Skopas

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Skopas van Paros

 

Deze Griekse beeldhouwer en architect leefde van circa 395 tot 350 v.Chr. Hij werd geboren op het eiland Paros, een van de Cycladen in het midden van de Egeïsche Zee. Een eiland dat bekend stond om zijn goede kwaliteit marmer, uitstekend geschikt voor beeldhouwers. Hij leefde in de tijd dat Griekenland ofwel in oorlog was met zichzelf (Athene en Sparta) ofwel onder de voet werd gelopen door Philippus II uit Macedonië.

Net als zijn collega Lysippus was Skopas een opvolger van Polykleitos in de klassieke Griekse beeldhouwkunst. Kenmerkend voor zijn werk zijn de bijna vierkante hoofden van zijn beelden, met diepliggende ogen en vaak is de mond licht of half geopend.

Werken van Skopas of werken die zijn afgeleid van hembevinden zich in het British Museum in Londen (reliëfs) en onderdelen van de tempel van Athena Alea in Tegea bevinden zich in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

Bij de naam van Skopas worden in de klassieke literatuur altijd drie grote werken genoemd. Ten eerste de tempel in Tegea van Athena Alea, daarnaast het mausoleum in Halikarnassus en de Artemistempel in Efese (West-Turkije). We kijken eerst echter naar wat completere beelden waaruit zijn stijl duidelijk naar voren komt en waarmee zijn naam, maar ook die van zijn tijdgenoot en collega Lysippus soms in verband wordt gebracht.

Bij het beeld ‘de Ludovisi Ares’ worden zowel de naam van Lysippus als die van Skopas genoemd als de makers van het origineel. Het beeld in het museum van het Palazzo Altemps in Rome is een Romeinse kopie waarbij Ares is afgebeeld als een baardloze jongeling; hij zit op een troon van wapens en een kleine Eros speelt aan zijn voeten. Dit laatste duidt op de bedoeling van het werk om de god van de oorlog af te beelden in een moment van rust en liefde.

Met betrekking tot de naamgeving: Ares is de god van de oorlog en het beeld behoort tot de Ludovisi collectie.

 

De Duitse kunsthistoricus en archeoloog Johann Joachim Winckelmann, die in het dagelijks leven ook oog had voor schone jongelingen, maakte een catalogus van de Ludovisi-collectie rond 1760 en noteerde in dat werkstuk dat dit de mooiste mannelijke schoonheid was die hij ooit had gezien.

Het beeld is een Romeinse kopie (uit 130 v.Chr.) en maakte deel uit van een aantal werken in de tempel van Mars (de Romeinse variant van Ares). Het werd in 1622 opgegraven bij de aanleg van een riool en kwam terecht in de collectie van kardinaal Ludovicus Ludovisi (1595-1632).

De jonge barokkunstenaar Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) heeft enkele reparaties aan het beeld uitgevoerd en het uiteindelijk zijn tot dan toe ontbrekende rechtervoet gegeven. En vermoedelijk is Bernini ook verantwoordelijk geweest voor de Eros, omdat die ontbrak op een bronzen replica.

Ludovisi Ares naar Skopas

Romeinse kopie

Palazzo Altemps Museum, Rome

‘Pothos’ (verlangen naar het ongrijpbare) was een zeer gewaardeerd en ook vaak gekopieerd beeld van Skopas. De Romeinse kopieën tonen een beeld van een jongeman met verschillende decorstukken, zoals muziekinstrumenten en boomstam of pilaar waartegen aangeleund kan worden.

Eén van ´de Pothos' beelden die tentoongesteld worden in het Capitoline Museum in Rome heeft een gans aan zijn voeten en een ander is gerestaureerd als ‘Apollo kitharoidos’, waarbij de afgebeelde jongeling een snaarinstrument in de handen heeft gekregen. Dit beeld is een vrij geïnterpreteerde Romeinse kopie naar een origineel (vermoedelijk) van Skopas. Het kwam na verloop van tijd in de collectie van kardinaal Alessandro Albani, die leefde van 1692 tot 1779.

Deze kardinaal was het hoofd van de afdeling ´verzamelde antiquiteiten´ in Rome en een handelaar in kunstobjecten. Hij ondersteunde de eerder hierboven genoemde kunsthistoricus, Johann Joachim Winckelmann. Kardinaal Albani ontwikkelde zich tot een van de slimste antiquairs van zijn tijd, tot toonaangever in de waardering van Romeinse kunst en vanzelfsprekend, tot een verzamelaar. Hij gebruikte de antieke en de kunst van zijn eigen tijd als een vorm van cultureel kapitaal. Hij gaf kunstobjecten weg als smeergeld maar verkocht ze ook als hij er op uitgekeken was, omdat er continu geld nodig was voor nieuwe aankopen. En uiteindelijk stond een van de villa´s van de familie vol met antieke kunst. Winckelmann werd gevraagd die voorwerpen in de Villa Albani te catalogiseren.

Zijn wereldlijke houding en zijn gedrag brachten Albani regelmatig in conflict met de leiding van de kerk, maar die gebruikte hem ook regelmatig omdat hij een uitstekend diplomaat en onderhandelaar was.

 

links: Apollo Kitharoidos, Romeinse kopie naar Skopas

Capitoline Museum Rome

 

rechts: Pothos, Romeinse kopie naar Skopas

Capitoline Museum Rome

Romeinse kopie van ´de Meleager´

naar een origineel van Skopas

Vaticaans Museum, Rome

Eén van de mooiste kopieën is een torso die tentoongesteld wordt in het Fogg Museum, maar dan moet het wel Meleager zijn, en dat is niet zeker.

De houding komt op zich wel overeen met de andere kopieën, maar uit niets blijkt dat het daadwerkelijk om Meleager gaat. De Romeinse beeldhouwer die deze kopie in de 2e eeuw AD heeft gemaakt, heeft de stijl van de Griekse meester wel goed weten te benaderen.

 

torso van Meleager, Romeinse kopie naar Skopas

Fogg Museum, Harvard Art Museums

Eén van de belangrijkste beelden uit het oeuvre van Skopas is ´de Meleager´ een Griekse held wiens naam verbonden is aan de jacht op het Calydonische Zwijn´.

Helaas wordt het oorspronkelijke beeld door geen enkele antieke schrijver genoemd, maar zeer waarschijnlijk is het een van de laatste werken van de beeldhouwer. We kennen het beeld vanwege een flink aantal Romeinse kopieën, die overigens variëren in kwaliteit en gelijkenis met het origineel. Zo zijn er 19 hoofden bekend die lijken op dat van de Meleager, maar trouwens ook op dat van ‘de Ludovisi Ares’.

Een aantal van de kopieën tonen ook een hond die Meleager vergezelt, bij de meeste draagt hij een chlamys (soort omslagdoek) en bij drie is er een kop van een zwijn als een trofee verwerkt in het beeld, zoals op de afbeelding hiernaast. Dit beeld werd in de 16e en 17e eeuw regelmatig geïnterpreteerd als een ‘Adonis’ die het slachtoffer was geworden van het wilde zwijn.

Vermoedelijk was het beeld van de Meleager onder de Romeinen zo populair omdat de Romeinse upperclass uit fanatieke jagers bestond. En omdat er een aantal onafgemaakte exemplaren in Athene zijn gevonden, wordt er van uitgegaan dat daar een reproductiewerkplaats gevestigd was in de Romeinse periode.

In de 16e eeuw was het beeld ook razend populair en heeft het verschillende eigenaren gehad. Lodewijk XIV liet er een kopie van maken voor zijn paleis in Marly. Uiteindelijk kwam het in 1770 terecht in het door paus Clement XIV bedachte Vaticaans Museum.

Napoleon heeft het beeld vervolgens uit het Vaticaan weggehaald en meegenomen naar Parijs, maar na de val van Napoleon is het beeld weer teruggebracht. Of het origineel van Skopas daadwerkelijk in het heroön van Meleager in Calydon heeft gestaan is niet bekend. Calydon lag in de provincie Aetolia aan de noordkust van de Golf van Korinthe. Daarnaast is niet bekend of ´de Meleager´ een deel van de beeldengroep uit het fronton van de tempel in Tegea is geweest.

Ook is het niet bekend of een Romein het beeld het laten afvoeren naar Rome uit het heroön, als het daar heeft gestaan.

 

Door sommige kunsthistorici wordt de naam van Skopas als maker van de Meleager überhaupt in twijfel getrokken, want het zou allemaal slechts gebaseerd zijn op de tempel van Athena Alea in Tegea (in de buurt van Tripoli op de Peloponnesus). In een van de frontons van die tempel zou Meleager en zijn Calydonisch Zwijn verwerkt zijn.

Skopas was de architect van de tempel en hij was naast architect ook beeldhouwer, maar wie zegt dat hij de beeldhouwer was van de beeldengroep? Er wordt in geen enkel literair werk uit de oudheid over geschreven.

 

Cicero heeft wel summier over Skopas geschreven, maar deze man leefde 300 jaar later. Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.) was een Romeins redenaar, politicus, advocaat en filosoof. Zijn leven viel samen met de overgang van de Romeinse Republiek naar het keizerrijk en hij was zelf betrokken bij de meeste politieke gebeurtenissen uit die tijd. Cicero's geschriften geven een belangrijk historisch, maar gekleurd inzicht in deze periode.

Pausanias heeft daarna over Tegea alleen geschreven dat Skopas de architect was en de twee beelden had gemaakt die in de naos stonden. Bovendien is het wel veel gevraagd om van een beeldengroep uit een fronton van een tempel tot een vrijstaand beeld te komen. Misschien was de oorspronkelijke Griekse Meleager wel een beeld op een gedenkplaats voor de held.

John Boardman, kunsthistoricus en schrijver van enkele gerespecteerde standaardwerken over de Griekse beeldhouwkunst is van mening, dat Skopas als architect van de tempel in Tegea, toch mogelijk ook van doen had met de opdracht voor de beeldengroep in het fronton van zijn tempel.

In de ogen van vele historici zijn de bewaard gebleven koppen uit het fronton wellicht niet wonderschoon, maar dat kan ook liggen aan het kunnen van de steenhouwer en dat hoeft niet te liggen aan de ontwerper. De Tegeakoppen noemen zij evenwel kenmerkend voor het werk van Skopas, in ieder geval de intense emoties die de beelden uitstralen. Als je bij een beeld de diepliggende ogen, vlezige wenkbrauwen en een half geopende mond ziet en de vorm van het gezicht is bijna vierkant, heb je grote kans voor een beeld van Skopas te staan.

Je merkt dat Skopas voor de Meleager vermoedelijk is uitgegaan van de Apollo van Praxiteles, maar hij gaat een stap verder met het gehele gewicht op het standbeen te zetten en gebruik te maken van een boomstronk of pilaar om tegen aan te leunen. Skopas is dus een schemerig figuur in de Griekse beeldhouwkunst, waarvan geen feitelijk oorspronkelijk werk bekend is, maar het moge duidelijk zijn dat hij belangrijk is geweest voor de ontwikkeling in de beeldhouwkunst van de laat-klassieke naar de meer barokke hellenistische periode. Naast de eerder genoemde gelaatskenmerken kan zijn werk omschreven worden als ´dynamisch´ en ´pathetisch´. Dat blijkt onder andere uit het volgende werk.

 

Een stèle die in het Nationaal Archeologisch Museum van Athene te zien is, toont een (overleden) jager met zijn vader. Het grafreliëf dateert uit ongeveer 340 v.Chr. en wordt aan Skopas of aan iemand uit zijn atelier toegeschreven. De vader in rouwkleding leunt op een stok en een hond staat aan de voeten van de jager. De zittende jongen is een slaaf, uitgeput van verdriet. Het beeld van de jager is afgeleid van de hierboven besproken ´Pothos´. Hij leunt op een zuil en heeft de benen gekruist.

 

Tegea – de tempel van Athena Alea

Het eerste grote project dat bekend is van Skopas betreft de bouw van een nieuwe tempel voor Athena Alea in Tegea. De oude tempel was door brand verwoest en Skopas kreeg als architect de opdracht om een nieuwe tempel te bouwen. De uiteindelijke bouwperiode heeft misschien wel dertig jaar geduurd (van 370-340 v.Chr.). Het is inmiddels duidelijk geworden dat Skopas daar niet de hele tijd bij is geweest, want in de periode 353-351 v.Chr. verbleef hij in Klein Azië voor een andere opdracht. Daarom zijn de historici nu van mening dat Skopas wel de ontwerper en de architect van de tempel van Athena Alea kan zijn geweest en enkele sculpturen heeft ontworpen, maar meer ook niet, ondanks dat hij de eerste jaren echt de supervisie over het geheel had. Sommige kunsthistorici zijn van mening dat hij zich vooral richtte op details als de Korinthische kapitelen. Tijdens zijn afwezigheid moet iemand anders het toezicht hebben overgenomen. Wie dat is geweest, is niet bekend. Skopas is nog in 340 v.Chr. in Tegea geweest om de laatste hand te leggen aan de cultusbeelden. Van de tempel zijn enkele mannenhoofden teruggevonden, die met name de karakteristieke (emotionele) kenmerken van de beelden van Skopas (of Skopas’ leerlingen) tonen. Zie verder het hoofdstuk 'Tegea, Mantineia en Orchomenos'.

 

Mausoleum, Halikarnassos

Skopas heeft meegeholpen bij het gigantische bouwwerk van het mausoleum in Halikarnassos rond 360 v.Chr. Het hele bouwwerk was 34 m hoog en telde drie verdiepingen. Er stonden in het mausoleum meer dan 300 beelden en de bouw heeft ongeveer negen jaar geduurd. Bovenop het mausoleum stond een enorme gebeeldhouwde strijdwagen. Het was het grafmonument van de toenmalige koning Maussollos van Carië (Halikarnassos is het huidige Bodrum in West-Turkije) waar Skopas één zijde van het gebouw voor zijn rekening nam, Praxiteles een andere en twee andere beeldhouwers elk een andere zijde). In de boeken valt te lezen dat de zijde van Skopas duidelijk te herkennen was aan de onstuimige kracht van de figuren, de hoge kwaliteit van het beitelwerk en het delicate vakmanschap. In de middeleeuwen is het gebouw door een aardbeving verwoest.

 

Tempel van Artemis, Efese

Halikarnassos was al de geschiedenisboeken ingegaan als een van de zeven wereldwonderen maar ook de tempel van Artemis zou dat lot beschoren zijn. De oude tempel voor Athena was in Efese (in het huidige West-Turkije) door brand verwoest in 356 v.Chr. en Plinius vermeldt in een van zijn werken dat Skopas heeft gewerkt aan de nieuwbouw aldaar, na de brand. Hij zou verantwoordelijk zijn voor de reliëfs op de bases van enkele zuilen. Plinius verbond daar de naam van Skopas aan omdat zowel de figuur Thanatos als Hermes diepliggende ogen en een expressieve gelaatsuitdrukking hadden. Ook de torso’s waren gemaakt volgens de kenmerken van Skopas: regelmatige, zachte overgangen en duidelijke spierpartijen. De kapsels (gekrulde warrige strengen) van de beelden uit Efese vertonen gelijkenis met die van Halikarnassos. De tempel van Artemis in Efese is verwoest door de Goten rond 260 AD.

 

Skopas maakte geen portretten of beelden van atletische figuren. Bij een beeld als ‘de Meneade’ is te zien dat hij een eigen stijl heeft ontwikkeld waarin zowel de vrouwelijke schoonheid als de razernij kon worden vastgelegd. Skopas is ongeveer 30 jaar oud als hij dit beeld maakt. De invloed van Praxiteles is nog duidelijk aanwezig in de S-curve van het lichaam, maar Skopas gaat verder met een meer gedraaide houding. Door de uitstraling wordt duidelijk dat de afgebeelde vrouw in extase verkeert. In een anekdote over dit beeld vraagt men zich af wie de vrouw zo driftig had gemaakt, Dionysus of Skopas? De uitgebeelde vrouw wordt overheerst door duistere krachten, zoveel is wel duidelijk.

Dit in tegenstelling tot het andere beeld waarbij de naam van Skopas wordt genoemd, de Heracles, afgebeeld na zijn gevecht met de leeuw van Nemea. Van het originele beeld zijn ongeveer tien kopieën bekend, zodat er vrij goed bepaald kan worden hoe dat origineel er uitgezien heeft.

Heracles draagt de huid van de leeuw in zijn rechterhand en in zijn linker houdt hij de knots vasti. De rust die het beeld uitstraalt wordt vooral verkregen door de houding (contrapposto) van de held. Men stelt dat Skopas het origineel aan het einde van zijn carrière gemaakt zou kunnen hebben, omdat zowel het lichaam als het gezicht fijn en gedetailleerd is weergegeven.

Uit de periode na 330 v.Chr. is er geen enkel beeld meer van Skopas bekend. Men vermoedt dan ook dat hij rond dat jaar overleden is. Skopas had een zeer individuele stijl, daarom had hij geen School zoals zijn collega’s Lysippus en Praxiteles. Maar door zijn persoonlijke, bijna emotionele stijl maakte hij de weg vrij voor de kunst uit de Hellenistische periode.

Grafstèle van een jager, 340 v.Chr.

(school van) Skopas

Nationaal Archeologisch Museum, Athene

Meneade,

Romeinse kopie naar Skopas

Museum Dresden

The Lansdowne Heracles

Romeinse kopie naar Skopas

J. Paul Getty Museum, Malibu

Copyright © All Rights Reserved