemaakt door Lysippus. Als je daar voorbij liep kwam je bij het graf van Phoroneus, waar men doden cremeerde.

Er was ook een eeuwenoud heiligdom voor Geluk. Palamedes, die in de oorlog tegen Troje de dobbelsteen had uitgevonden, werd daar vereerd.

In de buurt van het theater was een plek die in de tijd van Pausanias nog steeds de rechtbank werd genoemd, omdat Hypermnestra daar door haar vader was gedagvaard.

Bij het theater stond verder nog een beeld van twee mannen die elkaar doden. De een was Perlaos, een worstelaar uit Argos die eens een wedstrijd had gewonnen in Nemea, de ander was Othryades, een Spartaan. De twee mannen beeldden de verschrikkelijke veldslag van 300 Spartanen tegen 300 mannen van Argos uit (de Slag bij Hysiai). Bij die strijd overleefden slechts twee Argivers (inwoners van Argos) en één Spartaan. De Argivers keerden terug naar hun stad, de Spartaan pleegde zelfmoord.

 

Het verhaal van Telesilla

Naast het theater zag Pausanias tijdens zijn bezoek aan Argos het heiligdom van Aphrodite, met ervoor een reliëf met Telesilla, de componiste. Haar boeken lagen aan haar voeten en haar blik was gericht op de helm die ze in haar hand hield. Telesilla was een bekende vrouw en een gewaardeerd dichteres. Argos had een enorme ramp meegemaakt. Kleomenes en de Spartanen richtten een enorme slachting aan onder de Argivers. Vele mannen vonden de dood op het slagveld, anderen vluchtten een heilige grot in en vonden daar de dood. Een paar kwamen tevoorschijn toen hun was beloofd dat ze gespaard zouden worden, maar het was een valstrik en zij werden levend verbrand. Vervolgens trok Kleomenes met zijn Spartanen op tegen een Argos zonder mannen.

Telesilla, een Jeanne d´Arc avant la lettre, stuurde de slaven naar huis en de oude mannen en jongens pakten de wapens op en verdedigden zich op de stadsmuren. Zelf verzamelde zij alle sterke, jonge vrouwen, voorzag ze van de overgebleven wapens en zij maakten zich klaar voor de aanval van de Spartanen. De vrouwen lieten zich niet intimideren door de strijdkreten en bestreden de aanvallers met kracht. Daarop realiseerden de Spartanen zich dat het niet glorieus zou zijn om thuis te komen met het verhaal dat ze een leger van vrouwen hadden afgeslacht. Maar het zou een nog grotere schande zijn als ze de strijd tegen de vrouwen zouden verliezen. De Spartanen dropen af. Dit was in 494 v.Chr.

Het orakel van Delphi had het al een keer gezegd: ´Als de vrouw de overwinning behaalt en de mannen verdrijft, zal zij alle lof krijgen in Argos en de vrouwen zullen feest vieren.´

 

Medusa

Niet ver verwijderd van de markt in Argos lag in de tijd van Pausanias een berg aarde. Men beweerde dat het hoofd van de Gorgon Medusa daar begraven was. Pausanias vertelt de mythe verder niet, maar wel wat er over haar gezegd is: ze was de dochter van Phorkos en toen haar vader stierf werd zij de koningin van het land rond het Tritonmeer (de grensstreek tussen het huidige Tunesië en Libië). Ze ging regelmatig uit jagen en voerde de Libische strijdkrachten aan op het slagveld. Tijdens de strijd met Perseus en zijn mannen van de Peloponnesus werd Medusa 's nachts verraderlijk vermoord, maar Perseus was zo onder de indruk van haar schoonheid, zelfs van haar dode lichaam, dat hij haar hoofd afsneed en het meenam om in Griekenland te laten zien. In de meeste Griekse verhalen is Medusa juist ontzettend lelijk. Haar gezicht werd vaak op schilden van strijders geschilderd om de tegenstander angst aan te jagen (zie bijvoorbeeld het schild op de afbeelding van Telesilla (Wonder Woman). De tegenstander zou 'verstenen' van angst en daardoor gemakkelijk te overwinnen zijn. In de Archaïsche tijd kan haar lelijkheid ook weer aantrekkelijk zijn, zoals op verschillend aardewerk te zien is.

Maar het verhaal van de Carthager Prokles wordt iets aannemelijker geacht door Pausanias: onder de verschrikkelijke monsters die in de Libische woestijn leefden, waren ook wilde barbaren. Prokles vertelde dat hij er een gezien had die naar Rome was gebracht. Hij veronderstelde dat het een vrouw was die afstamde van deze wilden uit de buurt van het Tritonmeer die daar de hele streek verwoestten, totdat Perseus daar een einde aan maakte. Perseus moet gedacht hebben dat hij de hulp van Athena kreeg, omdat deze godin in de regio van het Tritonmeer vereerd werd.

 

Naast de grafheuvel van Medusa vond Pausanias ook het graf van de dochter van Perseus, Gorgophone. ‘Als je haar naam weet, weet je ook dat ze oogverblindend mooi moet zijn geweest’ schreef hij. Gorgophone was de eerste vrouw die hertrouwde na de dood van haar echtgenoot. Vóór die tijd was het steeds de traditie geweest dat vrouwen dan weduwe bleven en niet hertrouwden.

 

De afbeelding van Medusa is vandaag de dag nog een direct herkenbaar gegeven in de populaire cultuur. Medusa komt nog steeds voor in fictie, waaronder video games, films en boeken.

Ontwerper Gianni Versace heeft Medusa als ‘zijn’ symbool gekozen, omdat Medusa schoonheid, kunst en filosofie vertegenwoordigt.

 

De akropolis van Argos is vernoemd naar de dochter van Pelasgos, Larisa. Er waren in de tijd van Pausanias ook twee steden in het noorden van Griekenland met dezelfde naam. Als je de akropolis opgaat kom je langs het heiligdom van de Opperste Hera en een heiligdom voor Apollo. Het cultusbeeld heet Apollo van de Bergkam, naar de plek waar het staat. Het heiligdom had in de tijd van Pausanias ook nog een orakelfunctie. Dat werkte als volgt: Een vrouw die geen omgang met mannen mag hebben, sprak namens Apollo. Eens per maand werd een lam geslacht en de vrouw dronk van het bloed waarop de god bezit van haar nam.

Naast de tempel van Apollo van de Bergkam staat een heiligdom dat Athena met Scherpe Blik wordt genoemd, gewijd door Diomedes, omdat de godin hem de nevel van zijn ogen wegnam toen hij bij Troje vocht en daardoor Aphrodite en Ares kon verwonden.

Diomedes was in zijn tijd koning van Argos, een bijzonder sterke en dappere man. In de oorlog tegen Troje trok hij veel op met Odysseus, die meer de slimmerik was terwijl Diomedes de spierkracht vertegenwoordigde. Samen hebben ze heel wat succesvolle militaire operaties uitgevoerd. Zijn favoriete wapen was de lans en hij kon goed overweg met de strijdwagen. Hij zat in het Paard van Troje met onder anderen Odysseus en Agamemnon. Zijn vader Tydeus, was omgekomen als deelnemer aan de missie van de Zeven tegen Thebe. In de ‘Ilias’ van Homerus wordt Diomedes dapper genoemd, maar net niet zo dapper als zijn vader, wat past in de Griekse traditie om de oudere generatie steeds net iets hoger in te schatten.

 

Verder naar boven in de richting van de akropolis zag Pausanias nog een heiligdom ter nagedachtenis aan de zonen van Aighystos: er lagen alleen maar hoofden, zonder lichamen – die waren achtergebleven in Lerna, waar de jongemannen waren vermoord. De Danaïden (dochters van Danaos) hadden de hoofden van hun kersverse echtgenoten afgehakt in hun gezamenlijke eerste huwelijksnacht als onderdeel van een belofte aan hun vader. (Zie hieronder: De rest van de geschiedenis.)

Pausanias beschrijft verder een houten beeld van Zeus met een derde oog in zijn voorhoofd. Het beeld stond op de top van de Larisa akropolis. Men zei dat deze Zeus een voorouderlijke afbeelding was van het beeld dat in de tuin van het paleis van Priamus, koning van Troje, stond. Toen Troje werd ingenomen zou Priamus naar dit altaarbeeld gevlucht zijn. Toen de Grieken de oorlogsbuit verdeelden, kwam het beeld toe aan Sthenelos, zoon van Kapaneus uit Argos en zodoende kwam het hier te staan.

De drie ogen van Zeus kunnen als volgt verklaard worden: Zeus was de koning in de hemel en regeerde over de gehele mensheid; daarnaast vertelde Homerus over Zeus als heerser van de onderwereld en ten slotte schreef Aischylos over Zeus als god van de zee. Dus degene die dit beeld maakte, dacht aan Zeus die op de drie genoemde terreinen heerste.

 

De rest van de geschiedenis

Argos is al sinds de prehistorie bewoond. Volgens de overlevering zou Phoroneus de stichter zijn. Hij was een zoon van de riviergod Inachos.

Phoroneus zou ook de stichter geweest zijn van de Heracultus. Hij stichtte de stad Argos, waar hij de mensen verzamelde die tot dan toe verspreid hadden gewoond. Doordat de mensen samenwoonden in een stad, werden ook de goederen en producten binnen de stad verhandeld op een centrale plek. Hierdoor wordt Phoroneus gezien wordt als de uitvinder van de markt.

Na verloop van tijd werd hij van de troon gestoten door Danaos, die uit Egypte kwam. Diens nakomelingen verdeelden Argolida, en Akrisius bleef heerser in Argos. Zijn kleinzoon was Perseus, de stichter van het latere Mycene en de stamvader van mannen als Atreus, Agamemnon en Orestes. De legende bepaalt dus dat Argos ouder is dan steden als Mycene en Tiryns.

Danaos vluchtte met zijn 50 dochters uit Egypte na een ruzie met zijn broer Aigyptus en diens 50 zonen. Alle zonen jaagden Danaos en zijn dochters achterna tot bij Argos en trouwden daar met hun nichten. Danaos had de dochters echter opdracht gegeven om hun echtgenoot in de eerste huwelijksnacht te onthoofden. Op één na (Hypermnestra) gaven de dochters gevolg aan de opdracht van hun vader.

Zij zouden later voor deze misdrijven worden gestraft in de onderwereld; ze moesten een groot vat met water vullen terwijl het vat zo lek was als een mandje. Danaos werd uit de stad verstoten en Lynceus, de enige overlevende bruidegom, werd koning en Hypermnestra koningin.

 

In de Myceense periode was Argos een belangrijke concurrent van Mycene en Tiryns, maar stond wel op een tweede of derde plaats. Daar kwam verandering in met de komst van de Doriërs; toen werd Argos het centrum van de politieke en economische macht. De stad ontwikkelde zich daardoor ook als een van de belangrijkste steden in de Dorische cultuur. Hoogtepunt werd wat dat betreft bereikt in het begin van de 7e eeuw v.Chr. tijdens het totalitaire bewind van Pheidon, die vooral de heerschappij van Argos uitbreidde. Om de handel te bevorderen liet hij munten slaan. Maar tegelijkertijd was er een andere polis (stadstaat) in opkomst waar Argos veel last van zou krijgen, namelijk Sparta. De Spartanen waren erg goed georganiseerd en hadden een sterk leger. In de 5e eeuw v.Chr. voerde Argos, in een verbond met Athene, vrijwel continu strijd tegen Sparta. Het was de eeuw van de Peloponnesische oorlogen. De stad raakte daardoor uitgeput en verloor aan kracht, hoewel men bleef hopen op betere tijden. De droom was dat Argos weer heerser zou worden over de hele Peloponnesus. De bewoners van Argos werden trouwe bondgenoten van de Macedoniërs.

In 229 v.Chr. raakten ze betrokken bij de Achaïsche Bond en werden derhalve door de Romeinen in 146 v.Chr. als vijand behandeld, zij het niet zo slecht als Corinthe, dat volledig verwoest werd.

De culturele ontwikkeling van Argos liep parallel aan de politieke en economische. Vooral het aardewerk in de geometrische periode onderscheidde zich van dat van de rest van Griekenland. Maar de bewoners van Argos waren ook zeer bedreven in metaalbewerking en het vervaardigen van bronzen beelden. De bekendste meesters uit de stad zijn Ageladas en Polykleitos (zie Griekse Beeldhouwers).

 

In de Byzantijnse periode was Argos een onbelangrijke stad en in 1204 kwam de stad voor een korte periode in het bezit van de heerser van Nafplion, Leon Sgouros. In 1212 werden zowel Nafplion als Argos ingenomen door de Franken, die onder leiding van Otto de la Roche op Kruistocht waren.

De Turken namen de stad in bezit in 1463 en in 1686 namen de Venetianen voor een periode van 30 jaar het stokje over. Daarna waren het opnieuw de Turken die er de scepter zwaaiden tot de stad bevrijd werd in de Onafhankelijkheidsstrijd in 1822.

 

De moderne stad is voor het grootste deel over de antieke heen gebouwd. Vooral de Franse School voor Archeologie heeft veel opgravingen verricht. Aan de voet van de Larissaheuvel aan de zuidkant van de stad (aan de oude weg naar Tripoli) liggen de resten van de Romeinse agora met een badhuis, werkplaatsen en het antieke theater. De mozaïeken uit de Romeinse periode die daar vlakbij in een villa gevonden zijn, kun je bekijken in het Archeologisch Museum van Argos.

De moderne gebouwen in de stad die het bekijken waard zijn, omvatten het neoklassieke huis van generaal Dimitris Tsokris en dat van Konstantinopoulos dat gebouwd is volgens een ontwerp van Ziller. Ook de markthallen zijn een bezichtiging waard, net als de barakken uit de tijd van Kapodistrias daar recht tegenover en het stadhuis aan de andere kant van de Agios Petroskerk.

Kleobis en Biton

door Jean Bardin, 1764, Nationaal Museum Krakow

Telesilla (in een modern jasje)

Wonder Woman

kop van Medusa

in het logo van Gianni Versace

Diomedes

museum Glyptothek in München

(Romeinse kopie naar Grieks origineel 440 v.Chr.)

Danaïden in de onderwereld

door John William Waterhouse, 1903

A – tempel van Aphrodite

B – odeon

C – grote theater

D – Romeinse baden

E – bouleuterion

F – straat

G – zuidelijke stoa

H – vierkant gebouw

I – tholos of nymfaeum

J – theater op de agora

K – leidingen en afvoeren

L – archaïsche & klassieke huizen

De opgravingen

De agora aan de oostkant van de weg naar Tripoli kun je het beste als eerste bezoeken. De oudste resten die je hier ziet, komen uit de 5e eeuw v.Chr. Het betreft de fundering van een huis waar de Romeinen een badhuis en kleine winkels overheen hebben gebouwd. Het overtollige water op de agora werd afgevoerd (K) via een rond nymphaeum (I), dat op een vierkante basis rustte. Die basis behoorde eerder vermoedelijk toe aan een gebouw met een religieuze functie.

Omdat er sprake is van een trap naar een crypte, denkt men dat dit het graf van Danaos kan zijn.

Het publieke badhuis (D) of ‘de thermen’ stamt uit de 2e eeuw AD en ligt aan de andere kant van de weg, waar ook het indrukwekkende theater (C) ligt, dat gebouwd is aan het einde van de 4e of het begin van de 3e eeuw v.Chr. In de tijd van keizer Hadrianus (117-138 AD) moet het, volgens enkele inscripties, aangepast zijn aan de wensen van de tijd, zodat er eerst gladiatorengevechten en later ook zeeslagen konden worden nagespeeld.

onderdeel van een nymphaeum aan de agora van Arbgos anno 2012

foto © willem van leeuwen

Als je er voor staat, zie je dat de 89 rijen met zitplaatsen uitgehakt zijn uit de rotsen. De eerste rij met de rug- en armleuningen stamt vermoedelijk uit de Romeinse tijd. Ongeveer 20.000 mensen konden in het theater een zitplaats vinden. Dat maakt het theater in Argos het grootste van heel Griekenland. In het Archeologisch Museum van Argos staat een maquette van het theatercomplex. Je ziet daar dat een groot deel van het theater kon worden overdekt met een enorm zonnescherm.

Ten zuiden van het grote theater is ook nog een kleinere te vinden: het odeon (B), waarnaast nog een gebouw stond waar in de 5e eeuw v.Chr. de stadsraad vermoedelijk bijeenkwam. De huidige funderingen die je kunt zien zijn Romeins.

 

Iets meer naar het zuidwesten stond een ommuurd heiligdom van Aphrodite (A). De tempel in dat heiligdom werd rond 420 v.Chr. gebouwd en bestond uit een voorportaal of pronaos en een naos, de heilige binnenruimte. Er was dus geen achterportaal of opistodomos. Alleen de stenen fundering van de tempel is nog te zien. De godin van de liefde is hier tot ver in de Christelijke periode vereerd. Pas toen de Goten het heiligdom verwoest hadden en men overging tot vervolging van het heidendom, kwam daar een eind aan.

zuidstoa aan de agora van Argos anno 2012

foto © willem van leeuwen

Theater van Argos anno 2012

foto © willem van leeuwen

Dan zijn er nog twee gebouwen (ten noorden van het theater) die het vermelden waard zijn omdat ze de oude stad een mooi aanzien gaven. Ze vallen echter net buiten het kaartje hierboven. Ten eerste het kriterion, waar volgens de legende Danaos zijn dochter Hypermnestra voor het gerecht had gedaagd en ten tweede aan de overkant ervan, iets de heuvel op, het nymphaeum waar het aquaduct uit de tijd van Hadrianus eindigde. De leidingen zelf zijn op de berg te zien en ze lopen tot aan de kerk ‘van de Goedverborgen Maagd van de Rots’. Het is mogelijk dat de kerk op de plek is gebouwd waar in de archaïsche tijd de tempel voor Hera Akraia heeft gestaan.

 

Larisa

Via een pad achter het theater kun je een lange klim naar boven maken om de burcht op de top (276 m hoog) te bereiken. Je kunt ook de auto nemen en de burcht via een slingerweggetje aan de andere kant van de berg benaderen. Neem daarvoor de Tsokris straat, die achter de markthallen ligt en volg deze straat met het eenrichtingsverkeer naar het noorden. Je komt dan vanzelf borden tegen die je verder helpen. In de 6e en 5e eeuw v.Chr. werd het eerste fort op de berg gebouwd. Pausanias vertelde dat er twee tempels hebben gestaan: een voor Zeus en een voor Athena.

De archaïsche muren zijn herbouwd in de middeleeuwen en hersteld door de Franken in de 13e en door de Venetianen in de 15e eeuw. Er is sprake van een dubbele ommuring. Vanaf de buitenste muur heb je een prachtig uitzicht over Argos en de vlakte tot aan Nafplion. Deze buitenste muur beschermt in feite een vlak gedeelte van de top. De binnenste muur beschermt het eigenlijke kasteel en de centraal gelegen toren. In de muren is goed te zien dat oud materiaal hergebruikt werd bij reparaties, maar ook bij de aanleg van nieuwe onderdelen, zoals bij de kerk in het binnenste deel. Zo kun je in vrijwel alle muren verschillende bouwstijlen herkennen: de oudste muren (vaak de onderste delen) zijn polygonaal, de laag erboven Byzantijns, vervolgens Frankisch, Venetiaans en Ottomaans. In de binnenring is dit verschijnsel het duidelijkst te herkennen.

 

De Nederlandse archeoloog C. Willem Vollgraff heeft hier met de Franse School voor Archeologie tussen 1902 en 1930 het meeste blootgelegd. Hij trof sporen aan van Myceense bewoning: cyclopische brokken steen in de fundering van een toren uit later tijd.

 

De Aspis

De 80 m hoge heuvel links voor de Larisa, wordt ‘Aspis’ genoemd, wat ‘schild’ betekent en waar het ook de vorm van heeft. Maar de heuvel is ook bekend als ‘Profitis Ilias’, naar het kapelletje dat er bovenop staat. In de oudheid werd de heuvel ‘Deiras’ genoemd, de herkomst van die naam is onbekend. Vermoedelijk is dit de plek geweest waar Phoroneus de stad stichtte. Vollgraff heeft ook hier het nodige werk verricht. Er zijn delen van cyclopische muren gevonden, een Myceense begraafplaats, maar ook fundamenten van een hellenistische toren en onderdelen uit de middeleeuwen. Van de tempels die Pausanias hier zag, is vrijwel niets meer terug te vinden, behalve sporen van een zuilengalerij. Op die plek liggen de resten uit de vroegchristelijke periode. Nog wel te herkennen zijn het altaar bij de Apollotempel, een cisterne en een monumentale trap. Op de top is nog iets te zien van een binnenplaats met zuilen, wellicht van een Asclepion.

 

Het Archeologisch Museum van Argos

Je vindt het museum in de Olga Straat, achter het Agios Petrosplein met de grote kerk in het centrum van de stad. Het museum is een donatie van de Franse School voor Archeologie.

Op de begane grond worden keramische en bronzen voorwerpen tentoongesteld uit zowel de prehistorie als de periode daarna. De Myceense begraafplaats op de Aspis heuvel is een goede leverancier geweest van de hier tentoongestelde grafgiften. Maar in de loop van de tijd zijn door de hele stad graven uit de periode van verval en de geometrische periode gevonden. Dat gebeurt nog steeds in geval van nieuwbouw. Als een oud huis wordt afgebroken en de locatie bouwrijp wordt gemaakt voor nieuwbouw, kan het zijn dat men stuit op niet eerder gevonden resten van oudheden. In dat geval is men verplicht de Archeologische Dienst in te schakelen, die onderzoek komt doen en alles in kaart brengt en fotografeert. Vervolgens wordt de boel weer dichtgegooid en kan men verder gaan met de nieuwbouw. Het stuiten op oudheden betekent in Griekenland in vrijwel alle gevallen oponthoud in de bouw van gemiddeld een tot twee (maar in enkele gevallen vijf) jaar.

Deze gang van zaken heeft wel tot gevolg dat het museum over een schitterende collectie aardewerk uit de geometrische periode beschikt.

Een bronzen harnas en helm uit de laat-geometrische periode (7e eeuw v.Chr.) is vrijwel onbeschadigd, net als het andere aardewerk uit de proto-geometrische en geometrische periode.

Het begin van de geschiedenis van het stripverhaal kun je zien op de scherf van een vroeg-archaïsche vaas: Odysseus maakt de cycloop Polyphemos blind, zodat hij en zijn mannen later uit zijn gevangenschap konden ontsnappen.

In de kelder van het museum zijn de voorwerpen opgesteld die men heeft gevonden in Lerna - onder andere een neolithische vruchtbaarheidsgodin. Op de eerste verdieping zie je Romeinse beelden en een groot vloermozaïek. In de tuin liggen onder een overkapping nog andere Romeinse mozaïeken. Je herkent in de voorstelling de maanden van het jaar. Op een overloop in het museum staat een Romeinse kopie van Asclepius, maar er is ook een mooie Heracles in een rustpose, naar een origineel uit de 4e eeuw v.Chr. van Lysippus.

 

Combinaties

Combineer het theater van Argos met de agora aan de overkant van de weg, wandel naar het museum vlak bij de Agios Petroskerk. Bezoek de markt op woensdag- of zaterdagochtend en drink een frapé op een van de terrassen op het grote plein. Je kunt dit zonder auto doen, want het is allemaal op loopafstand van elkaar.

Wil je een combinatie met de burcht op Larisa, neem dan de auto mee. Een alternatieve route om daar te komen is aan de noordkant van Argos – maar vlak voor de brug bij de Lidl – links afslaan en de bruine borden met gele opschriften volgen.

Een stadswandeling is natuurlijk ook een prima manier om deze typisch Griekse stad te leren kennen. Aan de ene kant is het heel leuk om in bijna iedere straat of steeg op de Griekse en Romeinse oudheid te stuiten, maar aan de andere kant zie je ook hoe hard de economische crisis heeft toegeslagen. In krap vier jaar tijd is meer dan de helft van de bedrijfspanden en winkels te koop of te huur komen te staan, en is de stad verloederd door graffiti en slecht onderhouden straten en overheidsgebouwen.

burcht van Argos, Larisa anno 2012

foto © willem van leeuwen

Heracles in een rustpose

Romeinse kopie naar een origineel van Lysippus

(4e eeuw v.Chr.)

Arch. museum Argos

Copyright © All Rights Reserved