Epidaurus

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Epidaurus 37°35'46.8"N 23°04'25.7"E (parkeerplaats opgraving)

Naast Olympia en Mycene is Epidaurus een van de grootste toeristische trekpleisters van de Peloponnesus. Het is vooral bekend om het prachtige theater, dat vrijwel als enige in zijn soort de tand des tijds heeft doorstaan. Het theater en het daarbij behorende heiligdom van Asclepius, de god van de geneeskunst en genezing, liggen in de heuvels aan de oostkant van de provincie Argolida.

Het kan een beetje verwarrend zijn om de plek te vinden, want er is een moderne stad Epidaurus (in twee delen verdeeld), een oud stadje Epidaurus en het theater en de opgraving met de naam Epidaurus. Komend van Nafplion neem je de weg dwars door de provincie Argolida naar het oosten. Ten oosten van Ligourio zie je bruine borden met gele opschriften die je de weg wijzen naar het iets verderop gelegen theater en heiligdom. Halverwege 2015 is een nieuwe brede weg geopend die je van even buiten Nafplion naar de oostkant van de Peloponnesus brengt. Onderweg kom je dan niet door dorpjes als Ligourio.

Vanaf de parkeerplaats gaat een breed pad naar de ingang van de opgraving.

 

De geschiedenis volgens Pausanias

Pausanias vertelt dat hij, voordat hij bij de handels- en havenstad Epidaurus aankwam, eerst het heiligdom van Asclepius, ook wel het Asclepion genoemd, bezocht. Hij kon niet achterhalen wie er gewoond had voordat Asclepius zich hier vestigde. In het verleden werd Epidaurus, volgens de Romeinse schrijver een aardrijkskundige uit de 2e eeuw, in een korte en eenvoudige oorlog verslagen door Argos; de bewoners hadden zich vrij snel overgegeven en vestigden zich vrijwillig in de buurt van Athene. Dus sinds die tijd behoorde het gebied toe aan Argos. Opvallend is nu nog dat Epidaurus tot de provincie Argolida behoort, terwijl de zuidelijke buurgemeenten (Poros en Galatas) tot de provincie Attica behoren.

 

Het gedeelte over Epidaurus in het boek van Pausanias begint met de geschiedenis van Asclepius zelf:

Er was eens een erg agressieve, oorlogszuchtige militair uit Thessalië, genaamd Phlegeias, die naar de Peloponnesos was gekomen om te ‘genieten van het landschap’ (maar eigenlijk om te kijken of er nog wat te halen viel). Tijdens die trip nam hij zijn dochter Koronis mee, die hem toen nog niet had verteld dat zij zwanger was. In Epidaurus baarde zij Asclepius; Apollo was de vader. Ze liet de baby achter op de helling van een berg, die sinds die tijd 'Thition' (de Tepel) heet. Vóór die tijd heette de berg 'Myrtle' of 'Myrtion' (tegenwoordig 'Velanidia') vanwege de donkergroene kleur. Mirte is een plantensoort die veel voorkomt in Zuid-Europa en Noord-Afrika. In de Griekse mythologie was de plant heilig en verbonden aan Aphrodite (godin van de liefde) en aan Demeter (godin van de landbouw); de Romeinen legden een verband met hun godin van de liefde, Venus. Bekende producten van deze plantensoort zijn kruidnagel en piment. Eucalyptus behoort tot dezelfde plantenfamilie (Myrtaceae).

Nadat de moeder de baby te vondeling had gelegd, werd het kind gezoogd door een geit en bewaakt door een herdershond. Uiteindelijk vond een herder het kind toen hij naar zijn hond zocht. Op het moment dat hij het kind vond, schoot er een bliksemschicht door de hemel, vandaar dat hij dacht dat hij een goddelijk wezen gevonden had. En natuurlijk was dat ook zo. Het kind zou elk medicijn tegen elke ziekte hebben gevonden en elke ziekte hebben kunnen genezen. Ja, het zou zelfs doden weer levend kunnen maken.

Maar Pausanias beschreef nog een ander verhaal over de geboorte van Asclepius. Toen zijn moeder, Koronis, zwanger van hem was, had ze een buitenechtelijke relatie met Ischys. Toen haar echtgenoot en vader van Asclepius, Apollo, achter deze relatie kwam, doodde hij Koronis. Terwijl haar dode lichaam in de vlammen lag, werd de baby gered (of uit het lichaam gehaald) door Hermes.

En er is nog een derde, minder vaak gehoorde versie, waarin Asclepius de zoon is van Apollo en Arsinoë, de dochter van Leucippus, maar Pausanias behandelt deze verder niet.

Ten slotte vermeldt Pausianus dat het orakel van Delphi, het heiligdom van Apollo, ooit gevraagd werd naar de herkomst van Asclepius en het orakel antwoordde:

 

‘Oh Asclepius, kind van wereldlijke vrede, werd geboren uit Koronis, Phlegeias dochter,

Ik bedreef met haar de liefde in het rotsachtige Epidaurus’.

 

Met andere woorden, het orakel maakte duidelijk waar Asclepius was geboren en wie zijn vader was. Pausanias begreep dat deze dichtregels gemaakt waren om de mensen hier te behagen, maar hij vond ook dat deze versie het dichtst bij de mogelijke waarheid kwam. Enerzijds omdat hij redenen had om aan te nemen dat Asclepius vanaf zijn geboorte een god zou zijn geweest en anderzijds omdat aan een uitspraak van het orakel eigenlijk niet getwijfeld kon worden. Nog weer een andere versie vertelt dat Asclepius na zijn geboorte door zijn moeder werd gegeven aan de centaur ‘Chinon’, die hem vervolgens onderwees in de beginselen van de medicijnen. Hij was een perfecte leerling en kon al snel zieken genezen en uiteindelijk zelfs de doden levend maken. Dit ging Zeus echter te ver. Het duurde dan ook niet lang voordat de Oppergod en heerser over alles wat leeft zijn dodelijke bliksem liet neerkomen op Asclepius. Dat overleefde hij niet, maar sinds zijn dood werd Asclepius als een (genezende) god vereerd.

Volgens de rituele voorschriften moest men zijn offers bij binnenkomst van het heiligdom afgeven.

Het cultusbeeld van Asclepius was van ivoor en goud - over een houten frame - en van steen. Het was gemaakt door Thrasymedes uit Paros. Het steen was afkomstig uit Paros; dat was in die dagen bijzonder, vandaar dat Pausanias ook vermeldt.

 

Asclepius was uitgebeeld zittend op een troon, met een staf in zijn rechterhand. Een slang kronkelde tot vlak onder zijn linkerhand en een hond lag aan zijn voeten. Beide dieren waren symbolen voor wijsheid. Sommigen zagen in slangen het symbool voor verjonging, omdat slangen jaarlijks van huid verwisselen. Volgens Asclepius hadden slangen ook genezende krachten. De afbeelding van Asclepius met een hond en een slang komen we regelmatig tegen op munten uit de Hellenistische tijd. Hiernaast drie beelden van Asclepius, met en zonder baard. Deze Romeinse kopieën zijn te vinden in het museum van Epidaurus (rechts) en in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene (links en midden).

 

De slangen van Asclepius waren geel van kleur, tam en natuurlijk heilig. Ze zouden in de oudheid alleen in Epidaurus worden gekweekt, maar Pausanias heeft deze slangen ook wel in Libië gezien. Het aardige van de slang is dat we hem nog steeds tegenkomen in het embleem bij huisartsen: de esculaap.

Pausanias vermeldt bij zijn rondgang door het Asclepion ook een bijzonder rond gebouw. Zo’n gebouw noemen we een tholos. Het was volgens hem zeker een bezoek waard. Het was gedecoreerd met afbeeldingen van Eros, deze keer zonder pijl en boog, maar met een lier, en met een afbeelding van ‘Dronkenschap’ die wijn dronk. Hij beschrijft ook stenen tabletten met daarop in het Dorisch de namen van mensen die hier genezen waren.

En natuurlijk zag en beschreef Pausanias ook het theater. In zijn tijd had hij al veel theaters gezien, zoals in Megalopolis in Arcadië, maar het theater in Epidaurus was volgens hem heel bijzonder. En dat is het nog steeds.

Hij schreef dat zowel het theater als de tholos ontworpen waren door ene Polykleitos en legde daarmee - ten onrechte - een verband met de gelijknamige beeldhouwer uit de 5e eeuw v.Chr. Over de exacte datum zijn de geleerden het tot op heden nooit eens geworden, maar men gaat er momenteel vanuit dat beide bouwwerken gebouwd zijn halverwege de 4e eeuw v.Chr. door de architect Polykleitos de Jongere, de vermoedelijke zoon van beeldhouwer Polykleitos de Oudere. Niettemin lees je regelmatig in reisgidsen dat het theater ontworpen is door de beeldhouwer Polykleitos de Oudere. Ook wordt soms ten onrechte gemeld dat het theater in het begin van de 3e eeuw v.Chr. gebouwd is.

Pausanias vermeldt daarnaast dat een Romeinse senator, genaamd Antonius, een bad en een tempel financierde voor de Egyptische godin voor Gezondheid, voor de Egyptische Asclepius en de Egyptische Apollo. We nemen aan dat Pausanias hier Antonius Pius bedoelde, die keizer over het Romeinse Rijk werd in 138 AD (na Hadrianus).

Pausanias vertelt ook nog een verhaal over een olijfboom die groeide op de helling van de berg waar Koronis haar baby Asclepius achterliet. De boom had een opmerkelijke (gedraaide) dikke stam. Er werd gezegd dat Heracles zelf de boom deze vorm heeft gegeven met zijn blote handen. Waar of niet waar, de boom was een belangrijk punt in het landschap voor mensen die de weg naar het heiligdom zochten. Tot zo ver de beroemde schrijver van de oudste reisgids voor Griekenland.

 

Het theater

Het theater staat op de Unesco-lijst van culturele erfgoederen en is een absolute must voor iedereen die de Peloponnesos bezoekt. De bomen boven de bovenste zitplaatsen zijn steeneiken. Zoek daar een plekje in de schaduw en geniet van het uitzicht en van het akoestische wonder.

De bouwperiode ligt dus halverwege de 4e eeuw v.Chr. Bij de oplevering had het theater slechts 34 rijen. Later is het door de Romeinen uitgebreid met nog eens 21 rijen. In totaal kan het theater 12.000 tot 15.000 bezoekers herbergen. De akoestische eigenschappen van het theater zijn werkelijk fantastisch, bijna perfect. Als je op de bovenste rij van het theater zit, kun je woordelijk verstaan wat er gezegd of zelfs gefluisterd wordt door degene die beneden op de steen in het midden van de orchestra, het cirkelvormige toneel, staat. Je hoort zelfs het afstrijken van een lucifer, het verfrommelen van een vel papier of het vallen van een muntje. Neem maar eens plaats op de steen in het midden van de orchestra en begin te zingen. De ervaring van de perfecte akoestiek is adembenemend.

Notabelen hadden in de oudheid hier overigens een bijzonder plekje op de eerste rij. Hun stoel was lager omdat er kussens op werden gelegd.

De steen in het midden van de orchestra is de fundering van het altaar van Dionysus, de god van onder andere wijn, poëzie en muziek. Recht tegenover de zitplaatsen werd de orchestra afgesloten met de skène. Dat was de plek waar de decors werden bewaard, waar de toneelspelers zich konden omkleden en waar belangrijke gasten werden ontvangen. De orchestra zelf heeft een doorsnee van ongeveer 20 meter en stamt af van een oude dorsvloer.

Het is een van de mooiste en best bewaard gebleven theaters uit het antieke Griekenland en het wordt geroemd vanwege zijn schoonheid en harmonie in proporties en verhoudingen.

Dit geldt zowel voor de optische als akoestische eigenschappen. De schelp van het theater heeft een doorsnee van 120 meter en is 24 meter hoog. De meetkundige indeling toont de subtiele werkwijze van de architect, want er zijn symmetrische variaties in de breedte van de kromming van de cirkelbogen te zien. Ze worden naar de zijkanten toe meer open. De harmonie is het resultaat van architectonische symmetrie in de meest letterlijke zin van het woord. De eigenschappen en verhoudingen zijn gebaseerd op de gulden snede en de reeks van Fibonacci (1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, enzovoort). De gulden snede ontstaat wanneer een lijn AB door een punt C zodanig in tweeën wordt gedeeld dat de volgende verhouding ontstaat: AB staat tot AC als AC staat tot CB. Hiernaast een voorbeeld van de gulden snede, die gebruikt werd als principe voor de harmonische rechthoek. Het is bekend dat deze verhouding, die ook terugkomt bij de groei van organismen, veel gebruikt werd in de architectuur en schilderkunst. De Griekse wijsgeer Plato had het in de 5e eeuw v.Chr. al over deze mathematische opvatting.

De Italiaanse wiskundige Fibonacci leefde van 1170 tot 1250 en was afkomstig uit Pisa. Hij wordt beschouwd als de meest getalenteerde wiskundige van de middeleeuwen.

 

Je kunt je natuurlijk afvragen waarom er bij een heiligdom dat je misschien kunt vergelijken met een gezondheidscentrum, een theater is gebouwd, en waarom zelfs een stadion voor wagenrennen? De verklaring is betrekkelijk eenvoudig. Hoewel dit heiligdom in eerste instantie een plek was om te genezen, werden er na verloop van tijd ook Spelen georganiseerd omdat er veel mensen bijeenkwamen die ook uit waren op ontspanning en tijdverdrijf, namelijk de pelgrims en begeleiders van de zieken. Daarnaast vond er in de loop van de tijd een soort secularisatie plaats van een ‘genezend heiligdom’ tot een ‘gezondheidscentrum’ met meer aspecten dan alleen genezing. Maar er is meer: zowel wedstrijden als theater zijn afkomstige uit religie. Het theater heeft zijn oorsprong in de ceremonie (met gezangen) voor Dionysus en de eerste wedstrijden vonden plaats als onderdeel van begrafenissen om de goden gunstig(er) te stemmen (lijkenspelen).

Het theater werd zo’n 200 jaar na de dood van schrijvers als Sophocles, Eurypides en Aeschylus gebouwd, maar veel van hun tragedies zijn hier opgevoerd. En vandaag de dag zijn er in de zomermaanden nog steeds uitvoeringen van klassieke tragedies. De andere theaters in Griekenland zijn na hun gloriedagen vaak gebruikt als steengroeve en zijn daardoor verwoest of in ieder geval beschadigd, maar dat is hier gelukkig niet gebeurd, mogelijk omdat het nogal afgelegen ligt.

tekening Asclepius-tempel (met beeld van Asclepius door Thrasymedes, 350 v.Chr.)

De tempel (380-375 v.Chr.) is ontworpen door Theodotos

Schets door A. Defrasse

uit: ‘Epidaurus, the sanctuary of Asclepios and the museum’

door A. Charitonidou, © 1978 Clio editions

 

theater in Epidaurus

(bewerkte tekening uit “Capitool reisgidsen, Griekenland en het vasteland” uitgegeven bij Van Reemst © 2004)

De opgraving

Het heiligdom werd gebruikt tussen 380 v.Chr. en 426 AD. In dit laatste jaar besloot Theodosius II dat de verering van Asclepius een heidens ritueel was en dus verbood hij het. Ook werd de 'helende priesters', die natuurlijk veel praktijkervaring hadden in diagnostiek en verstand van helende kruiden, verboden hun vak uit te oefenen. Deze Theodosius II is overigens dezelfde die de Spelen van Olympia verbood omdat ze heidens waren.

 

Over het theater:

 

A. het volledig ronde orchestra of toneel (ontstaan uit een ronde dorsvloer)

 

B. de fundering van het altaar voor Dionysus

 

C. het drainagesysteem rond het toneel (voor de afvoer van regenwater)

 

D. de paradoi waardoor de acteurs opkwamen en afgingen

 

E. de skène (soort opslagloods, vast decor, kleed- en ontvangstruimte)

 

F. het proskenion (voor de skène) verlenging van het toneel

 

G. de lagere rijen uit de 4e eeuw v.Chr. met 12 cunei ('taartpunten')

 

H. de hogere rijen uit de Romeinse periode met 22 cunei

 

Tussen het hoge en lage deel bevindt zich de diazoma, of horizontale rondgang; tussen de cunei bevinden zich scalae (trappen).

Terwijl je van het theater (A) naar de restanten van het heiligdom wandelt, moet je bedenken dat men zich hier niet uitsluitend bezighield met het genezen van zieken. Hier werden namelijk ook, eens in de vier jaar, Spelen georganiseerd, vergelijkbaar met die van Olympia, Delphi of Nemea. De Spelen in Epidaurus werden gehouden op de 9e dag na de Spelen van Nemea en waren niet-Panhelleens, dus niet toegankelijk voor alle Grieken, maar hadden een meer regionaal karakter. In het begin waren het alleen nog sportwedstrijden. maar al snel werden er ook wedstrijden georganiseerd in acteren, zingen en musiceren. De opgravingen en reconstructies in het Asclepion gaan vandaag de dag nog steeds door. Je kunt goed zien dat er wordt gewerkt aan herstel van de oude bouwwerken. Helaas is hierdoor niet alles van dichtbij te bekijken.

Vanaf het theater en voorbij het museum kom je eerst langs het katagógeion (C), het gebouw waar de pelgrims verbleven, maar niet de zieken of gehandicapten. Het was een prachtig gebouw met vier dezelfde, vierkante onderdelen, die onderling verbonden waren via gangen en een binnenplaats. Je kunt het een bezoekersverblijf noemen met ongeveer 160 kamers. Elke zijde van het gebouw is ongeveer 76 meter lang en het had waarschijnlijk twee verdiepingen.

Daarna kom je bij het Griekse bad (D) uit de 3e eeuw v.Chr. Je kunt de stenen badkuipen nu nog zien op weg naar het gymnasium (E) en het Romeinse odeon (F). Het gymnasium werd gebruikt als sportschool en als plek waar de atleten zich konden voorbereiden op de wedstrijden. Een dagelijkse training onder het toeziend oog van ervaren coaches en trainers was ook mogelijk. Maar het was ook de plek voor niet-sporters (vooral ouderen) om elkaar te ontmoeten of te kijken naar de jongeren. Er zijn echter ook archeologen die van mening zijn dat hier de religieuze maaltijden werden geserveerd.

In de Romeinse tijd was het gymnasium al een vervallen ruïne, althans dat schreef Pausanias.

Aan het eind van de 3e eeuw v.Chr. bouwde men op de plek van het gymnasium een klein odeon, dat als theatertje werd gebruikt. Het had een mozaïekvloer. Een odeon is meestal kleiner dan een theater en had in de meeste gevallen een overkapping van doek, zodat men overdag niet in de volle zon hoefde te zitten.

Aan de andere kant van het pad heb je een prachtig uitzicht over het 181 meter lange stadion (G). Daar schuin tegenover, naast het odeon en gymnasium, vind je de overblijfselen van de kleine Dorische tempel van Artemis (H) met 6 zuilen aan de zijde van de ingang, en het palaestra (I), een oefenterrein voor worstelaars en boksers. Artemis werd hier vereerd omdat het de zuster van Apollo was en daarmee de tante van Asclepius.

In het museum is een mooie reconstructie van een deel van de tempel te zien, met de drie Nikes, de godin van de overwinning.

 

Daarna kom je bij de eerdergenoemde tholos (J). Een inscriptie vermeldt het woord thymele, dat altaar betekent. De fundering bestaat uit 6 ronde muren, waarvan de buitenste drie een verbinding maken met een galerij, waarop eens 26 zuilen hebben gestaan. Het ontwerp is te zien in het museum. De functie van het gebouw is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Sommigen zijn van mening dat dit de plek is waar de heilige slangen werden gehouden en gekweekt, maar anderen denken dat het de plaats is waar de offers werden gebracht. We nemen in ieder geval aan dat het gebouw een religieuze functie moet hebben gehad. En Pausanias was er zeker van dat dit het heilige graf van Asclepius was, want waar zou hij anders begraven zijn? Van de Dorische tempel van Asclepius (M) schuin rechts van de tholos, is niet veel meer over dan de iets boven het maaiveld gelegen fundering en een paar, onlangs rechtop gezette, zuilen met een deel van het fronton. In de hoogtijdagen van het heiligdom moet het een van de mooiste gebouwen zijn geweest. Het is ontworpen en gebouwd rond 380 – 375 v.Chr. door Theodotos en in het museum bij de opgraving is een deel ervan gereconstrueerd. Aan het begin van dit hoofdstuk laat een tekening zien hoe het cultusbeeld van Thrasymedes in de tempel was geplaatst.

 

Als je voorbij de tholos gaat, kom je bij de 70 m lange Ionische stoa of zuilengalerij met de naam ‘abaton’ (K). Dit is de plek waar de zieken verbleven om te genezen. Het oostelijke deel stamt uit de 4e eeuw v.Chr. Het water uit de heilige bron in het badencomplex (L), direct achter het abaton, had genezende krachten. Het speelde een belangrijke rol in de zuivering van de ziel. Het abaton is de plek waar de patiënten de nacht doorbrachten om genezen te kunnen worden. Zij hadden er specifieke dromen over hun genezing, zoals blijkt uit de inscripties die gevonden zijn in het abaton. Asclepius wordt daarom ook de god van de dromen genoemd. In essentie kwam de genezing hier op hetzelfde neer als in het tegenwoordige Lourdes. In de oudheid werd ziekte gezien als het gevolg van het ingrijpen van de goden, waardoor ook genezing aan de god van de genezing (Asclepius) gevraagd moest worden. De genezing berustte op een hypnose- of slaaptoestand, waarbij in eerste instantie werd uitgegaan van zelfgenezing. Kruidendranken en baden in de geneeskrachtige bron zouden daarbij behulpzaam zijn geweest.

 

De artsen in Epidaurus waren priesters en de geneeskunst zelf werd niet door Asclepius, maar door Hippocrates ontwikkeld. In Epidaurus droomde ‘de zieke zelf’ zijn recept en kon men niet zelf dromen, dan kon men een beroepsdromer inhuren. Asclepius was een god van fundamenteel levensherstel. Een zwangere vrouw mocht hier niet komen; zwangerschap is immers geen ziekte maar als een normaal groeiproces, waarbij Asclepius niet mocht ingrijpen. Anderzijds werden ook degenen die duidelijk ongeneeslijk ziek waren zacht, maar beslist geweerd, want tegen de dood was geen kruid gewassen, zelfs niet het kruid van de berg Tithion. Bovendien was Asclepius zelf de inzet geweest van het Olympisch dispuut tussen Zeus en zijn broer Hades, de god van de doden- of onderwereld, die vond dat hij te weinig klandizie had.

restauratie & reconstructie tholos

midden 4e eeuw v.Chr.

foto © willem van leeuwen

in halve maan opgestelde zitjes voor pelgrims

foto © willem van leeuwen

tempel van Asclepius, Epidaurus anno 2013

foto © willem van leeuwen

Museum bij de opgraving

Het kleine museum (B) is gebouwd in de perioden van 1905 tot 1909 door de hier, tussen 1881 tot 1928, werkzame archeoloog P. Kavvadias. In het museum zie je mooie voorbeelden van de drie Griekse bouwstijlen: Dorisch, Ionisch en Korinthisch. Verder zijn er een aantal beelden van Asclepius en stenen tabletten met verschillende inscripties over wonderbaarlijke genezingen en een lijst met kosten voor de bouw van de tempel van Asclepius. Bekijk hier ook de (Romeinse) collectie instrumenten die gebruikt werden voor medische ingrepen en de prachtige decoraties en tekeningen van de tholos.

De belangrijkste beeldhouwwerken uit de tempel van Asclepius zijn te bewonderen in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

De familieleden van Asclepius hadden allemaal een naam met een betekenis, zoals Hypnos (slaap), Oneira (droom) en Hygeia (gezondheid). Van deze laatste dochter is in het museum in Epidaurus een marmeren beeld te zien. Ook is er een mooi beeld van Athena te bewonderen.

De getoonde beelden zijn voorbeelden van de kunst uit de 4e eeuw v.Chr. die wordt gekenmerkt door het streven naar het zo perfect mogelijk weergeven van de werkelijkheid. Zo is op de beelden van Hygeia en van Athena de stofuitdrukking (plooien en vouwen) veel gedetailleerder dan in de periode hiervoor.

De hele 5e eeuw v.Chr. was in de Griekse kunstgeschiedenis een overgangsperiode, omdat de kunst zich toen ontwikkelde van de archaïsche stijl, naar de strenge, realistische klassieke stijl. Met de beeldhouwwerken uit Epidaurus zitten we ook in een overgangsfase, en wel die van de klassieke naar de hellenistische periode, die begon met de opkomst van de Macedoniër Phillipus en zijn zoon Alexander de Grote rond 330 v.Chr. Een bekend voorbeeld uit de klassieke periode (450 – 400 v.Chr.) is de Akropolis in Athene. In de beelden van het Parthenon zie je meer rust dan bij de beelden met ingewikkelde houdingen van bijvoorbeeld de tempel van Zeus in Olympia uit de periode daarvóór. Na verloop van tijd worden verschillen in leeftijd en een realistische anatomie duidelijk zichtbaar. Bovendien komen uiteindelijk de emoties zo prominent tot uitdrukking dat we spreken van een ‘barokke’ hellenistische stijl in de 2e eeuw v.Chr.

Epidaurus in het Nat. Arch. Museum in Athene

In zaal 22 van het Nationaal Archeologisch Museum in Athene zie je prachtige voorbeelden van de bouwkundige beeldhouwwerken die ooit de tempel van Asclepius in Epidaurus hebben gesierd. Bijvoorbeeld de beelden (no. 156 en 157) van vrouwenfiguren op de rug van een paard. Zij deden dienst als akroterion (versiering op de hoeken van de daken). Deze beelden worden geïnterpreteerd als Nereïden die, als dochters van Nereus, uit de oceaan opstijgen. In deze periode van de Griekse kunstgeschiedenis zijn zij goede voorbeelden van de ontwikkeling van de zogenaamde 'wet T-shirt techniek'. Op deze manier worden de kracht van de elementen en de strijd van het lichaam daartegen weergegeven. Een Nereïde stijgt op uit de oceaan, een Nike komt aangevlogen uit de lucht. De wind blaast de kleding strak om de lichaamsdelen.

Er is ook een beeld van de jonge Asclepius zonder baard (zie begin van dit hoofdstuk) en een Nike, die waarschijnlijk het centrale akroterion op het dak van de tempel van Asclepius was. De andere drie beelden zijn marmeren Nikes van de Dorische tempel van Artemis.

deel van het abaton, Epidaurus anno 2013

foto © willem van leeuwen

links: Hygeia, dochter van Asclepius – Epidaurus 4e eeuw v.Chr.

rechts: (vermoedelijk) Athena – Epidaurus 4e eeuw v.Chr.

links: Akroterion tempel van Asclepius 380 v.Chr. door Timotheos

rechts: Nikes van de tempel van Artemis 380 v.Chr.

De omgeving en combinaties

Bovenop de berg Kynortion (nu Charani, 680 m), ten oosten van het heiligdom van Asclepius, was ooit een tempel voor Apollo. Pausanias heeft die nog gezien. Met een wandeling van ongeveer 1,5 kilometer kun je bij de restanten ervan komen.

Deze restanten zijn in 1948 door Griekse archeoloog Papadimitriou opgegraven. De tempel moet hier eerder hebben gestaan dan het heiligdom voor Asclepius, en dateert vermoedelijk uit 650 v.Chr. Dus voordat Asclepius hier woonde en regeerde, was de regio al bewoond en was er een koninkrijk(je).

De top van de heuvel werd zelfs ver daarvóór bebouwd door Myceners (tot rond 1200 v.Chr.) Zij hadden er een belangrijk heiligdom, wat is gebleken uit de voorwerpen die bij de offerplaatsen gevonden zijn.

Het heiligdom van Apollo bestaat uit drie terrassen. Delen ervan komen uit de archaïsche tijd (630 - 480 v.Chr.), uit de klassieke tijd (5e eeuw v.Chr.) en zelfs in de 4e eeuw is er nog aan het complex gebouwd. Rond 300 v.Chr. is de stevige terrasmuur gebouwd en de Romeinse senator Antonius financierde de renovatie van het geheel in de 2e eeuw AD. Hij liet tevens een badencomplex, een fontein en een cisterne (wateropslagplaats) aanleggen.

 

Daarnaast is het stadje Ancient Epidaurus met een leuke, kleine haven zeker een bezoek waard. Op de boulevard kun je uitrusten van je bezoek aan het theater of de opgraving, en genieten van een maaltijd aan zee in restaurant Posidon van de vriendelijke gebroeders Pitsas. In de prachtige baai kun je ook heerlijk zwemmen.

Ancient Epidaurus heeft ook een klein theatertje aan de rechterkant van de baai, waar oorspronkelijk Dionysus werd vereerd. Waarschijnlijk zijn de hekken dicht, maar door de hekken heb je toch prima zicht op het bouwwerkje uit de 4e eeuw v.Chr., dat pas in 1971 is ontdekt en plaats biedt aan 2000 toeschouwers. In de zomer worden hier ook muziekuitvoeringen gehouden.

 

Op de terugweg naar Nafplion (of juist op de heenweg) - via de oude weg – kun je in de buurt van Ligourio een bezoek brengen aan het in 1993 geopende Natural History Museum met veel mineralen en fossielen. Je vindt hier fossielen van 3 tot 530 miljoen jaar oud, zowel uit Griekenland als uit andere delen van de wereld. Bovendien kun je het kleine Byzantijnse kerkje bezoeken, waarvan de fundering stamt uit de 11e eeuw AD. Tot slot passeer je de restanten van een minder goed bewaard gebleven Myceense tholostombe en een nog geheel complete Myceense brug, beide uit de 13e of 14e eeuw v.Chr. Zowel het Natural History Museum, als het Byzantijnse kerkje en de Myceense brug en tombe zijn direct vanaf de weg van Ancient Epidaurus naar Nafplion te zien en staan met bruine borden met gele letters aangegeven.

Het Byzantijnse kerkje is een zogenaamde ‘kruiskoepelkerkje’: dmdat de plattegrond van de kerk de vorm heeft van een kruis en het middelpunt ervan wordt gevormd door een koepel. In dit soort kerkjes wordt in de koepel altijd Christus afgebeeld als ‘pantokrator’, wat ‘alles-heerser’ betekent, vooral in de betekenis van universaliteit. Bij dit soort afbeeldingen heeft Christus vrijwel altijd het evangelieboek bij zich en maakt hij met zijn rechterhand het zegenend gebaar. Dit gebaar wordt door sommigen ook geïnterpreteerd als een ‘gebaar van vermaning’. Meer hierover in het hoofdstuk over Agia Triada en 12e eeuwse Byzantijnse kerkjes.

 

Zoals in het hoofdstuk over Mycene te lezen is, bereikte de Myceense architectuur zijn hoogtepunt in de 13e eeuw v.Chr. In die eeuw werden verscheidene steden voorzien van metersdikke, hoge, steile muren, zogenaamde cyclopische stenen muren met een polygonaal verband.

Ook bij de brug op de foto is dat polygonaal verband goed te zien: de stenen en rotsblokken liggen ongeordend op elkaar. ‘Polygonaal’ betekent dan ook ‘veelhoekig’. De Myceners pasten deze techniek toe, omdat dat de meeste stevigheid bood. Aan de rotsblokken werd wel eerst een wat vierkante vorm gegeven, zodat ze beter op elkaar bleven liggen. Dit hakwerk werd verricht met stenen houwhamers, omdat men in de bronstijd nog niet beschikte over ijzer. De ruimte tussen de rotsblokken werd opgevuld met kleine stenen en klei. Het is nog steeds onduidelijk hoe dergelijke zware blokken boven op elkaar konden worden gelegd, sommige wegen meer dan 20.000 kilo. Als je de brug zo bekijkt, is er een duidelijke overeenkomst met de overdekte gang in het Myceense complex van Tiryns.

Byzantijnse kerkje met fundering uit de 11e eeuw

foto © willem van leeuwen

Myceense brug, 13e of 14e eeuw v.Chr

foto © willem van leeuwen.

Copyright © All Rights Reserved