Corinthe & Isthmia

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Corinthe 37°54'21.6"N 22°52'41.2"E (ingang opgraving)

Isthmia 37°54'54.7"N 22°59'34.3"E (ingang opgraving/museum)

Corinthe

Over de spelling: met Korinthos bedoel ik de moderne stad. Korinthia is de naam van de provincie en Corinthe is de naam van de antieke stad aan de voet van de heuvel waarop Akrocorinthe zich bevindt.

 

Korinthos ligt in het uiterste noordoosten van de Peloponnesus en vormt met de landengte van 6 km breed de enige verbinding van het schiereiland met het vasteland.

Komend met de auto vanaf Athene steek je het kanaal van Corinthe over en kom je de provincie Korinthia binnen; aan je rechterhand ligt de moderne stad Korinthos met ongeveer 36.000 inwoners. Links van de snelweg ligt, vlak voor de merkwaardige berg die je recht voor je ziet, de opgraving met de naam ‘Antiek Corinthe’ en boven op de berg ligt de archeologische vindplaats en de vesting ‘Akrocorinthe’. Samen met een deel van de provincie Argolida (en een klein stukje Attica) vormt de provincie Korinthia ‘de duim van de Peloponnesus’.

 

De geschiedenis volgens Pausanias

De regio dankt zijn naam aan Korinthos. De bewoners van deze regio beweerden dat Korinthos de zoon van Zeus was, iets wat Pausanias niet geloofde omdat hij het nergens anders bevestigd kon krijgen. Alleen de toenmalige bewoners van Corinthe zelf waren hiervan overtuigd. De oorzaak daarvan kan zijn dat er in de tijd van Pausanias geen enkele oorspronkelijke bewoner meer in de regio woonde. In zijn tijd waren de meeste inwoners van Romeinse afkomst. Eerder had Corinthe namelijk de zijde gekozen van de Achaïsche Bond in de strijd tegen de Romeinen. En dat kwam ze duur te staan, want de Romeinen versloegen deze Bond in 146 v.Chr. met gemak, waarna Corinthe volledig met de grond gelijk gemaakt werd door de soldaten van generaal Lucius Mummius, die zijn naam in de geschiedenis gevestigd wilde zien. Hij plunderde en verwoestte de stad, vermoordde alle mannelijke inwoners en verhandelde de vrouwen en kinderen als slaven. Alle beelden, vazen, schilderingen en andere waardevolle spullen werden naar Rome getransporteerd. Zo werd Corinthe, een van de oudste Griekse steden, van de kaart geveegd. Alleen de tempel van Apollo bleef gespaard. En Mummius? Hij verklaarde dat hij gehandeld had in opdracht van de senaat in Rome en daarom niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de moordpartijen door zijn soldaten. Hij bleef nog een korte periode op de Peloponnesus als consul van Rome, maakte een tocht door de rest van Griekenland en vertrok vervolgens weer naar Rome.

 

Ongeveer een eeuw later werd de stad volledig herbouwd door Julius Caesar. Deze keizer wees de stad aan als nieuwe kolonie waar vrije Romeinen zich konden vestigden. Al gauw kwamen er ook handelaren, ondernemers en zeelieden naar het nieuwe Romeinse Corinthe. In de regio vind je ook de havens van het antieke Corinthe, Lechaion en Kenchreai, alsmede het terrein voor de Isthmische Spelen (Isthmia).

 

Korinthos anno 2015

De stad is niet interessant of aantrekkelijk voor moderne toeristen, ondanks enkele brede winkelstraten, een Oosterse markt, een park en een levendige kade. Als gevolg van zware aardbevingen in 1858 en 1928 is de stad twee keer bijna volledig verwoest. De laatste behoorlijke aardschok is hier gevoeld in 1981. Door al dit natuurgeweld zijn er geen oude of klassieke gebouwen te vinden en heeft de stad geen echt eigen gezicht.

Ondanks de aardbevingen is opgewektheid volgens velen kenmerkend voor de moderne Korinthiërs. Toch schrijven de meeste reisboeken dat je de stad het beste kunt ontwijken, als je er niets te zoeken hebt. De kans is namelijk groot dat je komt vast te staan in het verkeer. De verkeersdrukte is groot, en er is geen mogelijkheid om snel de stad uit te komen.

 

Kanaal van Korinthe

Als je in deze regio bent is een (kort) bezoek aan het Kanaal van Korinthe bijna een verplicht onderdeel. Vermoedelijk ben je er al overheen gekomen toen je de Peloponnesus binnenkwam via de snelweg vanaf Athene. Het kanaal ligt ongeveer 50 meter onder de weg en het is maar 24 meter breed. Al in de Romeinse tijd heeft men geprobeerd een kanaal te graven, maar dat is toen niet gelukt. (Meer hierover in het stukje over Isthmia.) Uiteindelijk hebben de Fransen het kanaal voltooid in 1893.

Voor een kijkje van bovenaf, kun je de afslag Isthmia nemen vanaf de snelweg van en naar Athene (bruine borden met gele letters). Je rijdt dan richting Loutraki op de oude weg, parallel aan de snelweg. Voorbij de brug over het kanaal is links een parkeerplaats. De brug heeft aan weerszijden voetpaden. Het kanaal heeft aan economisch belang ingeboet omdat het te smal en te ondiep is voor grotere vrachtschepen.

 

Isthmia

De landengte (of isthmos) is altijd ongeveer 6 kilometer geweest. Pausanias wist te vertellen dat er in de oudheid pogingen waren ondernomen om op de plek van de engte een kanaal te graven:

‘(…) hoe moeilijk is het voor gewone mensenhanden het werk van de Goden te veranderen (…)’.

Het was de Romeinse keizer Nero die hier in het jaar 67 AD opdracht gaf te gaan graven. Maar het werk van 6.000 Joodse slaven en Griekse gevangenen werd abrupt beëindigd na het overlijden van de keizer, omdat het een hopeloze opdracht bleek te zijn en een grote verspilling van energie. Daarna viel men terug op de oude traditie: een boot werd aan de ene kant op het land getrokken op een rijdend platform, vervolgens naar de andere kant gerold over de weg, die men diolkos noemde, en aan de andere kant weer te water gelaten. Een deel van de diolkos is nog te zien bij Posidonia aan de noordkant van het kanaal. In de 7e eeuw v.Chr. begon men aan de aanleg van deze ‘weg’. Diolkos is afgeleid van het Oudgriekse woord diëlko dat ‘trekken’ betekent (Nieuwgrieks: έλκω).

Tegenwoordig is Patras, de hoofdstad van de provincie Achaia, de belangrijkste haven en het economisch centrum in het noordwesten van de Peloponnesus, maar in de Romeinse tijd was Corinthe het centrum van de handel en het culturele leven. De periode van voorspoed werd echter in één klap beëindigd met de invasie van de Barbaren, de Goten en de Vandalen, rond 395 AD. En alsof dat niet genoeg was, vond er nog een enorme aardbeving plaats in 551 AD. Het werd vervolgens rustig in de regio, ondanks dat de Byzantijnse keizer Justinianus I (483 – 565 AD) de stad hielp met renovaties en herbouw. Hij gaf ook de opdracht om een verdedigingsmuur te bouwen, maar het hielp de stad niet zijn belangrijkheid van weleer opnieuw te verkrijgen. Het duurde tot aan de 11e eeuw voordat Corinthe weer enige faam kreeg, en wel als hoofdkwartier van de Byzantijnse kerk op de Peloponnesus. Daarna werd de regio het doelwit van de Kruisridders en de Siciliaanse Vikingen. Zij kregen samen de verzamelnaam ‘Franken’. En in de 15e eeuw werd heel Griekenland onder de voet gelopen door de Ottomanen uit Klein-Azië.

 

Pausanias hoorde van de bewoners van Isthmia een verhaal over de oorsprong van de landengte, maar noteerde tegelijkertijd dat de bewoners van Attica, het gebied rond Athene, ongeveer hetzelfde vertelden over de oorsprong van hun regio. In ieder geval waren Helios en Poseidon aan het ruziën over wie het gebied toekwam. Het resultaat was dat Poseidon het land kreeg en Helios de berg boven Isthmia, waarna Poseidon vooral in de stad vereerd werd en de zon (Helios) boven op de berg. Pausanias stond versteld van de schoonheid van het theater en het stadion van Isthmia, die gemaakt waren van witte steen. Dat hij er zo van onder de indruk was, is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat het hele gebied, op initiatief van Julius Caesar, ongeveer 100 jaar ervoor was herbouwd en de grootste gebouwen dus relatief nieuw waren, althans niet antiek Grieks.

Als je in de tijd van Pausanias het heiligdom betrad, kwam je eerst langs de beelden van winnaars van de Spelen van Isthmia. De tempel was even hoog als de pijnbomen eromheen.

Tegenwoordig ligt Isthmia ingesloten tussen de snelweg, het kanaal, een industrieterrein en de spoorlijn.

De archeologische vindplaats (heiligdom van Poseidon in Isthmia, nu Kyparissi) houdt verband met de Panhelleense Spelen van Isthmia die elke twee jaar plaatsvonden om Poseidon te eren. Er waren gymnastiekwedstrijden en paardenrennen, maar later ook wedstrijden op het gebied van muziek, literatuur en zelfs schilderkunst. De winnaar werd gekroond met twijgen van de pijnboom die het dichtst bij het altaar stond. De eerste Spelen zouden zijn gehouden ter ere en nagedachtenis van de oosterse godheid Melikertes. Hij was de zoon van Ino en werd door zijn (gek geworden) moeder in de zee gegooid. Het kind werd gered door dolfijnen. In de versie afkomstig uit Attica ging het ook om Poseidon en Helios, maar in die versie komt ook Theseus aan bod die de zoon zou zijn van Poseidon en de eerste was die de Spelen van Isthmia organiseerde.

 

Pausanias geeft nog een variant op het verhaal: koning Athamos van Orchomenos had twee kinderen bij zijn vrouw Nephele. Hij scheidde echter van haar om met Ino te kunnen trouwen. Zij baarde vervolgens Palaimon. Daarop werd het land geplaagd door grote droogte. Ino zei tegen de koning dat het kwaad werd veroorzaakt door zijn eerste vrouw (Nephele) en haar kinderen. Om een einde aan de narigheid te maken, zou hij hen moeten offeren. De koning kreeg dit echter niet voor elkaar en werd gek. Ino vluchtte daarop met haar zoon Palaimon naar Isthmia. Om aan de toorn van haar echtgenoot te ontkomen, stortte zij zichzelf met Palaimon in haar armen in de zee; ze verdronken allebei maar werden opgenomen door de zeegoden.

De Spelen werden daarop georganiseerd ter nagedachtenis aan moeder Ino en kind Palaimon.

We weten het niet precies, maar historici gaan ervan uit dat de eerste Spelen in Isthmia in 582 v.Chr. gehouden werden; zij zouden georganiseerd zijn door ene Cispelides.

Maar de tempel dateert al van daarvoor, namelijk uit de 7e eeuw v.Chr. We weten dit omdat in de tempel votiefgeschenken zijn gevonden die gedateerd konden worden. Er zijn hier ook steenplaten met Lineair B gevonden, het Myceense schrift, waaruit blijkt dat Poseidon hier zelfs in de 11e eeuw v.Chr. al vereerd werd.

In de jaren tussen 146 en 44 v.Chr. werden de Spelen in het nabijgelegen Sikyon gehouden, omdat de mannen van generaal Mummius niets hadden overgelaten van het heiligdom. Maar met de komst van de nieuwe kolonisten werden de Spelen van Isthmia ook weer in ere hersteld.

We weten nu dat de Spelen verband hielden met de jonge Palaimon (of Melikertes) en zijn moeder Ino, die beiden verdronken waren. De bewoners van de streek waren, in nog een andere versie van het verhaal, slachtoffer geworden van hongersnood. Dit werd opgevat als een vloek, die pas kon worden opgeheven als ze de kleine jongen een behoorlijke begrafenis hadden gegeven. En zodoende ontstonden de Spelen.

Nog een laatste variant in deze kwestie vertelt dat Ino de zuster was van de zwangere Semele (in de mythologie is zij ook moeder van Dionysus). Semele werd vermoord door Hera in de gedaante van Zeus, (als gevolg van een gemene truc van de jaloerse Hera). De baby werd na de geboorte naar zijn tante Ino gebracht om hem te verzorgen en op te voeden. Daarop strafte Hera Ino door haar gek te maken en uiteindelijk wierp zij zichzelf met de baby in de golven. De zeegoden hadden echter medelijden met Ino en het kind, en veranderden hen in zeegoden. Ino werd Leukathea (‘witte godin’) en het kindje, dat Melikertes heette, werd Palaimon.

Zie het vergelijkbare verhaal van Dionysus. Zijn moeder Semele was zwanger en werd door een list van Hera op de brandstapel gegooid. Zeus haalde de foetus uit de reeds dode Semele en stopte hem in zijn dijbeen om te volgroeien tot het moment van geboorte. Vervolgens bracht Hermes Dionysus na zijn geboorte naar zijn tante voor verdere verzorging en opvoeding.

Op het heilige graf van Palaimon in Isthmia zag Pausanias een beeld van een jongetje, staand op dolfijnen en men vertelde erbij dat als iemand die hier een eed aflegde, hij die nergens meer kon herroepen of intrekken.

A = museum

B = heiligdom van Poseidon

C = oostelijk propylon

D = theater

E = Romeinse baden

F = begraafplaats (muur van Justinianus)

G = fort van Justinianus

H = stadion

 

Wat valt er nu nog in Isthmia te zien? De startlijn voor de hardloopwedstrijden in ieder geval, maar er zijn nog maar weinig restanten van de oude tempel. Dat de Romeinen het theater hebben vergroot, is goed te zien, net als de restanten van de muren van het Byzantijnse fort, maar die zijn al met al niet echt indrukwekkend. Het museum is wel zeker een bezoek waard. Je vindt hier glasmozaïeken die ooit gebruikt zijn als muurdecoraties.

Als je de archeologische vindplaats van Isthmia bezoekt, is het verstandig te beginnen bij het museum, want de expositie geeft een goed beeld van het ontstaan van de Spelen. Er zijn verschillende stukken te zien van goud, brons en ivoor. De plaquettes van de twee mannen stellen volgens sommige deskundigen vermoedelijk Plato en Homerus voor.

Het startmechanisme voor de hardloopwedstrijden is gebaseerd op het principe van een katapult. De restanten van de Romeinse baden liggen iets ten noorden van het theater.

 

Net als Nemea en Olympia, was Isthmia een festivalterrein dat maar eens in de twee jaar werd gebruikt. Dus het was geen stad met huizen, winkels en bewoners. Maar mensen kwamen hier wel naartoe om belangrijke beslissingen te nemen. Zo werd Alexander de Grote (356 – 323 v.Chr.), koning van Macedonië, hier in 336 v.Chr. tot aanvoerder gekozen in de strijd tegen de Perzen.

De vernietiging van Corinthe door de Romeinen in 146 v.Chr. trof ook het Poseidonheiligdom in Isthmia, maar gelukkig was Isthmia ook betrokken bij de wederopbouw ten tijde van Julius Caesar.

Uiteindelijk kwam de definitieve klap voor Isthmia – nadat het al een eenvoudige prooi was geweest voor de Barbaren – van de Byzantijnen, die het heiligdom als steengroeve gebruikten om de hexamilia (de muur van zes kilometer) te bouwen. Dat is de reden dat er nog maar zo weinig over is van het heiligdom. De eerste archaïsche, en dus houten, tempel, gebouwd tussen 690 en 650 v.Chr , was al rond 390 v.Chr. door brand verwoest.

In de tijd van Pausanias was de nieuwe tempel echter prachtig. Voor de tempel zag hij twee bronzen beelden van Poseidon. En Herodus Atticus schonk de tempel een gouden vierspan met hoeven van ivoor. Naast het vierspan stonden twee gouden Tritons met ivoren flanken. Poseidon en Amphitrite stonden in de wagen. Poseidon had Amphitrite gekozen tot vrouw toen hij haar zag dansen met haar zuster. Zij zag echter niets in hem en probeerde te vluchten. Poseidon achtervolgde haar op een dolfijn en was in staat haar in te halen. Na het huwelijk was Poseidon de dolfijn dank verschuldigd en maakte het dier tot sterrenbeeld.

 

Leche en Kenchria

Leche en Kenchria waren de kinderen van Poseidon en de nimf Peirene. In de regio zijn de twee havenplaatsen van het antieke Corinthe vernoemd naar deze kinderen.

In Lechaion (in het noordwesten van de engte) bezocht Pausanias het heiligdom voor Poseidon. Hij zag er een bronzen beeld van de god. Op de weg terug naar Corinthe kwam Pausanias langs het Kraneion, een tuin met cipressen en het heiligdom voor de Zwarte Aphrodite. Volgens Pausanias was Aphrodite, de Godin van de liefde, hier zwart omdat het menselijk geslachtsverkeer meestal ’s nachts (in het donker) plaatsvond, in tegenstelling tot dat van dieren. Vandaar ‘Zwarte’ (of donkere) Aphrodite. Verder bezocht hij het heilige graf van Laïs. Volgens Pausanias stond er op haar graf een beeld van een leeuw met een ram in zijn klauwen.

De mooie Laïs was afkomstig van Sicilië en werd door Atheners aan Corinthe verkocht, alwaar zij de mooiste priesteres in de tempel van Aphrodite werd, nu zouden we zeggen dat ze in de prostitutie terecht kwam. Deze dame was dikwijls onderwerp van discussie in de oudheid en zelfs nog in de dagen van Pausanias. Ze werd op verschrikkelijke wijze omgebracht door jaloerse vrouwen uit Thessalië. Op haar grafsteen stond het volgende gedicht:

 

‘Hier ligt Laïs

uit de stad van de Spelen van Corinthe

Zij was sprankelender

dan het water uit de Peirene bron’

 

theater van Isthmia (6e eeuw v.Chr.) anno 2013

foto © willem van leeuwen

Herodus Atticus

Herodus Atticus werd geboren in 101 AD in Marathon, iets ten noorden van Athene, in een welgestelde familie. Hij erfde een enorm fortuin toen zijn vader (Tiberius) overleed. Het verhaal gaat dat de vader rijk was geworden na het vinden van een schat in zijn achtertuin. Hij was zo eerlijk om het aan de keizer te vertellen en hem de schat aan te bieden. De keizer was zo onder de indruk van zijn eerlijkheid dat hij Tiberius de schat liet behouden. In ieder geval gebruikte Herodus Atticus het door hem geërfde fortuin voor het verfraaien van verschillende plaatsen in heel Griekenland. In bijna alle grote Griekse steden zijn restanten van zijn werk te vinden.

Hij was ook vriend van keizer Hadrianus en leraar van de latere keizer Marcus Aurelius. Hij bekleedde bovendien verschillende belangrijke functies in Athene. Herodus was een van de laatste grote Romeinen die getuigde van goede smaak. Hij stierf in 177 AD, en leefde dus in de tijd van Pausanias. We komen hem ook nog tegen in het hoofdstuk 'Astros'.

Bezoek aan de opgraving van Corinthe

Bij een bezoek aan de archeologische vindplaats en het museum, heb je wel even de tijd nodig want er valt veel te zien. En bovendien ben je zeer waarschijnlijk niet de enige die hier een bezoek brengt.

In de Griekse oudheid was Corinthe een belangrijk cultureel en handelscentrum omdat het beschikte over twee havens. Corinthe stond ook gelijk aan frivoliteit, vanwege de aanbidding van Aphrodite en de vele priesteressen die er hun ‘werk’ deden. Dat is onder meer de reden dat de apostel Paulus hier twee jaar van zijn leven doorbracht om te proberen iedereen op het rechte pad te krijgen. Hieronder de belangrijkste onderdelen van de ruïnes van het grootste Romeinse gebied in Griekenland.

Er is maar weinig over van het theater (A) omdat het eeuwenlang is gebruikt als steengroeve voor bouwmateriaal. De nog door de Grieken gebouwde zitplaatsen zijn het best bewaard gebleven omdat ze deels bedekt waren met de zitplaatsen die de Romeinen er later aan hebben toegevoegd. In de tweede helft van de 3e eeuw AD werd er in het theater een groot bassin gebouwd, zodat ook de Romeinse zeeslagen konden worden nagespeeld.

Het odeon (B), een klein Romeins theater, werd onder keizer Nero (periode 54-68 AD) gebouwd en in het midden van de 2e eeuw AD volledig gerenoveerd door de hiervoor genoemde, rijke Herodus Atticus. Maar na een brand in 225 AD moest het opnieuw herbouwd worden. Van die gelegenheid werd gebruik gemaakt om dusdanige aanpassingen te realiseren dat er ook gladiatorengevechten konden worden gehouden. Ongeveer 3.000 toeschouwers vonden er een plek. Pausanias vermeldt dat ernaast een gedenkplaats was voor de kinderen van Medea omdat, in een zoveelste variatie op dit thema, de kinderen niet direct na hun geboorte gedood en begraven werden, maar toen ze wat ouder waren; terwijl ze hier kwamen om offers te brengen aan Glauke, werden ze gestenigd door Corinthiërs. En omdat de Corinthiërs deze kinderen hadden gedood, moesten ze, om aan een vloek te ontkomen, elk jaar een van hun eigen kinderen offeren. Dit ging door totdat de Romeinen verboden nog langer kinderen te offeren en een gedenkplaats maakten voor alle geofferde kinderen. Let hierbij op het verschil met de versie van Euripides, waarin Medea zelf haar kinderen doodde. De versie waarin de Corinthiërs de kinderen van Medea doodden, is echter een paar eeuwen ouder.

De fontein van Glauke (C) is dicht bij de ingang van de archeologische vindplaats. Glauke verdronk zichzelf in de fontein, omdat ze dacht op die manier te kunnen ontsnappen aan het gif van Medea.

Het verhaal gaat als volgt: de tovenares Medea was getrouwd met de koning van Corinthe, Jason. Ze kregen kinderen, maar direct na iedere geboorte werden de kinderen levend begraven door Medea in het heiligdom van Hera. Zij dacht dat de kinderen daardoor onsterfelijk zouden worden. Toen Jason erachter kwam, kon hij Medea niet vergeven. Hij verliet Corinthe en ging naar Iolkos. Medea pleegde zelfmoord en het land kwam toe aan Sisyphos. Zo is het gegaan volgens Euripides. Maar er is nog een andere versie die zegt dat Jason niet gevlucht was, maar wilde scheiden van Medea om zodoende Glauke te kunnen trouwen. Medea, de tovenares, zond een betoverde mantel als cadeautje naar Glauke. Toen ze de mantel aantrok, vatte deze vlam en om zichzelf te redden, sprong Glauke in de fontein. Sinds die dag is de fontein naar Glauke vernoemd.

In een nog andere versie van het verhaal is Glauke het Oudgriekse woord voor ‘turkoois’ en daarnaast is het de naam van een nimf - zij was de personificatie van de zee. ‘Glaukefontein’ is dus een zeer toepasselijke naam. Voor de drie uit de rotsen gehouwen bassins liggen de overblijfselen van de fontein, die versierd was met pilasters, halve zuilen of pilaren tegen de muur aan.

De oorspronkelijke Glauke fontein en Peirene bron stammen vermoedelijk uit de 5e eeuw v.Chr. maar we zien hier de resten van door de Romeinen aangepaste bouwwerken.

Aan de andere kant van het museum ligt de tempel van Octavia (E). Octavia was de zuster van Augustus en de vierde vrouw van Marcus Antonius, waarover later meer. Officieel heet deze tempel ‘E’ omdat niet zeker is of het wel de tempel voor Octavia is geweest. Sommige deskundigen zijn van mening dat het - gelet op de ligging van het gebouw - ook het staatsgebouw kan zijn geweest in de koloniale tijd. Het was in ieder geval een peripteros, wat ‘van vier kanten open of toegankelijk’ betekent, had zes Korinthische zuilen aan de korte en twaalf aan de lange kant en stond op een behoorlijke verhoging. In de Byzantijnse tijd is hier een kerk gebouwd waarvan je de restanten nog kunt zien.

Van de kleine tempels (K) was er een gewijd aan Venus, een aan Apollo, en vermoedelijk een aan Hercules en een aan Neptunus. Hier worden de Romeinse namen genoemd van de goden, omdat het Romeinse tempels waren. Venus staat voor Aphrodite, Apollo bleef Apollo, Hercules is de Romeinse Heracles en Neptunus was bij de Grieken Poseidon.

De vijfde kleine tempel uit de tijd van Augustus kan een pantheon zijn, oftewel een tempel voor alle goden (pantheon is afgeleid van theos, het Griekse woord voor god, en pan betekent 'alles' of 'het geheel van').

 

In de tijd van Pausanias waren er aan beide zijden van het marktplein of agora (N) winkels (J en L) en aan de zuidkant in het midden de bema (G), een spreekgestoelte met aan weerszijden een zetel. Het hoge platform was bekleed met wit marmer en werd gebruikt voor openbare toespraken door redenaars en rechters. Dit is de plek waar in 51 of 52 AD de apostel Paulus zichzelf verdedigde voor gouverneur Junius Annaeus Gallio. Paulus was ervan beschuldigd te proberen anderen in slechts één God te laten geloven, wat tegen de regels was. Volgens een andere lezing moest hij voor het gerecht verschijnen op aanklacht van de Joden omdat hij de wetten van Mozes zou hebben overtreden. Hoe het ook zij, Paulus werd niet veroordeeld. Junius Annaeus Gallio wilde zich namelijk niet mengen in Joodse aangelegenheden en verklaarde de aanklacht niet ontvankelijk. Hij was tenslotte een Romein en had een hekel aan religieus fanatisme. Deze beslissing betekende veel voor de verspreiding van het evangelie in Corinthe. Overigens viel Junius aan het eind van zijn loopbaan bij keizer Nero in ongenade en werd rond het jaar 66 AD gedwongen tot zelfdoding.

 

Vanaf de agora liep een weg naar het noorden, de weg naar Lechaion (M), die begon met een grote triomfboog, versierd met gouden paarden. Iets verderop, vlak achter een bronzen beeld van Heracles, was de bron van Peirene (H), versierd in opdracht van Herodus Atticus. Het water uit de bron was bedoeld voor de winkels en werkplaatsen aan de agora.

Sommigen zeggen dat de Godin van de jacht, Artemis, per ongeluk Kenchreai doodde. Zijn moeder Peirene moest zó huilen van verdriet dat haar tranen een bron vormden. Pausanias vermeldt dat de bron versierd was met bakken van witte steen. De fontein heeft een binnenplaats met exedra’s aan drie zijden en een rechthoekig bassin in het midden. Een exedra is een halfronde nis of uitbouw.

Toen het (mythische) gevleugelde paard Pegasus uit deze bron dronk, werd het gevangen door Bellerophon, een jongeling uit de Archaïsche periode. Hij deed dit met behulp van het gouden tuig dat hij van Athena had gekregen. Vervolgens gebruikte hij Pegasus in zijn opdracht om de gevaarlijke chimaera (vuurspuwende draak) uit te schakelen, wat hem natuurlijk dankzij het prachtige paard ook lukte. Een minder indrukwekkende versie van dit verhaal zegt dat de bron is ontstaan omdat het paard met zijn hoeven op de grond sloeg.

Weer een stukje verderop aan de weg naar Lechaion stond een beeld van Hermes met een ram. Hermes was ook de god die zich het lot aantrok van het vee en de herders, althans dat was wat Homerus over hem vertelde in de Ilias.

 

De meeste restanten op deze archeologische vindplaats komen uit de Romeinse periode, maar de indrukwekkende zuilen van de tempel van Apollo (F) staan al rechtop sinds 550 v.Chr. Probeer er in de buurt een zo hoog mogelijk punt te vinden want dan heb je een aardig uitzicht over de agora.

Het betreft een hexastyle, peripteros-tempel, wat wil zeggen dat de tempel aan de korte zijden zes zuilen hadden en dat hij rondom zuilen had. De zuilen zijn monolithisch, uit één stuk steen gemaakt.

In de Romeinse tijd zijn delen van de tempel aan de noord- en oostkant gebruikt voor de bouw van een basiliek en de gebouwen aan het lager gelegen deel van de markt. De zware proporties en de indrukwekkende kapitelen wijzen op de bouw rond 550 v.Chr. De naos was verdeeld in twee delen. Zie ook het onderdeel 'De Griekse Tempel'.

In de Romeinse tijd werden dicht bij de tempel het handelscentrum en het culturele en religieuze centrum gevestigd. Je kunt nu de markt betreden via de noordkant, de weg van Lechaion.

Ten noorden van het theater (A) zijn de restanten gevonden van een tempel van Asclepius en van een fontein gewijd aan Lerna (niet op de kaart hierboven). De tempel van Asclepius telde aan de korte kant vier zuilen. Hij werd vermoedelijk gebouwd in de 4e eeuw v.Chr., maar alleen de fundering ervan is nog te onderscheiden.

Corinthe was in de Griekse oudheid een belangrijke stad. Archeologen hebben restanten gevonden van een neolithische nederzetting van rond 4000 v.Chr. De Doriërs kwamen naar de Peloponnesus rond 1100 v.Chr. en de opkomst van de stad Corinthe begon halverwege de 8e eeuw v.Chr. toen de stad begon met het stichten van kolonies in het westen van Griekenland (zoals het Ionische eiland Kerkyra) en in het zuiden van Italië. Syracuse op Sicilië was een van de belangrijkste kolonies in die tijd. De kolonies waren vooral belangrijk voor de handel, die de stad een steeds grotere rijkdom opleverde. Hierdoor werd Corinthe ook als cultureel centrum steeds belangrijker. De stad specialiseerde zich bijvoorbeeld in pottenbakken. In de 5e eeuw v.Chr. beleefde Corinthe daardoor het hoogtepunt van haar voorspoed. Er woonden toen ongeveer 45.000 mensen in de regio. Het was met Athene en Sparta een van de drie belangrijkste steden in Griekenland geworden en nam deel aan alle oorlogen en veldslagen tegen de Perzen. Na het definitief verslaan van de Perzen (479 v.Chr.) werd Corinthe zelfs de tweede belangrijkste stad in Griekenland (na Athene). De stad kon ook zo sterk en belangrijk worden omdat koning Cypselus, (en later zijn zoon Periander) zwaar gesteund werden door de krachtige elite van handelaren en ondernemers.

Glauke fontein Corinthe anno 2015

foto © willem van leeuwen

Peirene bron Corinthe anno 2015

foto © willem van leeuwen

tempel van Apollo Corinthe anno 2015

foto © willem van leeuwen

plattegrond tempel van Apollo Corinthe

550 v.Chr.

de Romeinse keizer Hadrianus in Griekse kleding

British Museum, Londen (130 AD)

Hadrianus

Antiek Corinthe had verschillende publieke baden, waarvan de bouw gefinancierd was door Hadrianus, de Romeinse keizer die regeerde tussen 117 en 138 AD. Hij was een erudiete persoonlijkheid en bekend met de filosofische stromingen uit zijn tijd. Hij was zeer gesteld op Griekenland, wat hem de bijnaam ‘Graeculus’ oftewel ‘Griekje’ opleverde. Hij bracht orde in de rechtspraak, creëerde een ambtenarenapparaat en stichtte verschillende steden. Tijdens zijn regeerperiode bezocht hij vrijwel alle Romeinse provincies, maar de meeste tijd bracht hij door in Griekenland. Hadrianus was zo gesteld op de Griekse cultuur dat hij liever Grieks dan Latijn sprak en zoals de Grieken zijn baard liet staan, in tegenstelling tot wat gebruikelijk was in Rome in die dagen. Zijn liefde voor Grieken en Griekenland kwam ook tot uitdrukking in zijn relatie met de schone jongeling Antinoös. Hij dacht er zelfs aan om Athene de culturele hoofdstad van het Romeinse Rijk te maken, maar dat werd natuurlijk tegengehouden door de senaat in Rome.

Ondanks het feit dat hij zijn keizerlijke kroon had gekregen dankzij zijn adoptie als kind, vond de Italiaanse renaissance filosoof, diplomaat en militair deskundige Machiavelli (1469-1527), hem een van de vijf beste keizers uit de hele Romeinse periode.

Hadrianus beschikte over een groot politiek en militair strategisch inzicht. Hij trok zijn troepen terug uit verre streken waar het rustig was of uit streken die niet interessant genoeg waren, om ze elders in te zetten waar dat nodig was. Hierboven is Hadrianus afgebeeld in Griekse kleding. Sommige kenners zeggen dat het hoofd niet het oorspronkelijke is, maar het resultaat van een restauratie in de victoriaanse periode (1837-1901). Het beeld staat in het British Museum in Londen.

Vibia Sabina was een achternicht van keizer Trajanus, die zelf geen kinderen had. Door deze familierelatie was ze voorbestemd een politiek huwelijk aan te gaan met Hadrianus, de adoptieve erfgenaam van Trajanus. Het huwelijk werd gearrangeerd door de vrouw van Trajanus, Pompeia Plotina, en vond plaats in 100 AD.

Hierdoor was Hadrianus zeker van zijn troonopvolging, maar het huwelijk werd een grote teleurstelling. Zijn relatie met Vibia Sabina was niet zo goed. Zij volgde haar echtgenoot op al zijn reizen, maar hij had geen oog voor haar. Zijn aandacht werd volkomen in beslag genomen door andere vrouwen en jongens, zoals de mooie Antinoös.

Sabina en Hadrianus kregen geen kinderen. Hadrianus zocht zijn heil dus bij anderen, maar hij accepteerde datzelfde niet van zijn echtgenote. Vanwege een al te intieme relatie van Sabina met de prefect van het leger, Septicus Clarus, werd deze laatste ontslagen. En de historicus Suetonius werd de toegang tot de keizerlijke bibliotheek en het archief ontzegd toen Hadrianus het vermoeden kreeg dat Suetonius meer belangstelling had voor Sabina dan voor zijn boeken.

Er waren onduidelijkheden rond de dood van Sabina in 136 AD. Het gerucht ging dat Hadrianus zijn vrouw had vergiftigd of dat zij zelfmoord had gepleegd.

Hoe dan ook, keizer Hadrianus was erg belangrijk voor de ontwikkeling van de Griekse kunst. We komen hem later nog tegen.

links: Antinoös, Nat. Arch. Museum Athene

midden: Hadrianus, Capitoline Museum Rome

rechts: Vibia Saqbina, Prado Museum Madrid

Marcus Antonius

Erg mooi en bijzonder zijn de drie nog overgebleven (ingekorte) zuilen van de tempel (E), die gewijd is aan Octavia, de vierde vrouw van Marcus Antonius (en de zuster van keizer Augustus Octavianus).

Dit is de beste plek om even het licht te laten schijnen op Marcus Antonius, die leefde van 83 tot 30 v.Chr. Na de dood van Julius Caesar op 15 maart 44 v.Chr. vormde hij met Lepidus en Octavianus, die later Augustus werd genoemd, een bestuurlijk driemanschap dat de leiding in Rome overnam. Marcus Antonius was tot over zijn oren verliefd op Cleopatra, die overigens eerder getrouwd was geweest met Julius Caesar.

In het begin was Marcus Antonius de sterkste en Lepidus heeft eigenlijk nooit een belangrijke rol gespeeld. Maar uiteindelijk was het Octavianus die als winnaar uit de bus kwam na de onderlinge strijd, waarbij Marcus Antonius nogal wat blunders begin. Zo gaf hij delen van het Romeinse Rijk aan de Egyptische Cleopatra en benoemde zijn kinderen bij Cleopatra tot ‘koningen’. Zijn rivaal Octavianus daarentegen was een politiek genie. Hij publiceerde ondermeer de brieven van Marcus Antonius aan zijn vrouw Octavia waarin hij aankondigde te willen scheiden, en ook haar testament. Daarop verklaarde de senaat van Rome Marcus Antonius tot staatsvijand. Marcus Antonius was tot over zijn oren verliefd op Cleopatra, die overigens eerder getrouwd was geweest met Julius Caesar.

Tijdens zijn leiderschap ontpopte Marcus Antonius zich samen met Cleopatra als een ware despoot, maar Octavianus versloeg hem bij Actium (vlakbij het huidige Preveza, ten noorden van de Peloponnesus) op 2 september 31 v.Chr.

Marcus Antonius wist samen met Cleopatra te vluchten naar Egypte, maar toen de troepen van Octavianus Alexandrië naderden, deserteerden de soldaten van het leger van Marcus Antonius en masse en sloten zij zich aan bij het leger van Octavianus. Het eens zo gelukkige stel Marcus Antonius en Cleopatra pleegde zelfmoord. Marcus stortte zich op 1 augustus in het jaar 30 v.Chr. in zijn eigen zwaard en Cleopatra kreeg hulp van twee giftige slangen, nadat ze eerst nog een voorstel had gedaan aan Octavianus dat hij natuurlijk afsloeg. Dit was op 12 augustus van datzelfde jaar.

Ptolemaeus, zoon van Cleopatra en haar eerste echtgenoot Julius Caesar, werd geëlimineerd in opdracht van Octavianus, omdat de jongen zich, als zoon van Julius Caesar, mogelijk in de toekomst zou beroepen op zijn rechtmatige keizerschap. De kinderen van Marcus Antonius en Cleopatra werden naar Rome meegenomen en verder opgevoed door Marcus Antonius’ vrouw Octavia.

Marcus Antonius en Cleopatra, in de film 'Cleopatra'

©1963 film directed by Joseph L. Mankiewicz,

(Richard Burton en Elizabeth Taylor)

Myceens aardewerk, museum Corinthe

foto © willem van leeuwen

Julius Caesar, 1e eeuw AD

museum Corinthe

foto © willem van leeuwen

Vloermozaïek, 2e eeuw AD, Romeinse villa Corinthe

museum Corinthe

foto © willem van leeuwen

In het museum is ook nog een kleine zaal met voorwerpen uit de tempel van Asclepius uit de 4e eeuw v.Chr. Interessant zijn de anathemata; dit zijn votiefgeschenken in de vorm van lichaamsdelen waarvoor genezing wordt gevraagd, meestal handen, benen, voeten en borsten. Opmerkelijk is het verschil in de armen en benen van mannen en vrouwen: die van vrouwen zijn altijd met pigment wit geschilderd.

In de moderne tijd kom je soortgelijke dingen tegen in de Grieks-orthodoxe kerk, ze worden tammata genoemd. Het zijn vaak verzilverde ex voto’s; afbeeldingen van lichaamsdelen of baby’s, maar een afbeelding van bijvoorbeeld een Volkswagen Kever kan men een enkele keer ook wel bij het altaar zien hangen.

Omdat er in het museum ook veel voorwerpen uit de geometrische periode zijn opgesteld, volgt hieronder een korte uitweiding over deze periode uit de Griekse kunstgeschiedenis.

 

De geometrische periode

Na de periode van de Myceense beschaving (1600-1100 v.Chr.) trad een periode van verval in. Vaak wordt het begin van deze periode in verband gebracht met de komst van de Dorische volkeren in Griekenland. Omdat zij de techniek beheersten om ijzeren werktuigen te maken, wordt hun komst ook wel gezien als de overgang van de bronstijd naar de ijzertijd. Deze periode van verval, waarin de levensomstandigheden enorm verslechterden, duurde zo’n tweehonderd jaar en wordt de geometrische periode genoemd, naar de wiskundige precisie waarmee pottenbakkers hun keramiek decoreerden. In eerste instantie zijn het vooral concentrische cirkels en zigzagpatronen die als versiering dienden.

De proto-geometrische periode begon rond 1050 v.Chr. en werd voortgezet tot rond 900 v.Chr. De stijl ontstond in Athene en werd op andere plaatsen gekopieerd, maar er zijn ook variaties op gevonden in bijvoorbeeld Argos. De vormen zijn vooral gebaseerd op Mycene. De amfora (grote pot voor opslag), de krater (om water en wijn te mengen) en de oinochoe (voor het schenken van wijn) komen het meeste voor, naast bekers met verschillende vormen.

 

Het keramiek werd gemaakt op een snel draaiende schijf, waardoor de resultaten preciezer werden. Cirkels en lijnen werden vaak getrokken met ‘meervoudige’ penselen. De beschilderingen zijn daardoor nauwgezetter dan die uit de Myceense periode, waar alle lijnen apart met de hand werden getrokken. De gearceerde driehoeken, schaakbord- en andere patronen zijn vooral bedoeld om de vorm te accentueren. De vol-geometrische stijl ontwikkelde zich na 900 v.Chr. In de decoraties gingen de verschillende vormen van de meander overheersen en het werd gebruikelijk om de hele pot of vaas te beschilderen.

In de 8e eeuw v.Chr. werden geschilderde dierlijke figuren populair in de decoraties. Dieren verschenen in gestileerde vorm die regelmatig werd herhaald. Ze worden niet afgebeeld als levende wezens maar als herhaalde patronen. Na verloop van tijd werden ook menselijke figuren belangrijk. Het zijn platte silhouetten met lange benen en driehoekige torso’s. De Griekse kunstenaars zagen in deze tijd het lichaam niet als één geheel, maar als een optelsom van bepaalde onderdelen. Van die verschillende onderdelen werden vooral de kenmerken weergegeven. Daarom gebeurt het ook dat de borstkas van voren wordt getoond en de benen van de zijkant. Deze manier van schilderen benadrukt het belang van een ontwikkelde borstkas, wat van levensbelang was voor sterke vechters.

Een aantal grote kraters (tot 1,5 m hoog) werd gebruikt om graven mee te markeren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat op een krater een lijkstoet werd afgebeeld. De paarden hebben een gestileerd cilindrisch lichaam en een trompetvormig hoofd, net als de kleine bronzen beelden uit die tijd. Het lijkkleed wordt opgetild om het lijk te tonen. De rouwenden trekken aan hun haren. De amfora uit het Kerameikos kerkhof van Athene (uit 750-735 v.Chr.) is een van de fraaiste exemplaren uit deze periode (zie afbeelding links). De amfora is te zien in het Archeologisch Museum in Athene, maar in het museum bij de opgraving van Corinthe staan ook een paar goede voorbeelden.

Behalve begrafenissen komen we ook zeeslagen en gevechten als decoratie tegen - gebeurtenissen die een voorname rol speelden in leven van de aristocratie. Met het begin van de archaïsche periode (na 700 v.Chr.) komt een einde aan het geometrische tijdperk.

Voor Corinthe betekent dat einde een begin van een geheel eigen, Corinthische, stijl.

Het voert te ver om hier ook de gehele Corinthische stijl te bespreken, maar hiernaast is als voorbeeld een amfoor afgebeeld uit de midden-corinthische periode (rond 590-570 v.Chr). In het museum bij de opgraving van Corinthe zijn een paar mooie exemplaren tentoongesteld. Kenmerken van de Corinthische stijl zijn zwarte figuren. De eerder gebruikte elementen uit het oriëntalisme, zoals sfinxen en palmbladeren, zijn verdwenen en er worden veelvuldig rozetten afgebeeld. Later wordt ook rood gebruikt als kleur om een betere contrastwerking met de van oorsprong vrij lichtgekleurde klei te krijgen.

De pottenbakkers uit Corinthe wedijverden gedurende een aantal eeuwen met hun collega's uit Attica.

meandervorm op amfora, Museum Nauplion 9e eeuw v.Chr.

foto © willem van leeuwen

Geometrisch (figuratief) 750 v.Chr.

Archeologisch Museum Athene

foto © willem van leeuwen

Het museum

Het museum dateert uit 1931-1932 en is gebouwd door de Amerikaanse School voor Klassieke Studies. Het toont vondsten uit de prehistorie en de Myceense periode (zaal 1) en uit de geometrische, archaïsche en klassieke periode (zaal 2). In de derde zaal vind je Romeinse mozaïeken en Byzantijns aardewerk. In de kleine Asclepius-zaal zijn aan Asclepius gerelateerde zaken te bezichtigen.

Uit de hele collectie wordt duidelijk dat Corinthe door de eeuwen heen ingrijpende ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Van belang daarbij waren natuurlijk de geografische positie, de politieke situatie en buitenlandse invloeden (handel).

In de vestibule, waar de tickets verkocht worden, hangt hoog aan de muur een vloermozaïek van twee griffioenen in gevecht met een paard, dat dateert uit 460 v.Chr. Het wordt beschouwd als een van de oudste vloermozaïeken in Griekenland.

In de zaal met de collectie uit de prehistorie vind je voornamelijk vazen uit Corinthe zelf en uit de omgeving, zoals Nemea.

 

In de zaal met de collectie uit de historische periode zie je stukken uit de vroeg-geometrische periode (rond 1000 v.Chr.) tot aan de tijd dat de Romeinen kwamen (146 v.Chr.).

Vervolgens is er ook een zaal met beelden uit de Romeinse periode; veel koppen, bustes en torso’s van de familie van Julius Caesar. Aan de korte kant van de zaal staan twee grote beelden van Barbaarse slaven. De beelden deden dienst als versiering van de façade van de twee verdiepingen tellende stoa of zuilengalerij aan de agora. Ook hangt daar een reliëf met de voorstelling van ‘De Zeven Tegen Thebe’. Voor een uitleg van dit onderwerp zie het hoofdstuk 'Nemea' en het hoofdstuk 'Sikyon'.

 

Bekijk ook vooral de Romeinse marmeren koppen van verschillende belangrijke personen uit de geschiedenis van de stad. De meeste dateren uit de 1e en 2e eeuw AD, zoals het hoofd van Julius Caesar.

In dezelfde zaal zijn ook de mozaïeken te zien die gevonden zijn in een Romeinse villa, net buiten de stadsmuren. Eén laat het hoofd van Bacchus zien in het centrum van zonnebloemachtig ontwerp; een ander mozaïek is een variatie op onze ‘Stier van Potter’ en laat een naakte herder zien, die geleund staat tegen een boom en op zijn fluit speelt en geleund staat tegen een boom.

Amfoor uit midden-corinthische periode

590-570 v.Chr.

museum Corinthe

foto © willem van leeuwen

Akrocorinthe

Akrocorinthe is de 575 meter hoge top van de berg boven de antieke stad. Zoals in het begin van dit hoofdstuk is aangegeven, kreeg Poseidon de vlakte, en de Zon de berg boven de vlakte. De bewoners van Corinthe vertelden Pausanias echter dat de Zon de berg had doorgegeven aan Aphrodite, maar boven op de berg trof hij nog wel een heiligdom voor de Zon aan en een heilig graf voor de moeder van alle Goden, een stenen altaar en een troon. Hier was ook het heilige graf van Aphrodite met een beeld van haar met de Zon, en Eros met pijl en boog.

Akrocorinthe was een fort vanaf de Archaïsche periode (7e eeuw v.Chr.) tot aan de middeleeuwen. De vader van Alexander de Grote, Phillipus II van Macedonië (382 – 336 v.Chr.) gaf hier opdracht om op de restanten van het oude fort een nieuw verdedigingscomplex te bouwen. In de loop van de geschiedenis is de tempel voor Aphrodite een paar keer aangepast en verbouwd tot een kerk, tot een moskee, tot een Turks huis en tot een Venetiaans fort.

Archeologen hebben ook vondsten gedaan uit de Myceense periode, maar de eerste verdedigingswerken zijn hier gebouwd in de 7e en 6e eeuw v.Chr.

Op weg naar de ingang van Akrocorinthe passeer je een met hedendaagse graffiti bekladde fontein met de naam Hadji Mustafa Aga. Om naar de top te gaan sla je hier linksaf. Boven deze bron ligt een complex met uitgehouwen cisternen. Het voorzag onder andere de Glauke fontein en de Peirene bron in de antieke stad van water.

Akrocorinthe heeft drie poorten: een met typisch Ottomaanse trekken, een tweede met Frankische en Venetiaanse elementen en een derde gebouwd door de Byzantijnen.

 

In het zuidelijk deel van het complex bevinden zich Turkse barakken en nog een Peirene bron.

Op de hoogste plek van het fort zijn de restanten te zien van de tempel van Aphrodite, die tevoorschijn kwamen toen men de overblijfselen verwijderde van een christelijke basiliek, maar tevens van een wachttoren en van een moskee.

Vanwege de klim naar boven is het moeilijk voor te stellen dat hier de heilige prostitutie plaatsvond, maar het is wel duidelijk dat dit de plek is waar Aphrodite vereerd werd. Op een heldere dag heb je op het hoogste punt een 360° uitzicht tot wel 60 km ver.

Akrocorinthe is tussen 09.00 en 17.00 uur te bezoeken, de toegang is vrij. Bij de ingang is een kleine brochure met plattegrond en enkele wetenswaardigheden gratis verkrijgbaar. De klim naar boven is redelijk inspannend, zeker in de zomer (neem water, zonnebrand, petje en wandelschoenen mee), maar het uitzicht is adembenemend.

 

Combinatiemogelijkheden

Combineer de opgraving van Corinthe en het museum met Akrocorinthe, of met de opgraving van Isthmia en het Kanaal van Corinthe.

 

Als je in de tijd van Pausanias Akrocorinthe verliet en de bergen introk, kwam je bij het dorpje Tenea, ongeveer halverwege Corinthe – Mycene. De inwoners beweerden dat zij afstammelingen waren van de krijgsgevangenen uit Troje. Zij zouden zich hier gevestigd hebben nadat ze waren vrijgelaten door Agamemnon. Dat is de reden waarom in Tenea Apollo zo bijzonder vereerd werd.

In een VPRO Tegenlicht (2010-2011) documentaire over deze streek (‘Een Griekse Tragedie’) wordt verteld hoe een boer bij het omploegen van zijn land op twee zeldzame kourosbeelden stuitte. Voor een uitleg over kourosbeelden zie het hoofdstuk 'Griekse Beeldhouwkunst'. De boer wilde de beelden verkopen voor 10 miljoen euro. Uitvoer van antiek is ten strengste verboden in Griekenland en illegale kunsthandel wordt gezien als een zwaar misdrijf. De boer liep tegen de lamp en kreeg een gevangenisstraf van vijf jaar. In de buurt wordt hij echter gezien als iemand die ook maar het hoofd boven water probeerde te houden in de crisisperiode.

Zie http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2010-2011/aanval-op-europa/een-griekse-tragedie.html

 

De kourosbeelden zijn inmiddels overgebracht naar het museum bij de opgraving van Corinthe, maar zijn niet tentoongesteld. Zij worden anno najaar 2015 nog steeds onderzocht en gerestaureerd. Men kon mij in het museum niet vertellen wanneer de beelden voor het publiek te zien zijn, maar vermoedelijk wordt dat pas 2016. Het antieke Tenea (de plek waar de beelden gevonden zijn) ligt tussen Chiliomodi en Klenia, links van de oude weg van Korinthos naar Argos.

 

In dezelfde documentaire vertelt Stephen Miller, gepensioneerd archeoloog, over zeventien grafkamers in de buurt van het dorpje Aidonia. De grafkamers zijn er nog wel maar de meeste schatten uit de graven zijn verdwenen. Slechts een fractie ervan is te zien in het museum bij de opgraving van Nemea. De rest is verdwenen via de illegale handel. Je vindt de graven bij Aidonia aan de weg van Nemea naar Phlious en Petri. Zie verder het hoofdstuk 'Nemea'.

Akrocorinthe vesting, 2e poort

foto © willem van leeuwen

 

uitzicht vanaf de tempel van Aphrodite, Akrocorinthe

foto © willem van leeuwen

Copyright © All Rights Reserved