Asine, Tolo & Drepano

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Asine 37°31'42.0"N 22°52'22.1"E (parkeerplaats bij ingang opgraving)

Tolo 37°31'36.6"N 22°51'56.0"E (strand) 37°30'53.6"N 22°51'23.6"E (parkeerplaats bij haven)

Drepano 37°32'25.1"N 22°53'34.0"E (centrum)

Van deze drie plaatsjes, een paar kilometer ten zuidoosten van Nafplion, zijn vooral Tolo en Drepano erg in trek bij (vooral Engelse) toeristen vanwege de zandstranden, het kan er zomers dan ook erg druk zijn. Zowel Tolo als Drepano worden in de meeste reisgidsen afgedaan als karakterloze dorpen met mooie stranden. In Asine vind je naast een zandstrand een interessante opgraving.

 

Drepano beschikt over campings en een bungalowpark direct aan de strandweg achter de citrusboomgaarden. Aan het vrij drukke en rumoerige dorpsplein vind je een aantal aardige restaurants. Wie even genoeg heeft van Grieks eten, kan voor een uitstekende Italiaanse maaltijd terecht bij Da Bosco, aan de weg die van het dorpsplein naar het strand loopt. Volgens Daniël Koster, schrijver van ‘Athene en de Peloponnesus’ dankt Drepano zijn naam aan de Venetianen, die de sikkelvormige landtong als aanleiding gebruikten om dit haventje Porto Trapano te noemen. Volgens ‘Prisma Woordenboek Italiaans Nederlands’ betekent trapano echter ‘boor’, en sikkel is falce in het Italiaans.

 

Tolo ligt in een prachtige baai en is vooral ingesteld op toeristen. De hoofdstraat loopt parallel aan een smal zandstrand en bestaat voor het grootste deel uit hotels, pensions, toeristenwinkels en eetgelegenheden. Het is vooral in trek bij Engelse toeristen, maar nodigt niet uit om op ontdekking te gaan. Jammer want dit ‘Zandvoort’ ligt, zoals gezegd, aan een schitterende baai.

Voor een prima maaltijd met muziek moet je in taverne ‘To Steki' zijn. Vooral in de zomer is het hier heerlijk toeven op het terras op het strand, met en in de weekenden goede Griekse live muziek. De 'Greek Night' in hotel Aris wordt speciaal voor toeristen georganiseerd; je kunt er naar goede Griekse muziek luisteren en natuurlijk een dansje wagen.

 

Asine ligt tussen Tolo en Drepano. In het Oude Griekenland was dit een belangrijke haven.

Het huidige dorp Asíni, dat meer landinwaarts ligt, heeft niets met het oude Asine te maken. Tot halverwege de vorige eeuw heette het dorp volgens Daniël Koster nog Tzafar Aga. Als die naam nog verwijst naar de Turkse overheersing, zou hij afgeleid kunnen zijn van Kaya Zafar (‘Rots van de Overwinning’).

 

Asine volgens Pausanias

Waar eens Asinaia (dat in handen was van Argos) lag, zag Pausanias vermoedelijk dezelfde ruïnes als die wij nu nog kunnen zien. Toen de Spartanen onder aanvoering van koning Nikander in conflict kwamen met Argos, werden de Spartanen bijgestaan door de inwoners van Asine. Samen richtten ze behoorlijke schade aan. Dat kwam Asine uiteindelijk duur te staan, want toen de Spartanen naar huis terugkeerden, trok Argos onder aanvoering van koning Eratos op naar Asine om ‘wat zaken recht te zetten’. Asine hield behoorlijk lang stand onder de druk van Argos en kon Lysistratos, een sterke man uit Argos, nog uitschakelen, maar uiteindelijk bezweek het onder de overmacht van Argos. De vrouwen en kinderen konden per boot vluchten, maar de mannen werden allen gedood of later verhandeld als slaven. De vrouwen en kinderen vluchtten naar Messinia, waar de vroegere bondgenoot Sparta hen een nieuw Asine (nu: Koroni) liet stichten. Argos haalde in het oude Asine een groot deel van de muren tot op de fundering naar beneden, annexeerde het gebied en begroef Lysistratos naast de ruïnes. Pausanias zag nog wel dat het heiligdom van Pythaies, een zoon van Apollo, gespaard was gebleven.

 

De rest van de geschiedenis

We weten nu dat het gebied hier in de buurt reeds bewoond was rond 3000 v.Chr. omdat uit deze periode ‘schachtgraven' zijn gevonden. In sommige boeken worden ze ‘kamergraven’ genoemd, maar dat lijkt mij, gelet op de datering, een verkeerde benaming. ‘Kamergraven’ zoals je die tegenkomt in Dendra, dateren van de 16e eeuw v.Chr. Daarvóór waren de graven rechthoekige kuilen in de grond: ‘schachtgraven’. Zulke graven, waarvan sommige dus bewaard zijn gebleven, waren alleen voor de aristocratie.

In Asine zijn ook voorwerpen gevonden uit de proto-geometrische, de geometrische en de hellenistische periode. In deze laatste periode is vooral herstelwerk verricht aan de cyclopische muren, die je nu nog kunt zien. Omdat deze muren zijn opgebouwd uit enorme stenen, dacht men vroeger dat alleen cyclopen in staat waren geweest dergelijke muren te bouwen. Cyclopische muren zijn polygonaal (met veelhoekige stenen) en stammen uit de Myceense periode (1550-1100 v.Chr.)

In de Myceense tijd was Asine al een strategische en belangrijke havenplaats voor Argos. Zelfs zo belangrijk dat het door Homerus wordt genoemd. Hierover later meer.

 

De Romeinen bouwden in Asine een badhuis en je kunt nu nog zien dat de Venetianen de muren en torens hebben gerepareerd. Op grond van deze renovaties kunnen we aannemen dat Asine ook in de middeleeuwen nog van belang moet zijn geweest. De opgraving ligt verscholen tussen boomgaarden met olijf- en citrusbomen, maar de sfeer van oude tijden is er nog goed voelbaar.

 

Bezoek aan de opgraving

De weg van Nafplion naar Tolo leidt recht naar de opgraving van Asine. Als je vanuit Nafplion bij de zee aankomt, ligt Tolo rechts, maar direct links is de opgraving. Bij de T-splitsing zie je gelijk aan het strand de polygonale muren uit de Myceense periode (1550-1100 v.Chr.). Er staan geen hekken bij de opgraving en de toegang is vrij. Je wordt geacht het terrein om 15.00 uur verlaten te hebben.

 

Een kleine waarschuwing: omdat er bijna geen hekken en borden staan en het gras niet wekelijks wordt gemaaid, bestaat het risico dat je in een van de door planten overwoekerde cisternen of kuilen valt. Het is bij de langzaam omhoog lopende helling even zoeken naar naar de plek waar eens de toegangspoort van de burcht moet hebben gestaan.

Je vindt hier resten van de Myceners (de polygonale muren), de Hellenisten (de cisternen), de Romeinen (badhuis) en de Venetianen (reparaties aan de muren en torens). Een megaron (Myceense vergaderzaal met troon en haard) is er echter nooit gevonden.

 

Een aardige anekdote (in drie delen) over Asine:

‘Ook de goede Homerus sliep wel eens’ schreef Horatius. Zo lezen we in de 560ste regel van het tweede deel van ‘de Ilias’ – midden in de zogenaamde ‘scheepscatalogus’ tussen de eindeloze rijen van namen der vorsten die in de heilige haven van Aulis bijeen liggen – dat Homerus niet op de naam kan komen van de koning van Asine, een van Agamemnon’s niet zo prominente vazallen. ‘En ook die van Asine’ is alles wat er over hem staat. Alleen de naam van zijn akropolis was bij Homerus blijven hangen. Men wist precies waar Asine lag, maar niet wie Asine’s koning was. Doordat Homerus’ geheugen hem in de steek liet, is de naam nog steeds onbekend …

Toen archeologen tussen 1922-1927 en later vanaf 1930 bij Asine gingen graven, was de leiding van die onderneming in handen van de toenmalige Zweedse kroonprins, Gustav Adolf. In een cisterne boven op de burcht vond men een klein terracotta kopje, uit 1200 v.Chr. Duidelijk een koning, volgens de kroonprins, getuige de band om zijn hoofd als teken van zijn koningschap. De kroonprins had een koning opgegraven!

Jaren later schreef de Griekse dichter Yorgos Seferis een gedicht over de vergeten koning van Homerus. Dit gedicht heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat Seferis in 1963 de Nobelprijs voor de literatuur kreeg (en ja, uit handen van Gustav Adolf, toen geen kroonprins meer, maar koning van Zweden).

Inmiddels is gebleken dat het beeldje niet een prins of een koning voorstelt, maar een godin. Het is te zien in het Archeologisch Museum van Nafplion.

Poort naar de Akropolis in Asine

foto © willem van leeuwen

Romeins metselwerk in Asine

foto © willem van leeuwen

Polygonale muur met Venetiaans herstelwerk in Asine

foto © willem van leeuwen

uitzicht vanaf de Akropolis Asine

foto © willem van leeuwen

fragment uit: De koning van Asine

vertaling: Hans Warren en Mario Molegraaf

 

We keken heel de morgen rond bij het kasteel

eerst aan de schaduwkant, daar waar de zee

groen en zonder schittering, de borst van een gedode pauw

ons ontving zoals de tijd zonder overgang.

(…)

Geen levend wezen, de wilde duiven weg,

en de koning van Asine, naar wie wij nu twee jaar zoeken,

onbekend en vergeten door allen, ook door Homerus,

slechts één woord in de Ilias, zelfs dat ongewis

hier neergeworpen als het gouden dodenmasker.

Je raakte het aan, herinner je de klank? Hol in het licht

als een droge kruik op opgegraven grond;

en hetzelfde geluid als dat van onze riemen in zee.

De koning van Asine een lege plek onder het masker

overal bij ons overal bij ons, onder een naam

‘en Asine… en Asine…’ zijn kinderen zijn beelden,

zijn verlangens vogelgefladder, de wind

in de ruimten tussen zijn gedachten en zijn schepen

voor anker in een verdwenen haven;

onder een masker een lege plek.

(…)

Schilddragend rees de zon ten strijde

en een verschrikte vleermuis uit de diepte van een grot

raakte het licht als een pijl het schild:

‘en Asine… en Asine…’Als was zij de koning van Asine

naar wie wij op deze burcht zo omzichtig zoeken

soms met onze vingers aan zijn spoor op de stenen rakend.

Yorgos Seferiadis werkte een groot deel van zijn leven als diplomaat, onder andere als ambassadeur in Londen. Hij werd geboren in Smyrna (1900) en studeerde rechten in Parijs. Ontving in 1963 de Nobelprijs voor de literatuur. Hij schreef melancholisch over het besef van de menselijke machteloosheid, vooral ten aanzien van machtsmisbruik en onderdrukking. Het was in 1969 de aanleiding van het schrijven van een manifest tegen de kolonels (‘de vrijheid wordt gemuilkorfd’). In z’n algemeenheid verwijst hij vaak naar de Griekse Klassieken. Hij overleed in 1971 in Athene.

'Prins van Asine' in het Archeologisch museum van Nauplion

foto © willem van leeuwen

Asine in het Archeologisch Museum van Nafplion

In dit museum zijn de voorwerpen eerst chronologisch en daarna geografisch gerangschikt. De vindplaats van de voorwerpen is steeds duidelijk aangegeven. In het museum kun je veel voorwerpen uit Tiryns, Midea en Dendra zien, maar ook Asine is goed vertegenwoordigd. Een van de belangrijkste beeldjes in de collectie is een terracotta kop van een godin. Vroeger dacht men dat het een koning voorstelde, niet alleen vanwege de band om het hoofd, maar ook op grond van zijn formele of hooghartige expressie, en dus kreeg het beeldje de naam ‘Lord of Asine’ omdat het in een cisterne in Asine gevonden is. Latere wetenschappers gaan ervanuit dat het eerder om een godin gaat dan om een koning.

Ouder en dus eerder in de uitgestelde voorwerpen zie je de grote psykter (wijnkoeler) gevonden in Tiryns, vlak daarbij liggen zegels, bronzen vazen en aardewerk uit onder andere Asine. De meeste voorwerpen in de eerste zaal van het museum ze zaal zijn uit de Myceense periode (1600-1100 v.Chr.).

 

Combinatiemogelijkheden

Een bezoek aan Asine is heel goed te combineren met het Archeologisch Museum van Nafplion. Om de opgraving van Asine staat geen hek, dus daar kun je de hele dag terecht. Maar het is leuker om eerst de opgraving te bezoeken en daarna het museum, omdat de voorwerpen in het museum dan meer tot de verbeelding spreken. Daarna nog een ander museum bezoeken, gaat waarschijnlijk niet lukken: alle kleine(re) musea in Griekenland sluiten 15.00 uur (open vanaf 9.00 uur). Maar een stadswandeling door Nafplion kan natuurlijk altijd en is meer dan de moeite waard!

 

Als je het museum op een andere dag doet, heb je de mogelijkheid om het leuke vissersdorpje Vivari te bezoeken en daar bijvoorbeeld de lunch te gebruiken op een van de terrassen aan de zee.

Vivari ligt aan de kust ten oosten van Drepano, op de weg naar Kantia en Iria. Deze drie plaatsen worden samen in een apart hoofdstuk besproken. Zie daar voor meer informatie.

 

Natuurlijk kun je ook je zwemspullen meenemen en een duik nemen in de zee, direct ten oosten van de opgraving van Asine (Kastraki). Vergeet in dat geval niet je waterschoenen in verband met zee-egels.

Nog een leuk weetje is dat de Italianen in de Tweede Wereldoorlog op het hoogste punt van de ruïnes van Asine een luchtdoelafweergeschut hebben geplaatst. Met een beetje fantasie is het daarmee bijna Captain Corelli’s Mandolini. Alleen speelde dat verhaal zich af op Kefalonia, een eilandje in de Ionische Zee.

Captain Corelli's Mandolin is een film van John Madden uit 2001 naar het boek van Louis de Bernières met o.a. Nicholas Cage en Penelope Cruz, die hiermee een Golden Raspberry Award nominatie in de wacht sleepte voor ´slechtste actrice´.

Copyright © All Rights Reserved