Polykleitos

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

de Doryphoros (Romeinse kopie),

origineel ca 450-440 v.Chr.,

Nationaal Museum in Napels

 

de Diadoumenos (Romeinse kopie)

origineel ca 430 v.Chr.,

Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

Polykleitos (de Oudere) van Argos

 

Deze beeldhouwer werd geboren rond 480 v.Chr., vermoedelijk in Argos, maar Plinius houdt het op Sikyon. Hij was actief in de periode tussen 460 en 415 v.Chr. In zijn leven was hij al enorm bekend en werd hij beschouwd als een van de knapste kunstenaars van zijn tijd. Plinius schrijft over hem dat hij zijn hoogtepunt bereikte tijdens de 90ste Olympiade, dus rond 420 v.Chr. Dat komt overeen met de tijd dat hij het cultusbeeld voor het Heraion in Argos maakte. Naast dit beeld van Hera heeft hij twee beelden gemaakt die enorm belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van de beeldhouwkunst (de Diadoumenos of atleet met haarband en de Doryphoros of speerdrager).

 

Samen met zijn tijdgenoot Phidias leerde hij het vak aan de ‘School van Agelades’. Polykleitos werd later de oprichter van de ‘School van Argos’, een vernieuwende stroming in de beeldhouwkunst. Zijn invloed op andere beeldhouwers was daardoor enorm.

Polykleitos was de eerste die een boek schreef over de kunst van het beeldhouwen. In dat boek nam hij allerlei regels op, waarop deze kunst gebaseerd zou moeten zijn. Beïnvloed door Pythagoras zouden volgens Polykleitos alle onderdelen van het beeld (de naakte, staande, jonge atleet) in een bepaalde verhouding tot elkaar moeten staan. Hij noemde het de symmetria of ‘meetbaarheid en vergelijkbaarheid’. Het is echter steeds onduidelijk gebleven of het alleen ging om de lengte, breedte en hoogte, of dat ook volume en vorm daartoe behoorden. Of wellicht een combinatie van deze zaken. In ieder geval maakte hij duidelijk dat de maat van de vingers bepalend was voor de grootte van de handpalm, die weer bepalend was voor de pols, elleboog, onderarm en zo verder. De ideale verhouding van het hoofd tot het lichaam zou volgens hem 1 : 7 moeten zijn. Dit fenomeen van gedicteerde verhoudingen was nieuw voor de Griekse beeldhouwkunst.

Zijn boek werd een verplichte richtlijn of een ‘canon’ voor zijn leerlingen. Deze bundel met regels voor beeldhouwen werd gedurende een periode van honderd jaar bestudeerd en als uitgangspunt genomen. Zijn theorie komt het best tot uitdrukking in een van zijn bekendste werken de Doryphoros (de speerdrager), met de ideale proporties en maten van het menselijk lichaam. Hij maakte het beeld speciaal om de wiskundige regels van zijn symmetria en artistieke perfectie te illustreren. Dat deed hij rond 440 v.Chr.

Het beeld toont dan ook de ideale proporties en verhoudingen van de verschillende onderdelen ten opzichte van het geheel. In feite was Polykleitos de eerste beeldhouwer die perfectie nastreefde en daarmee was hij de eerste die schoonheid (of esthetiek) bracht in de Griekse beeldhouwkunst. We zien in zijn werk een prachtige balans tussen spanning en ontspanning van de verschillende onderdelen. In al zijn werken staan de figuren stevig op één been, terwijl het andere in relatieve rust verkeert. Daarom spreken we van een balans van verhoudingen, maten en beweging of spanning. Polykleitos gaat in dit beeld op zoek naar de reactie van het lichaam als hij de atleet op een rustbeen laat staan en hem een meer natuurlijke houding geeft. Het linkeronderbeen staat iets naar achter en de linkerhiel komt daardoor iets van de grond. Dit wordt de ‘lopende stand’ genoemd. Het geeft aan het beeld een beweging die naar voren is gericht en je vraagt je af of iemand op deze manier staat als hij niet loopt.

De horizontale as door de heupen is iets gekanteld en de samentrekking van de spieren heeft invloed op de houding van de torso. Het standbeen is zo stevig neergezet dat het gemakkelijk al het gewicht kan dragen. Door het hele lichaam heen wordt spanning en rust meerdere keren afgewisseld. De rechterarm hangt ontspannen naar beneden, terwijl de linkerarm gebogen is en gespannen, omdat hij de speer draagt. Bij de benen is het juist andersom: het rechterbeen is gespannen omdat dit het standbeen is, het linkerbeen is iets gebogen en kent geen spanning. Bij deze contrapposto houding zien we een lichte S-vorm in het lichaam.

 

Polykleitos heeft met het beeld duidelijk geprobeerd zo dicht mogelijk bij de realiteit te komen, zowel in het weergeven van het skelet (sleutelbeenderen en knieën bijvoorbeeld), als van de spieren. Maar ook de aderen en het haar maken het beeld bijna levensecht. Het zijn de ideale mathematische proporties van de atletische figuur, waardoor het beeld een ideaalbeeld lijkt en je vraagt je wellicht af of deze figuur nu wel echt realistisch is of toch vooral ideaal. We kunnen ervan uitgaan dat Polykleitos in eerste instantie de behoefte had om de ideale schoonheid van het mannelijk naakt weer te geven, zoals menig beeldhouwer voor hem dat ook al had gedaan. Naaktheid was het belangrijkste element om perfectie te kunnen uitbeelden. De gelaatsuitdrukking is afstandelijk en kalm; dit is kenmerkend voor de klassieke periode. Je ziet dezelfde uitdrukking bijvoorbeeld in de beelden van het Parthenon. De boomstam en het steunbalkje zijn toegevoegd door de Romeinse kopiist. Het bronzen origineel had die steun niet nodig.

Meer dan 50 kopieën van dit beeld zijn bewaard gebleven en eenvoudig te herkennen. Over de identiteit van de atleet zijn de historici het niet eens, maar de laatste tijd wordt aangenomen dat het om Achilles gaat. De speer was in die tijd een machtig wapen en Achilles komt (met speer) in ongeveer dezelfde houding voor op verschillende vazen uit dezelfde periode.

 

Een ander bekend kunstwerk van hem is de Diadoumenos of de atleet met de haarband. Hij maakte dit beeld ongeveer twintig jaar na de Doryphoros. Alles van dit beeld lijkt op dat van de Diadoumenos zoals de houding, de anatomie en de vorm van het hoofd.

Het beeld laat een atleet zien die op het punt staat zijn haarband goed te doen. Opnieuw zien we hier een perfecte balans tussen spanning en ontspanning, proporties en beweging. Het grootste deel van het lichaam rust ook op het rechterbeen, maar het laat nog beter de harmonie van spanning en ontspanning zien; beter dan in de Doryphoros omdat de draai in de torso natuurlijker is weergegeven.

Daarnaast is het hoofd ook iets krachtiger gedraaid. Bovendien is het haar nog wat realistischer dan bij het eerdere beeld. Aldus creëerde Polykleitos een nieuwe benadering in de beeldhouwkunst. Het algemene streven in zijn kunst was helderheid, balans en volledigheid. Zij enige medium om hierover te communiceren met anderen was het beeld zelf, het lichaam van een naakte atleet, wiens houding ligt tussen het moment van rust en beweging.

 

De wiskundige (en niet de arts) Hippocrates stelde de beelden van Polykleitos gelijk aan de begrippen evenwicht en ritme. ‘Perfectie’, zei Polykleitos, ‘komt stukje bij beetje tevoorschijn, maar in grote aantallen’. Daarmee bedoelde hij dat een beeld gecomponeerd moet worden uit heldere definieerbare onderdelen, die allemaal gerelateerd zijn aan elkaar en aan het geheel in een evenwichtig systeem van verhoudingen.

 

We weten dat Polykleitos ook het enorme beeld van Hera gemaakt heeft voor het Heraion van Argos. Dat gebeurde in de periode 420-417 v.Chr. Ook dit beeld is verloren gegaan en zijn er geen Romeinse kopieën van bekend, maar het werd in zijn tijd vergeleken met het gigantische beeld van Zeus (van Phidias) in de tempel in Olympia. Het beeld van Hera was zeker een meesterwerk, maar Polykleitos was toch in eerste instantie de beeldhouwer van atleten. Een afbeelding ervan kom je wel tegen op Romeinse munten en Pausanias heeft het beeld beschreven:

Het beeld van Hera zit op een troon. Het is erg groot, van goud en ivoor, en gemaakt door Polykleitos. Ze draagt een kroon met figuren van de Chariten en de Horai en in één hand draagt ze een granaatappel, in de ander en een scepter. (...) De vogel die op de scepter zit zou een koekoek zijn.

 

Helaas zijn deze twee belangrijke beelden – die oorspronkelijk van brons waren - verloren gegaan. Gelukkig is er veel en vaak in de geschiedenis over geschreven en hebben de Romeinen er prachtige kopieën van gemaakt. Men gaat er overigens van uit dat veel beelden die aan Polykleitos worden toegeschreven, feitelijk gemaakt zijn door zijn leerlingen. Hij had tenslotte een school gesticht, die in de praktijk functioneerde als een enorme werkplaats waar flink geproduceerd werd. Maar ook al zijn de beelden soms gemaakt door leerlingen, zijn invloed op de ontwikkeling van de beeldhouwkunst erg groot is geweest. Zoals gezegd heeft hij veel beeldhouwers van zijn tijd maar ook nog van na zijn dood beïnvloed.

We weten dat Polykleitos ook het enorme beeld van Hera gemaakt heeft voor het Heraion van Argos. Dat gebeurde in de periode 420-417 v.Chr. Ook dit beeld is verloren gegaan en zijn er geen Romeinse kopieën van bekend, maar het werd in zijn tijd vergeleken met het gigantische beeld van Zeus (van Phidias) in de tempel in Olympia. Het beeld van Hera was zeker een meesterwerk, maar Polykleitos was toch in eerste instantie de beeldhouwer van atleten. Een afbeelding ervan kom je wel tegen op Romeinse munten en Pausanias heeft het beeld beschreven:

Het beeld van Hera zit op een troon. Het is erg groot, van goud en ivoor, en gemaakt door Polykleitos. Ze draagt een kroon met figuren van de Chariten en de Horai en in één hand draagt ze een granaatappel, in de ander en een scepter. (...) De vogel die op de scepter zit zou een koekoek zijn. (uit: Pausanias Beschrijving van Griekenland, Gids van toen voor de toerist van nu door Peter Burgersdijk, Amsterdam 2011). De Chariten kennen wij als ´de drie gratiën´: Aglaia (schoonheid en glans), Euphrosyne (vreugde) en Thalia (opbloeiend geluk). Zij inspireren de mensheid tot talent en creativiteit.

Horai zijn de godinnen van de seizoenen, dochters van Zeus en Themis (de personificatie van orde en recht). De Grieken kenden drie seizoenen: lente, zomer en winter.

 

Romeinse schrijvers zoals Pausanias, hebben in totaal ongeveer twintig beeldhouwers genoemd uit de ‘School van Polykleitos’ die zijn regels hebben overgenomen. Skopas en Lysippus zijn daarvan de twee bekendsten.

 

Polykleitos met de toevoeging ‘de Jongere’, werkte in de vierde eeuw v.Chr. Hij was een belangrijk architect (o.a. van het theater en het tholosgebouw in Epidaurus). Het is niet zeker of hij een zoon van Polykleitos de Oudere was, alhoewel daar in veel boeken wel van wordt uitgegaan.

 

Copyright © All Rights Reserved