Phidias

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Phidias van Athene

 

Over het leven van Phidias weet men niet echt veel meer dan dat hij geboren is in Athene in het begin van de 5e eeuw v.Chr., sommigen zeggen rond 490 v.Chr. en dat Perikles goed met hem bevriend was toen deze aan de macht kwam in Athene.

Perikles was een charismatisch, welbespraakt staatsman en legeraanvoerder, de leider van Athene tijdens de culturele en politieke bloeiperiode van deze stad. Hij leefde van 495 tot 429 v.Chr. Zijn machtsperiode lag tussen 460 en 445 v.Chr.

Phidias kreeg door zijn vriendschap met Perikles veel opdrachten voor bouwwerken en werd een soort projectleider, regisseur, ontwerper annex architect. Phidias kreeg in zijn jeugd een opleiding als schilder maar is vooral belangrijk geworden als beeldhouwer; wellicht was hij de belangrijkste beeldhouwer in zijn periode. Later stond hij aan het hoofd van zijn eigen school van beeldhouwers. Andere bekende personen uit zijn tijd waren ondermeer zijn collega beeldhouwer Polykleitos, de tragedieschrijver Sophocles, en de ontwerper van Piraeus, de stadsarchitect Hippodamus.

Sophocles (496-406 v.Chr.) was een van de drie grote Attische tragediedichters naast Euripides en Aeschylus. Hij was tevens politicus en bekleedde ook militaire en religieuze functies; zo was hij priester van Asclepius. Kerngedachte van hem was: De mens is verantwoordelijk voor zijn eigen keuzes. Soms wordt de mens misleid en komt het inzicht te laat. Hij behoorde met onder andere Phidias tot de artistieke en intellectuele intimi van Perikles.

Phidias kreeg zijn opleiding als beeldhouwer in ieder geval van Ageladas, die leefde van 540 en 470 v.Chr. Hij was een Griekse beeldhouwer uit Argos die vooral vanwege zijn leerlingen zoals Phidias, maar ook Polykleitos en Myron bekendheid heeft gekregen. Hij heeft vermoedelijk een jongere naamgenoot, ook een beeldhouwer, afkomstig uit Sikyon.

‘Phidias toont de fries van het Parthenon aan zijn vrienden’ door Lawrence Alma-Tadema, 1868

Birmingham Museum and Art Gallery

Phidias door Ingres (ca 1827)

San Diego, Museum of Art

Athena Lemnia, Romeinse kopie, origineel door Phidias

450 v.Chr., Staatliche Musee, Dresden

Athena Parthenos, Romeinse kopie

uit de 2e eeuw v.Chr.

origineel door Phidias 440 v.Chr.

Nationaal Archeologisch Museum Athene

Zodoende kreeg hij de supervisie bij de bouw van het Parthenon en veel kunsthistorici vermoeden dat hij geholpen heeft bij het ontwerpen van de beeldengroepen van het Parthenon, want uit de ontwerpen spreekt een eenheid, terwijl in de uitwerking duidelijk is dat er meerdere beeldhouwers aan het werk zijn geweest. Perikles had opdracht gegeven tot de bouw in 447 v.Chr. In de beelden van het Parthenon zien we een ontwikkeling in de weergave van de draperieën. De vroegste zijn die van de metopen, daarna werd gewerkt aan de fries en tenslotte aan de beelden in de frontons. De draperieën vertonen steeds meer plooien en worden steeds realistischer weergegeven; ze worden afwisselender en er komt meer diepte in. De steeds transparanter wordende kleding laat aan het eind van de periode (438 v.Chr.) duidelijk de lichaamsvormen zien.

Hierboven een impressie van de Nederlandse schilder Lawrence Alma-Tadema uit 1868. Phidias toont zijn Attische vrienden de noordwesthoek van de fries van het Parthenon. Hij staat zelf met de rug naar de fries om uitleg te geven. Links op het schilderij staan Socrates (469-399 v.Chr.) op de rug gezien en zijn eromenos Alcibiades (450-404 v.Chr). Beiden behoorden tot de vriendenkring van zowel Phidias als Perikles. Zie voor een uitgebreide uitleg m.b.t. erosmenos het hoofdstuk ‘Olympia’, onderdeel ‘Zeus en de jonge Ganymedes’. Het gaat om jonge jongens die dienden als liefdesobject voor oudere mannen.

We weten dat Phidias in ieder geval twee leerlingen heeft gehad die ook voor de titel ‘eromenos’ in aanmerking kwamen, de eerste was Agoracritus, die later het beeld van Nemesis in Rhamnus zou maken en de tweede was Pantarkos uit Ilia, een Olympisch kampioen free style worstelen (436 v.Chr.) die door Phidias geadoreerd werd.

Dit laatste wordt bevestigd door Pausanias, die over de laatste jongen schreef dat hij model had gestaan voor een van de beelden die de basis van het grote beeld van Zeus decoreerden.

En een andere schrijver uit die tijd, Clement uit Alexandrië, schreef zelfs dat hij had gezien dat Phidias in de pink van Zeus (in de tempel in Olympia) de liefdesverklaring ‘Καλός Πάνταρκος’ (Pantarkos is mooi) had gebeiteld.

Door zijn vriendschap met Perikles kreeg hij ook vijanden uit de hoek van jaloerse tijdgenoten en toen Perikles viel, viel Phidias ook in ongenade. In 438 v.Chr. werd hij zelfs beschuldigd van het stelen van goud van Athene. Het lukte Phidias om zijn onschuld te bewijzen, maar vervolgens werd hij opnieuw beschuldigd, nu van goddeloosheid. Dat was gebaseerd op de bewering dat hij beelden van zichzelf en van Perikles in de versiering op het schild van Athene had verwerkt. Maar wat er daarna gebeurde is onbekend. Of hij werd dat jaar gevangen gezet en stierf niet lang daarna in Athene, of hij werd verbannen en vertrok naar Olympia waar hij begon aan het cultusbeeld in de tempel van Zeus. Hij stierf daar tien of vijftien jaar later. Deze laatste versie is aannemelijker omdat het zeer waarschijnlijk is dat Phidias het cultusbeeld voor de Zeustempel in Olympia heeft gemaakt, ná de realisatie van het Parthenon in Athene.

Het is jammer dat er slechts een paar beelden van Phidias bewaard zijn gebleven, maar door het Parthenon krijgen we wel een aardig idee van zijn kunnen en zijn stijl. Zijn kunst vertoonde een idealistisch karakter dat neigt naar verheerlijking van natuurlijke vormen en proporties. Hij stond aan het begin van de klassieke periode en gaf zijn beelden een schoonheid die moeilijk te overtreffen was.

 

In de klassieke periode (450-330 v.Chr.) staat het ideaal van jeugd en schoonheid voor goden als voor sterfelijken centraal. De goden werden dan ook afgebeeld als mensen met precieze anatomie en natuurgetrouwe beweging. Maar de expressie van de goden is nog afstandelijk met een bijna vreemde stemming. Het belangrijkste en meest vernieuwende element in deze periode is de harmonie van realiteit en ideaal.

Phidias ontwikkelde deze harmonie vooral door de kleding en door een zeer gedetailleerd lichaam met alle spieren, aderen en kleine details erop en eraan, in combinatie met een ideaal hoofd.

Een van zijn vroegste werken is het beeld van Athena Promachos (‘de voorvechtster’), een groot bronzen beeld op de Akropolis van Athene, waar het is geplaatst tussen de Propyleeën (toegangspoorten) en het Erechteion (gebouw ter nagedachtenis aan de legendarische koning Erechteus van Athene). Phidias heeft het beeld kunnen maken met de oorlogsbuit van de op de Perzen gewonnen Slag bij Marathon in 490 v.Chr. Vermoedelijk heeft hij er negen jaar aan gewerkt, rond 460 v.Chr.

Athena was de beschermvrouwe van de stad en wordt afgebeeld met een schild en een speer. Volgens Pausanias was het beeld zo groot dat de punt van de speer en de veren op de helm van de godin al vanaf de zee bij Kaap Sounion te zien waren. Alleen het voetstuk heeft de geschiedenis doorstaan, het is ongeveer 5,5 m in het vierkant. In de 5e eeuw AD is het beeld naar Constantinopel vervoerd waar het tijdens de verovering van die stad door de kruisvaarders in 1203 is verwoest.

 

Een tweede beeld van Athena dat vermoedelijk van de hand van Phidias is, wordt de ‘Athena Lemnia’ (van Lemnos) genoemd. Het was een bronzen beeld, gemaakt in opdracht van de Atheense kolonisten op het eiland Lemnos. Het beeld stond op de Akropolis van Athene en is gemaakt omstreeks 451 v.Chr.

De godin is afgebeeld als een gracieuze, rustige jonge vrouw. Het beeld werd volgens Plinius ‘Athena de Schone’ genoemd omdat het zo mooi was. Haar serene uitstraling en rustige houding, de grootsheid van de voorstelling en precisie in de uitvoering waren de kenmerken. Er zijn meerdere Romeinse kopieën van bewaard gebleven, zoals het beeld hiernaast afgebeeld.

 

Een ander, gigantisch, beeld – ruim 11 m hoog – dat vaak aan hem (en zijn leerlingen) wordt toegeschreven is Athena Parthenos, gemaakt rond 447 v.Chr. Zijn ideeën met betrekking tot dit beeld werden de basis voor veel veranderingen in de beeldhouwkunst. Het cultusbeeld werd gewijd in 438 v.Chr. in het Parthenon. Er is dus een behoorlijke periode aan gewerkt.

Haar gezicht is ernstig en je ziet direct dat je te maken hebt met een standvastige godin. Het was de bedoeling van Phidias een beeld te maken dat de toeschouwer overrompelde qua schoonheid, en niet om een cultusbeeld te maken met een religieuze functie.

Athena draagt een zeer geplooide chiton (tuniek) tot op haar voeten. De ceintuur bestaat uit twee in elkaar gevlochten slangen. Haar helm is bijna een kroon die versierd is met een sfinx en twee griffioenen. Het haar valt over haar schouders tot op de borst. Daar zie je ook een beeltenis van het hoofd van Medusa.

Zij draagt een Niké (godin van de overwinning) in haar rechterhand en houdt het schild vast met haar linker. Het schild was gesierd met een tafereel van Amazonen. Op het origineel van Phidias zou op het schild zijn eigen beeltenis en die van zijn goede vriend Perikles zijn verwerkt. Dit leverde hem de beschuldiging van goddeloosheid op.

De huid van het gezicht en van de armen was van ivoor en een groot deel van de rest was beslagen met goudplaten. Dat hield in dat een groot deel van het vermogen van Athene in dit beeld zat en daarom liet Lacharas in 296 v.Chr. het goud vervangen door brons, zodat hij met de opbrengst van het goud zijn leger kon betalen. Twee (kleinere) Romeinse kopieën van dit beeld zijn bewaard gebleven en te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

En dan is er natuurlijk nog de Zeus van Olympia, Phidias’ opus magnum, gewijd in de tempel in Olympia in 432 v.Chr. Dit beeld gold in de Oudheid als een van de zeven wereldwonderen. Afbeeldingen ervan zijn gevonden op munten uit de provincie Ilia (of Elis). Deze geven ondanks hun bescheiden afmetingen een aardige indruk van het beeld. Zeker als je ze in verband brengt met met wat Plinius en Pausanias over het beeld hebben geschreven.

Toen de tempel voor Zeus in Olympia er al ruim twintig jaar stond werd Phidias gevraagd om een cultusbeeld te creëren. Er werd zelfs een werkplaats voor hem gemaakt met dezelfde afmetingen als de naos, de centrale ruimte in de tempel, zodat hij kon werken met dezelfde maten en proporties als de ruimte waar uiteindelijk het beeld zou komen te staan. Aangenomen wordt dat hij hiervoor gevraagd was, omdat hij rond 438 v.Chr. bekend was geworden door het Parthenon in Athene.

Helaas werd de werkplaats in Olympia van de beeldhouwer later de fundering voor een Byzantijnse kerk, dus om de werkplaats te ontdekken moest eerst de Byzantijnse kerk worden ontdekt en opgegraven. Dat gebeurde in 1958. Men vond in de werkplaats verschillende gereedschappen van de beeldhouwer en een kom met de inscriptie ‘ik behoor aan Phidias’.

Het is zeer waarschijnlijk dat het beeld van Zeus naar Constantinopel is vervoerd, alvorens de tempel in opdracht van Theodosius II in de 5e eeuw AD werd verwoest. In Constantinopel zou het beeld in 475 verloren zijn gegaan bij een grote brand.

Pausanias schreef over het beeld: ‘De god is gezeten op zijn troon en is gemaakt uit goud en ivoor. In zijn rechterhand houdt hij een Niké en in zijn linker een scepter die is ingelegd met allerlei metaalsoorten. De sandalen en het gewaad van de god zijn van goud. In het gewaad zijn gesmede figuren en lelies aangebracht. De troon is voorzien van goud, edelstenen, ebbenhout en ivoor en van geschilderde en gebeeldhouwde figuren. Zeus draagt een kroon van olijventakken en een arend zat op zijn staf.’

 

Phidias is door de eeuwen heen een inspiratiebron geweest voor veel kunstenaars. Hierboven heb je al afbeeldingen van Phidias gezien van de Nederlands-Engelse schilder Alma-Tadema en van de Franse schilder Ingres uit 1827.

Maar ook de surrealistische kunstenaar Salvador Dali verwerkte een beeld uit het Parthenon in een van zijn werken. De riviergod Illissus is bij Dali opgebouwd uit vele hoorns van de neushoorn. Dali was geobsedeerd door bijna wiskundige wetmatigheden van de vorm en kromming van de hoorn van de neushoorn.

Rhinocerotic Disintegration of Illissus of Phidias

(Salvador Dali, 1954) (privé collectie, Parijs)

Copyright © All Rights Reserved