Praxiteles

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Praxiteles van Athene

 

Praxiteles werd geboren in Athene aan het eind van de 5e, of het begin van de 4e eeuw v.Chr. Men neemt aan dat hij al overleden was toen Alexander de Grote in 336 v.Chr. aan de macht kwam, anders had deze hem zeker in dienst genomen. Alexander vroeg namelijk tijdens zijn bewind alle grote kunstenaars voor hem te werken. En op grond hiervan bestaat het vermoeden dat Praxiteles reeds overleden was of in ieder geval niet meer werkzaam was, toen Alexander aan de macht kwam. Zijn bekendheid als beeldhouwer contrasteert met het feit dat zo goed als niets van zijn leven bekend is. Zo wordt er gegist naar wie zijn vader was, maar aangenomen wordt dat het de redelijk bekende beeldhouwer Kephisodotos moet zijn geweest. Deze man kan even goed zijn leraar zijn geweest. Of beide. En vermoed wordt dat de zonen van Praxiteles Timarchos en Kephisodotos heetten. Deze laatste zoon, met de naam van zijn grootvader zou volgens Plinius, het talent van zijn vader hebben geërfd. In Griekenland is het overigens nog steeds gebruikelijk om de eerste zoon naar de vader van de vader te vernoemen.

In tegenstelling tot de beeldhouwers uit de 5e eeuw v.Chr., zoals Phidias, beeldt Praxiteles de goden af in hun heiligheid, maar het was niet zijn bedoeling om de goden te portretteren als almachtigen tegenover onmachtige (sterfelijke) gewone mensen. Hij probeerde juist de menselijke aspecten van de goden weer te geven, zoals stemmingen. Maar door hun bovenmenselijke schoonheid weten we dat we naar beelden van goden kijken. Geliefde onderwerpen voor hem waren Eros, Apollo, Artemis, Hermes en Dionysus. Het verkoos deze jongere goden boven de oudere, zoals Zeus, Poseidon of Themis. Praxiteles en zijn leerlingen werkten vrijwel uitsluitend met marmer. Dit is opvallend omdat veel beeldhouwers in deze periode vooral met brons werkten. Waarom hij met marmer werkte is niet bekend. Bronzen beelden werden (vaak in delen) gegoten in mallen, zodat er meerdere exemplaren konden worden gemaakt, maar marmer heeft (naast de kleur) de eigenschap dat het relatief eenvoudig bewerkt kan worden. Bovendien was het materiaal goedkoper en vrijwel altijd voor handen. Vooral het marmer van het eiland Paros was uitstekend geschikt voor beeldhouwers.

Zijn saters waren prachtige jonge mannen, vrolijke en ondeugende boswezens, behorend tot het gevolg van de god Dionysus. Een veel voorkomend attribuut is de fluit. Ze staan bekend om hun lust voor wijn en het verleiden van nimfen. Zij lieten instinct boven rede gaan, anarchie boven orde, extase boven ascese, overvloed boven matigheid.

Bokkenstaart, -oren, soms ook -poten, en af en toe een erecte penis behoorden in de mythologie tot hun fysieke kenmerken. Saters werden eerder meestal sterk behaard en bebaard afgebeeld, maar niet meer bij Praxiteles. Bij hem zijn het rustig ogende, knappe jongemannen geworden, die met hun houding wellust en vervoering aangeven.

 

De ´Leunende Sater´ in het Capitoline Museum in Rome wordt vaak aangemerkt als een Romeinse kopie van een werk van Praxiteles, maar het komt niet voor in zijn lijst met vervaardigde beeldhouwwerken. Toch zijn van het beeld zijn 115 kopieën bekend. De stijl is hard en eenvoudig.

Doordat de jongeling puntige oren heeft, weten we dat het om een sater gaat. Hij staat bijna onstevig op één been en rust met een arm op een boomstronk. Heel nonchalant wordt de voet van het rustbeen achter die van het standbeen geplaatst. Plinius beschrijft het beeld als ´het bekende beeld van een dronkaard´ van Praxiteles.

Als je kijkt hoe de kleding en het haar van de sater is weergegeven, leg je niet direct een verband met de fijnheid en gedetailleerdheid die we in andere beelden van Praxiteles tegenkomen. Het beeld van ´de Schenkende Sater´ in het Walters Art Museum in Baltimore komt dan eerder in aanmerking voor de titel ´Romeinse kopie van een Praxiteles´. De houding van deze jongeling komt veel meer overeen met die van ´de Hermes en de kleine Dionysus´ (zie hieronder) en bovendien is de afwerking van het lichaam veel fijner.

 

De Hermes en de kleine Dionysus’ en de Aphrodite van Knidos

Het beeld ‘de Hermes en de kleine Dionysus’ is gevonden in 1877 in de ruïnes van de tempel van Hera in Olympia. Het beeld heeft in het museum bij de opgraving een eigen zaal. Je kunt het van alle kanten bekijken. Het is een voorbeeld van het naturalisme en realisme van de Griekse kunst uit de 4e eeuw v.Chr. De goden zijn niet langer in actie, maar staan in een rustige houding.

Hermes brengt de pasgeboren Dionysus naar de zusters van zijn door Hera vermoorde moeder (Semele). Hier zijn ze onderweg, maar ze stoppen even om uit te rusten.

Op grond van wat Pausanias heeft geschreven over Olympia is het beeld toegeschreven aan Praxiteles, maar er bestaat onder kunsthistorici een grote controverse over. Als het beeld in de 4e eeuw is gemaakt, heeft het in ieder geval bijgedragen aan wat men later de stijl van Praxiteles is gaan noemen.

Sommige historici stellen dat het niet een originele Praxiteles is, omdat er in de Romeinse tijd geen enkele kopie van is gemaakt. Er is er recent slechts één ontdekt in de vorm van een wandschildering in Pompeï. Dat is vreemd, als het een beeld van een erg bekende beeldhouwer was. Dus alleen omdat Pausanias had vernomen dat het van Praxiteles was en het beeld ook met eigen ogen had gezien, wordt het aan deze beeldhouwer toegeschreven; hij zou het op latere leeftijd hebben gemaakt. Weer anderen houden vol dat het beeld in de hellenistische periode gemaakt is door een zekere Praxiteles uit Pergamon (West-Turkije).

In de gids ‘Olympia, the archaeological site and the museum’ uitgegeven door Ekdotike Athenon in 2006, wordt verteld dat het beeld oorspronkelijk ergens in de altis stond, maar toen de Romeinen van de Heratempel een museum hadden gemaakt, hebben zij het beeld daar naartoe verhuisd. In die tijd is er ook nog gewerkt aan de rug van Hermes, waardoor sommigen nu denken dat het een Romeinse kopie betreft. De gids stelt dat het een oorspronkelijke Praxiteles is en dat de Romeinen er later nog wat aan gewerkt hebben. De rug van Hermes vertoont daardoor nog sporen van de rasp en de beitel.

Het beeld is 2,13 m hoog; in de zaal staat het op een verhoging, waardoor je tegen het beeld op kijkt. Hermes rust – heel uitgekiend door de beeldhouwer – met een arm op een boomstronk, waarover zijn himation (tuniek) hangt, waardoor het beeld stevigheid krijgt. Op die arm draagt Hermes de pasgeboren Dionysus, de god van festivals, wijn, theater en vieringen. Waarschijnlijk hield Hermes in zijn rechterhand een trosje druiven. De kleine Dionysus kijkt er naar. Het beeld moet in de oudheid gekleurd zijn geweest want er zijn resten van bruinrode verf gevonden in het haar van Hermes en op zijn sandaal. Het is bekend dat Praxiteles veel heeft samengewerkt met de schilder Nikias, ook een bekend kunstenaar in die tijd. Over de sandaal wordt trouwens ook gediscussieerd onder wetenschappers: het soort dat afgebeeld is, zou niet gebruikelijk zijn in de tijd dat Praxiteles geleefd heeft. Maar dat wordt ook weer tegengesproken.

In mei 1877 werden verschillende delen van het beeld opgegraven door een Duitse archeologische expeditie, onder leiding van Ernst Curtius. Het beeld was in de loop van de tijd goed beschermd geweest door een dikke laag klei en zodoende verkeerde het in een uitstekende staat. Hermes mist wel wat lichaamsdelen zoals een deel van zijn rechter bovenarm, twee vingers van zijn linkerhand, delen van de onderarmen onder de ellebogen e.d. Het linkeronderbeen is een replica, net als het rechterscheenbeen. Ook de jonge Dionysus is niet helemaal compleet en een deel van de boomstronk waartegen aan wordt geleund ontbreekt, maar de oude sokkel, gemaakt van grijze kalksteen tussen twee blokken marmer is compleet.

Praxiteles werd vaak genoemd in teksten uit zijn tijd, en we nemen daarom aan dat hij erg bekend moet zijn geweest. Zo zeggen twee schrijvers (Plinius en Pseudo Lucianus) dat zijn ‘Aphrodite van Knidos’ het bekendste beeld moet zijn uit de Griekse geschiedenis. Voor het eerst in de geschiedenis werd een realistische, monumentale vrouwenfiguur volledig naakt afgebeeld.

Zijn beeld van Aphrodite laat de godin zien die op het punt staat een ritueel bad te nemen en zo haar reinheid terug te krijgen. De reeds uitgetrokken kleding hangt over een vaas. Met haar linkerhand beschermt ze haar intieme delen op een onopvallende manier.

Omdat er veel (min of meer gelijkende) kopieën van gemaakt zijn, kun je stellen dit beeld razend populair was.

Het beeld werd gemaakt in opdracht van de inwoners van Kos, maar toen het klaar was wilden zij het niet hebben, omdat het ongehoord was een godin naakt af te beelden. Praxiteles heeft daarna een ander, aangekleed, beeld gemaakt voor Kos.

Die aangeklede versie is niet bewaard gebleven en voor zover we weten zijn er geen kopieën van gemaakt. Het naakte beeld ging naar Knidos (een kustplaats in het huidige Turkije, tegenover het eiland Kos) en het kreeg een plek in een openluchttempel. Het werd zo opgesteld dat het beeld van alle kanten bekeken kon worden. Het werd (in plaats van beschermvrouw) een toeristische attractie en men vroeg zich af wie er model voor had gestaan. Het gerucht ging dat dat de beeldschone Phryne was, de maîtresse van de grote meester. Zij was daar zelf wel trots op en schreef later dat ze het wel prettig vond dat mensen aan Praxiteles dachten terwijl zij naar háár beeltenis keken. Nicomedes I uit Vithynia bood aan om de enorme schulden van Knidos over te nemen in ruil voor het beeld, maar de inwoners van Knidos weigerden.

En tenslotte gaan over het beeld voor Knidos nog meer verhalen: een ervan gaat over het feit dat er op de rechterdij van Aphrodite een vlek zit. Men zegt dat het beeld zo mooi en levensecht was dat een jongeman zich in de tempel heeft laten insluiten en ’s nachts de liefde heeft bedreven met het beeld.

Een andere mooie annotatie is dat, toen Aphrodite het beeld zelf zag, uitriep:

 

‘Paris heeft mij naakt gezien, Adonis en Anchises.

Ik wist van deze drie, maar waar heeft Praxiteles mij naakt gezien?!’

 

Simon Goldhill in ‘Love, Sex & Tragedy’ (2004) op blz. 41: The [original] statue is now lost, but a Roman copy reveals how the figure is poised as if the goddess has been surprised at her bath, discovered in her nakedness by the viewer. One hand reaches out towards her robe. The other covers her genitals in a gesture which both veils them from the spectator and at the same time draws the attention to the place concealed. Her eyes are turned away, coyly or knowingly, from the gazing spectator.

 

De Franse schilder Jean-Louis Gérome maakte in 1861 het schilderij van Phryne. Zij stond bekend als courtisane, een vrouw van lichte zeden die hoofdzakelijk in voorname kringen verkeert. Zij stond terecht omdat ze de Mysteriën van Eleusis ontheiligd zou hebben. Toen haar verdediger bemerkte dat het vonnis wel eens negatief zou kunnen uitpakken, trok hij haar de kleding van het lichaam. De rechters waren daarop zo onder de indruk van de schoonheid van haar lichaam dat zij haar vrijspraken.

Phryne voor het gerecht door Jean-Louis Géròme, 1861

Kunsthalle, Hamburg

de Leunende Sater, Romeinse kopie

naar Praxiteles (?), Musei Capitolini, Rome

de Schenkende Sater, Romeinse kopie

naar Praxiteles (370-360 v.Chr.)

Walters Art Museum, Baltimore

 

‘Hermes en de kleine Dionysus’

van Praxiteles, ca 340 v.Chr.

de Aphrodite van Knidos, Vaticaans museum

Romeinse kopie, origineel ca 350 v.Chr.

 

Hieronder volgt nog een toelichting op enkele andere (minder bekende) beelden die vanwege dezelfde fijnheid en elegantie als ´de Hermes en de kleine Dionysus´ soms aan Praxiteles worden toegeschreven.

Het eerste is een Apollo die toegeschreven wordt aan Praxiteles: ´de Apollo Lykeios´. Apollo staat tegen een boomstronk aangeleund en zijn rechterhand rust op zijn hoofd. Het dragen van vlechten bovenop het hoofd is typisch voor de jeugd. Het wordt Lykeios genoemd naar een school in Athene.

Het tweede beeld is ´de Apollo Sauroktonos´ (de hagedisdoder), een beeld van een jongeling die tegen een boom aangeleund staat en een hagedis wil doodslaan. Er staan kopieën van in het Louvre, in het Vaticaan en in het Nationaal Museum van Liverpool.

Het Cleveland Museum of Art kondigde in 2004 de aanschaf aan van een bronzen Apollo Sauroktonos, als zijnde een bijna compleet, origineel werk van Praxiteles. Het zou worden tentoongesteld in Parijs op een Praxiteles overzichtstentoonstelling. Onder druk van Griekenland is het beeld toen uitgesloten omdat het op illegale wijze verkregen zou zijn door de Amerikanen.

 

‘Het Leconfield hoofd’ is een onderdeel van een beeld dat erg lijkt op het hoofd van ‘de Aphrodite van Knidos’ en daarom aan Praxiteles wordt toegeschreven. Maar op de website van het Louvre lees je dat het vermoedelijk ten onrechte aan hem toegeschreven is. Het zou eigenlijk vlak na zij dood gemaakt zijn, rond 330 v.Chr. door één van zijn zoons.

Het hoofd wordt vernoemd naar Lord Leconfield, eigenaar van Petworth Park & House in Sussex, waar het beeld tentoongesteld wordt (en in ieder geval op de website foutief gedateerd wordt op 5e eeuw v.Chr.)

 

En vergelijkbaar hiermee is ‘het Aberdeen Hoofd’ dat vrijwel identiek is aan dat van ‘de Hermes en de kleine Dionysus’, maar daarmee houdt iedere vergelijking op. Het is zeker geen Hermes, maar wel een origineel Grieks beeld in de stijl van Praxiteles en gemaakt na ‘de Hermes en de kleine Dionysus’. Vermoedelijk dateert deze kop dan ook uit de periode 350-325 v.Chr. Als de ‘de Hermes’ uit Olympia echter géén originele Praxiteles is, maar een Romeins werk, dan zou dit ‘Aberdeen hoofd’ ook geïdentificeerd kunnen worden als een werk met invloeden van Skopas, zoals uit de diepliggende ogen en vlezige wenkbrauwen blijkt, of met invloeden van Lysippus, afgaande op de robuuste energieke uitstraling van het gezicht. Het wordt daarom ook wel ‘de jonge Heracles’ genoemd.

 

links: Apollo Lykeios

Romeinse kopie naar Praxiteles

Louvre, Parijs

 

rechts: Apollo Sauroktonos

Romeinse kopie naar Praxiteles

Louvre, Parijs

links: het Leconfield hoofd,

vermoedelijk Praxiteles of één van zijn zoons 330 v.Chr.

Petworth House & Park Museum, Sussex

 

rechts: ‘Jonge Heracles’

of ‘de Aberdeen Kop’,

vermoedelijk Praxiteles (350-325 v.Chr.) British Museum Londen

Copyright © All Rights Reserved