Griekse Zeescheepvaart

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Griekse Zeescheepvaart

De Griekse koopvaardijvloot is een van 's werelds grootste, Griekenland bekleedt de eerste plaats in tankers, tweede in de droge bulk carriers, LNG-tankers en containerschepen. Griekse reders zien nog steeds hun investeringen omhoogschieten. Wereldwijd behoort een op de vijf schepen in aanbouw aan Griekse reders en een op de drie bestaande schepen worden gekocht door de Griekse rederijen. De 40 Griekse verladers beheersen ongeveer 10,5% van de laadcapaciteit en 9,2% van de tonnage in de wereld. Het totale Griekse aandeel bedraagt 16% van de wereld-laadcapaciteit.

 

De particuliere Griekse vloot is erin geslaagd om rechtstreeks te concurreren met grote zeevarende landen zoals China en Japan. Het is de voortzetting van een lange traditie. De particuliere Griekse vloot omvatte in april 2014 bijna 4900 schepen met 300 miljoen ton draagvermogen (hoeveel massa een schip kan vervoeren), Japan bekleedde de tweede plaats en China de derde.

 

De top tien van Griekse reders

Volgens gegevens van de grootste wereldwijde cargadoor Clarkson, bestaat de top tien van Griekse reders uit:

 

John Angelicoussis

De bedrijven van John Angelicoussis zijn ondermeer Anangel, Maran Tankers en Maran Gas, ondergebracht in de Angelicoussis Shipping Group met in totaal 114 schepen met gezamenlijk 20 miljoen ton draagvermogen.

Angelicoussis voert de top tien aan van Griekse reders en staat op de 8e plaats op de wereldranglijst van de 100 meest invloedrijke reders met totaal 15 Grieken.

De 65-jarige reder trad in de voetsporen van zijn vader Antonis, die het bedrijf startte. Hij was een belangrijk zakenman en verdiende zijn sporen als verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog en kreeg daarvoor onderscheidingen van zowel de Griekse als de Britse overheid.

Volgens bronnen varen 80 schepen van Angelicoussis onder de Griekse vlag. Hij investeert nog steeds in zijn bedrijf en is in 2013 begonnen met het vervoer van vloeibaar aardgas. De twee schepen die hij daarvoor bij Daewoo in Zuid-Korea heeft besteld, kostten een slordige $ 414 miljoen.

 

George Economou

CEO van Cardiff Marine en Dryships groups, George Economou, bezit een vloot van 128 schepen met ruim 16 miljoen ton draagvermogen. Van deze vloot zijn (eind 2014) 22 schepen nog in aanbouw. Er zijn 37 schepen van hem geregistreerd in Griekenland.

Economou heeft de crisis waarin zijn (aan de beurs van Athene genoteerd) bedrijf verkeerde als CEO doorstaan. Dat was mede dankzij de rol van de dochteronderneming OceanRig, die zich bezighoudt met boorplatforms. Hij is geen erfopvolger en zet geen familietraditie voort. Hij is de zoon van een kantoorboekhandelaar. Hij behaalde een diploma in de scheepsbouw en toegepaste techniek aan het Massachusetts Institute of Technology en heeft zijn bedrijf zelf opgebouwd.

Volgens berichten in de media wil hij deelnemen aan boringen in de Egeïsche en Ionische Zee om de aanwezigheid van koolwaterstof te verkennen.

 

George Prokopiou

Het bedrijf Dynacom van George Prokopiou beschikt over 95 schepen met ruim 12 miljoen ton draagvermogen.

 

Angeliki Frangkou

De Navios Group wordt aangevoerd door CEO Angeliki Frangkou. Zij beschikt over 119 schepen met een draagvermogen van meer dan 11 miljoen ton. Zij is 19e op de wereldlijst van scheepsmagnaten.

Opvallend is dat zij regelmatig wordt vergeleken met Aristoteles Onassis. In 1990 kocht zij – zij was toen 25 jaar – het verouderde vrachtschip 'Foulvia' voor een bedrag van $ 1,5 miljoen. Het was het begin van haar eigen bedrijf. Zij werd in 2011 door het blad 'Fortune' opgenomen in de lijst van 50 meest invloedrijke zakenvrouwen ter wereld.

Ze is de dochter van Nikos Frangkos, een kapitein en eveneens een scheepsmagnaat afkomstig van het eiland Chios, dat bekend staat om de maritieme tradities.

 

Petros Papas heeft een holding met bedrijven als Ocean Bulk, Star Bulk en PST Tankers. Hij heeft 83 schepen met 9 miljoen ton aan draagvermogen.

 

Nikos Tsakos beschikt over 62 tankers, 12 droge bulk carriers, 2 gas-tankers en 7 containerschepen met totaal 8 miljoen ton draagvermogen.

 

Euronav en GacLog zijn eigendom van Peter Livanos. Samen beschikken deze bedrijven over 48 schepen met iets meer dan 8 miljoen ton draagvermogen.

 

Victor Restis is eigenaar van 84 schepen met ruim 7 miljoen ton draagvermogen.

In juli 2013 werd de 45 jarige Restis gearresteerd op verdenking van fraude, verduistering en het opzetten van een criminele organisatie. De Restis Group reageerde op zijn aanhouding door te stellen dat hij valselijk beschuldigd was door een ex-werknemer. Het gaat om witwaspraktijken via dochterondernemingen. De Restis Group houdt zich behalve met transport over zee ook bezig met energie, vastgoed, media en bankieren. Voor dit laatste werd hij gearresteerd. Omdat justitie bang was dat hij zou vluchten, werd hij in voorlopige hechtenis genomen. In december 2013 kregen zijn advocaten hem uiteindelijk weer (voorlopig) op vrije voeten.

Eerder werd de Restis Group beschuldigd van het schenden van de internationale sancties tegen Iran door zaken te doen met dat land. Restis probeerde een gerechtelijke procedure te voorkomen door een bedrag van $ 400.000,- te doneren aan de voorzitter van UANI, een Amerikaanse anti-Iran lobbygroep, die probeert te voorkomen dat Iran een supermacht wordt die kan beschikken over nucleaire wapens. Voor dat bedrag zou UANI even de andere kant op moeten kijken en de Restis Group ongestoord zaken laten doen met Iran. Restis heeft de UANI aangeklaagd, maar op de website van Bloomberg View valt te lezen dat de zaak zó geheim was dat de rechter er geen uitspraak over mocht of kon doen. 'Iran case is so secret, it can't go on'.

Voor wie verder wil lezen:

http://www.bloombergview.com/articles/2015-03-25/iran-case-is-so-secret-it-can-t-go-on

 

Marmaras Navigation is in handen van Diamantis Diamantidis; de 7 miljoen ton draagvermogen is verdeeld over 52 schepen, waarvan er 42 geregistreerd zijn in Griekenland.

 

En de top tien wordt afgesloten met Minerva Marine van Andreas Martinou met 54 schepen en een gezamenlijk draagvermogen van bijna 6,5 miljoen ton.

 

Maria – Angelicoussis

John Angelicoussis

George Economou

links: Angeliki Frangkou

rechts: George Prokopiou

Victor Restis op de trappen van het gerechtsgebouw

De Bergen Max (van de Restis Group) een van de schepen die tussen 2012 en 2014 Iran acht keer bezochten, volgens de onderneming met humanitaire hulpgoederen, nadat men in een eerder stadium elke transactie met Iran had ontkend, maar toen men terugkwam uit Iran in de haven van Piraeus, bleek dat dit schip vol zat met olie.

Vagliano en Onassis

De meeste Griekse rederijen zijn familiebedrijven met familieleden op sleutelposities van verschillende (dochter-)ondernemingen. Er wordt gehuwd tussen de verschillende dynastieën om de bedrijven en de macht uit te breiden of sterker te maken. Deze zeer hechte families zorgen ervoor dat financieel gevoelig informatie met betrekking tot het bedrijf en de familie niet in de openbaarheid komt. De meeste transacties worden geheim gehouden binnen de familienetwerken.

 

Panayis Athanase Vagliano (afkomstig van Kefalonië) wordt gezien als de vader van moderne Griekse scheepsmagnaten.

Vagliano leefde van 1814 tot 1902. Hij werd geboren op Kefalonia en werd in zijn jonge jaren zeeman. Zijn broers Marinos en Andreas waren omstreeks 1840 geëmigreerd naar Rusland. Panayis voegde zich bij hen en samen richtten zij de rederij 'Gebroeders Vaglianos' op. Ze handelden ook in graan en en maakten behoorlijke winst dankzij de Krim-oorlog. Het verhaal gaat dat ze de gehele tarwe-oogst die bestemd was voor de export in één keer opkochten en tegelijkertijd op de beurs handelden in graancontracten.

Na de oorlog ondervonden andere Griekse ondernemers in Rusland problemen met betrekking tot het vervoer. De Gebroeders Vaglianos reageerden daarop door niet alleen het transport (met hun schepen) aan te bieden maar zelfs te zorgen voor financieringsmogelijkheden.

Rond 1858 verhuisde Panayis naar Londen en werd er graanhandelaar, bankier en verlader, maar bleef wel in contact met zijn broers in Rusland. In Londen was in die tijd al een behoorlijk ontwikkelde Griekse handelsmissie, die hem hielp met het lidmaatschap van de Baltic Exchange, een belangrijke scheepvaartbeurs in Londen.

Door zijn vestiging in Londen ontliep hij de strenge Griekse commerciële wetgeving, waardoor hij behoorlijke winsten kon maken en zelfs geld kon lenen aan andere Grieken die schepen wilden (laten) bouwen. Na zijn dood werd het bedrijf door zijn broers voortgezet. Het overleefde de enorme crisis na de beursval in Rusland en Turkije na de Eerste Wereldoorlog door zich te concentreren op scheepstransport en financiering. Op die manier hielpen zij bij de ontwikkeling van de dynastieën van Griekse reders.

In Griekenland wordt Vagliano vooral herdacht als degene die de Nationale Bibliotheek in Athene heeft gefinancierd. In Engeland doneerde hij voor de Heilige Sophia kathedraal en de Grieks orthodoxe begraafplaats in West Norwood. Daar vinden we ook zijn imposante graftombe. Bij zijn dood werd zijn vermogen geschat op ongeveer ₤ 3 miljoen. Bij testament vermaakte hij een deel daarvan aan Kefalonië voor charitatieve doeleinden.

 

Aristoteles Socrates Onassis is een van de andere bekende scheepsmagnaten in de Griekse historie. Hij werd geboren in 1906 in een voorstadje van Smyrna (nu Izmir in West-Turkije). Zijn vader kwam uit Cappadocië in centraal Turkije en was in Smyrna een succesvol verlader, waardoor hij zijn kinderen een goede opleiding kon geven. Toen Aristoteles 16 jaar was sprak hij vier talen (Grieks, Turks, Spaans en Engels).

Tot 1922 bleef Smyrna Grieks grondgebied, maar toen het door Turkije werd ingenomen, was de familie genoodzaakt te vluchten naar Griekenland, waardoor een groot deel van het vermogen in vastgoed achtergelaten moest worden. In deze periode verloor Onassis drie ooms, een tante en haar echtgenoot en dochter doordat de Turken een kerk in brand staken waar ongeveer 500 Grieken een schuilplaats hadden gezocht.

In 1922 vertrok Onassis vanuit Griekenland naar Buenos Aires in Argentinië met een vluchtelingenpaspoort. Hij kreeg een baan bij een Engelse telefoonmaatschappij. Op dat moment was hij feitelijk nog minderjarig maar hij had in zijn paspoort 1900 laten opnemen als geboortejaar en Thessaloniki als geboortestad. Naast zijn werk bij de telefoonmaatschappij werkte hij ook als koerier en piccolo in een hotel en handelde wat in zogenaamde Turkse tabak. Dat laatste bleek bijzonder succesvol, hij had $ 100.000,- verdiend in twee jaar tijd met een omzet van $ 2 miljoen. Hij kocht daarna een sigarettenfabriek en bracht de sigaret Omega op de markt. Hij hoefde als stateloze geen belasting te betalen, maar vroeg desondanks de Argentijnse nationaliteit aan die hij ook verkreeg. Vlak daarna kreeg hij – na een wetswijziging in Griekenland – ook de Griekse nationaliteit. Hij werd consul-generaal van Griekenland in Buenos Aires en ging huiden en graan exporteren naar Europa. En dat was de oorzaak dat Onassis zich ook ging richten op het transport over water.

Toen een groep Canadese reders als gevolg van de wereldwijde economische crisis in de jaren '30 failliet ging, was hij in staat om hun 6 topschepen voor een fractie van de marktwaarde (cash) te kopen. Hij ging zich toeleggen op het transport van olie, wat zorgde voor een grote omzet en meer winst. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog bezat Onassis 46 vrachtschepen en tankers. En door zijn schepen aan geallieerden te verhuren bedroeg zijn fortuin aan het einde van de oorlog in 1945 ongeveer $ 100 miljoen.

De geallieerden verboden Duitsland zich na 1945 met zeescheepvaart bezig te houden. Dat was voor Onassis aanleiding om met de Duitsers te gaan praten. Hij gaf scheepsbouwers en Duitse staalfabrieken financiële steun van $ 8 miljoen. Hierdoor kon Onassis voor een lage prijs nieuwe schepen aanschaffen. Hij ging nog verder in Duitsland door op zijn schepen 600 Duitse matrozen aan te nemen. Onassis kon in Duitsland niet meer stuk.

In de jaren 1948 – 1956 bezat hij de grootste vloot voor de walvisvangst, die hij vervolgens verkocht aan een Japans consortium. In de genoemde periode had Onassis (financieel) succesvol op walvissen gejaagd voor de kust van Peru. Zijn eerste expeditie leverde hem een netto-winst op van $ 4,5 miljoen. Hij moest met de walvisvangst stoppen na verklaringen van medewerkers op de Olympic Challenger, dat stukken vers vlees van de 124 walvissen dagenlang op het dek bleven liggen. En slechts een enkel exemplaar kon aangemerkt worden als volwassen walvis. Alles wat binnen het bereik van de harpoen kwam werd gedood, groot of klein. Dat was geen goede reclame voor Onassis en hij deed de onderneming van de hand aan een Japanse onderneming voor een bedrag van $ 8,5 miljoen.

In 1954 sloot Onassis met koning Saud van Saoedi Arabië een megacontract, waarbij Onassis gevraagd werd super-tankers te leveren. Hij werd daarmee ook in staat gesteld voor het transport te zorgen en betrokken te worden bij de verkoop van olie.

Hij maakte gigantische winsten terwijl oliemaatschappijen als Mobil en Texaco zich moesten houden aan onvoordelige langetermijncontracten, terwijl die voor Onassis uiterst gunstig waren. Zo kon hij goedkoper olie vervoeren dan de andere oliemaatschappijen (die veelal onder Amerikaanse vlag vaarden). Het grootste deel van de vloot van Onassis voer belastingvrij onder Panamese vlag. Een enkel schip onder Amerikaanse. Door zijn lage kosten maakte hij bij ieder transport veel winst, ook al vroeg hij de laagste prijs op de markt. Hij kon met een contract van 6 maanden de aanschafkosten van een tanker terug verdienen terwijl hij enorme winsten opstreek gedurende de rest van de levensduur, gemiddeld 20 jaar. Eind jaren '50 bezat Onassis meer dan 70 vrachtschepen en tankers.

Eenderde van zijn vermogen zat in aandelen in oliebedrijven in de VS, het Midden-Oosten en Venzuela. Daarnaast zat hij ook nog met aandelenpakketten in 95 multinationals op 5 continenten.

Onassis werd vanwege zijn zaken met de Arabieren doelwit van de regering van de VS en in 1954 stelde de FBI een onderzoek in naar fraude, gepleegd door Onassis. Hij werd beschuldigd van overtreding van het artikel dat handelt over het staatsburgerschap bij de scheepvaartwetten. Ieder schip dat onder Amerikaanse vlag vaart, moet in eigendom zijn van een Amerikaans staatsburger. Onassis pleitte schuldig en kwam er vanaf met een boete van $ 7 miljoen.

 

Om een gedetailleerder beeld te geven van zijn bezittingen: hij bezat goudverwerkingsbedrijven in Argentinië en Uruguay, had een meerderheidsaandeel in een vliegmaatschappij in Latijns Amerika en $ 4 miljoen aan investeringen in Brazilië. Naast zijn bedrijven als Olympic Maritime, en Olympic Tourist had hij ook een chemisch bedrijf in Perzië en appartementen in Parijs, Londen, Monte Carlo, Athene en Acapulco, een kasteel in Zuid-Frankrijk en de Olympic Tower (van 52 verdiepingen) in Manhattan.

In 1956-1957 had hij Olympic Airways overgenomen van de Griekse overheid en was tevens eigenaar van de eilanden Scorpios en Sparta. Bekend is ook zijn jacht 'Christina' en tenslotte mag ook het aantal van 217 bankrekeningen verspreid over de gehele wereld niet onvermeld blijven.

Onassis huwde eerst Athina Livanos, dochter van een scheepsmagnaat. Zij kregen een zoon, Alexander en een dochter Christina. Beide kinderen kwamen ter wereld in New York. Het huwelijk was meer een middel om een door Onassis beoogd doel te bereiken. Het was een klap voor zijn schoonvader en de traditionele Griekse elite van het oude geld, die Onassis maar een nouveau riche vond.

Onassis en Maria Callas hadden een openlijke affaire hoewel beiden nog getrouwd waren. Achteraf onthulde Onassis dat de affaire niets betekende maar dat het eigenlijk voortkwam uit nieuwsgierigheid omdat zij beiden de bekendste Grieken van dat moment waren.

 

Het einde van de relatie met Callas werd aangekondigd met de komst van de weduwe van de president van de VS, John F. Kennedy, Jacqueline Kennedy. Zij trouwde met Onassis in oktober 1968 op het eiland Scorpios, dat privébezit was van Onassis.

De nieuwe mevrouw Onassis kreeg een aanbod van $ 3 miljoen om het verlies van haar Kennedy-vermogen, dat zij na een nieuw huwelijk zou verliezen, te compenseren. Na de dood van Onassis zou ze een regeling van $ 26 miljoen in een keer en $ 150.000,- per jaar de rest van haar leven krijgen. Alle zakelijke details besprak zij met Ted Kennedy en haar accountant André Meyer.

Volgens de biografie van Evans2 had Onassis 4 dagen na zijn huwelijk met Jackie Kennedy in oktober 1968 een uitgebreid onderhoud met Premier en kolonel Papadopoulos die hoog op het lijstje van Onassis stond voor wat betreft omkopingen en steekpenningen. Ze waren samen van plan de belangrijkste zakendeal te sluiten uit de geschiedenis van Griekenland. Het plan omvatte de bouw van een olieraffinaderij, scheepswerven, elektriciteitscentrales en aluminiumfabrieken. De officiële naam was het Omega Project en werd sterk bekritiseerd door journalisten zoals Helen Vlachos van de krant Kathemerini. Uiteindelijk verloor Onassis de onderhandelingen met de kolonels van zijn rivaal Stavros Niarchos, wat te wijten was aan de oppositie die Onassis ondervond van andere invloedrijke figuren binnen de junta.

 

Dochter Christina maakte er geen geheim van dat zij niet met haar stiefmoeder Jackie overweg kon, en na de tragische dood van Alexander overtuigde zij haar vader van het feit dat Jacqueline een vloek over de familie had gebracht als gevolg van de moorden op John F. en Robert Kennedy.

Tijdens het huwelijk bewoonden Onassis en Jackie 6 verschillende residenties: een appartement met 15 kamers aan Fifth Avenue in New York, een paardenfarm in New Jersey, een appartement aan de Avenue Foch te Parijs, het huis in Athene, het privé eiland Scorpios en het 100 m lange jacht Christina.

In maart 1975 overleed Onassis op 69-jarige leeftijd in Parijs door ademhalings-moeilijkheden als gevolg van een auto-immuunziekte waaraan hij al enkele jaren leed. Bij testament verkreeg Christina 55% van het vermogen van Onassis en de overige 45% werd belegd door de Alexander Onassis Business Foundation die een deel van de winst afstond aan de Alexander Onassis Public Benefit Foundation. Die 45% was het deel dat Alexander geërfd zou hebben, als hij niet omgekomen zou zijn in 1973 bij een helikopterongeluk. Deze goede doelen stichting had Onassis in het leven geroepen ter nagedachtenis aan zijn zoon. Christina werd de eerste voorzitter van de stichting. Opmerkelijk is nog dat het testament met deze regeling door Onassis met de hand was geschreven. Daarin had hij ook vermeld dat de Business Foundation opgericht en ingeschreven moest worden in Liechtenstein. De Business Foundation bemoeide zich – hoe kan het ook anders – met scheepvaart en financieringen.

Ook Jackie kreeg haar regeling; sommigen houden het op $10 miljoen, anderen op $ 26 miljoen. In ieder geval kon haar beleggingsadviseur, de Belg Maurice Tempelsman, er in enkele jaren een vermogen van meer dan $ 250 miljoen van maken.

Na het overlijden van Christina (hartaanval) in 1988 ging haar vermogen naar haar enig kind Athina Onassis. Deze werd daarmee het rijkste 3 jaar oude meisje ter wereld.

Athina is in 2005 gehuwd met de Braziliaanse springruiter Alvaro De Miranda en houdt zich sindsdien bezig met het fokken van springpaarden. Doordat zij, nadat haar eigen moeder was overleden, is opgevoed door haar Zwitserse vader en stiefmoeder, is zij volkomen vervreemd van de familie Onassis en hun tradities. Menig ingewijde dacht dat zij op haar 21ste wel het voorzitterschap zou krijgen van de Alexander Public Benefit Foundation, maar dat werd haar geweigerd. Volgens het bestuur van de stichting was ze ongeschikt. Men ging de stichting niet overdragen aan iemand die niets met de Griekse cultuur heeft, of met het Griekse geloof en de Griekse taal. In een gerechtelijke procedure werd het bestuur van de stichting in het gelijk gesteld.

 

Het familie-eiland Scorpios, waar zowel Aristoteles, als Christina en Alexander begraven liggen, heeft Athina in 2014 verkocht (voor € 100 miljoen) aan Katerina, dochter van de steenrijke Rus, Dimitri Rybolovlev.

Athina toont de laatste jaren wat meer interesse in de Onassis roots door haar Griekse paspoort te verlengen en het leren van de Griekse taal. In de ruitersport komt zij momenteel uit voor Griekenland, hoewel haar thuisbasis nog steeds Sao Paulo is.

 

Februari 2014, Griekse bond van reders

Het initiatief van het ministerie van Financiën om de belasting op vrachtschepen te verdrievoudigen heeft een heftige reactie opgeleverd van de Griekse Bond van Reders. De voorzitter van de bond, Theodoros Veniamis, beschreef de belasting op schepen van bedrijven met de basis in Griekenland, ongeacht de vlag waaronder men vaart, een regelrechte schending van de Griekse Grondwet inhoudt.

Volgens Veniamis, is deze nieuwe belasting het einde van het eigen voorstel om de belasting op schepen voor een periode van drie jaar te verdubbelen. De eigenaren van ongeveer 3.000 schepen, die de overgrote meerderheid van de Griekse vloot vertegenwoordigen, waren het eens met de vrijwillige verdubbeling van die belasting.

De voorzitter van de bond sprak de hoop uit dat de Griekse regering spoedig zou inzien dat de maatregel niet efficiënt zal zijn, zoals bij eerdere gelijksoortige maatregelen als gebleken is. Hij voegde daaraan toe dat het tekort aan inkomsten dat de Griekse regering verwacht bij de vrijwillige verdubbeling, wellicht uit andere maatregelen gedekt zal kunnen worden, bijvoorbeeld door het aantrekkelijker te maken om meer schepen in het Griekse register op te nemen.

Hij merkte tenslotte nog op dat de Griekse vloot in 2013 nog steeds de leidende positie had in de wereld; ruim 16% van het wereld tonnage wordt verscheept via schepen van Griekse reders, 23,5% van de tankers is Grieks eigendom en 18,5% van de droge-bulk carriers.

 

De haat tegen de scheepsmagnaten, Der Spiegel juni 2014

Er was een tijd dat de Griekse reders de covers van roddelbladen sierden en voetbalclubs leidden, veilig in de genegenheid van miljoenen fans. Maar tegenwoordig, moeten mannen zoals Theodoros Veniamis, een van de rijkste mannen in het land, persoonlijke bescherming hebben. Velen verlaten hun huis niet zonder bodyguards.

Op de lijst van door hun landgenoten meest gehate Grieken, hebben reders bijna de top bereikt; alleen politici zijn nog meer verguisd. Ze worden bedreigd door radicale linkse groepen en zelfs fysiek aangevallen. Er zijn ook pogingen tot ontvoeringen. In ten minste één geval betaalde een familie van een reder miljoenen euro's aan losgeld.

 

Scheepsmagnaten in Griekenland worden beschouwd als hebzuchtig en gewetenloos. Volgens internationale analyses, is ten minste € 140 miljard van hun verdiensten onbelast gebleven sinds 2002, een bedrag dat de Griekse financiële verplichtingen van vandaag met bijna de helft zou verminderen. Op Zwitserse bankrekeningen hebben de magnaten vermoedelijk 60 miljard gestald. Dit was wettelijk mogelijk door een web van speciale regelgeving die de belastingvrijstellingen voor reders, en deels illegaal, door regelrechte belastingontduiking.

Maar dat is niet alles. Griekenland blijft een land in crisis. De werkloosheid bedraagt eind 2014 ongeveer 27%, belastinginkomsten stagneren en de regering probeert af te dingen op haar eigen betalingsverplichtingen tegenover internationale geldschieters, terwijl ondertussen de rederijen hun vloot uitbreiden alsof geld geen rol speelt. In 2013 bestelden zij 275 nieuwe schepen ter waarde van bijna € 10 miljard, meer dan enig ander land in de wereld. Een vergelijkbaar bedrag werd geïnvesteerd in de renovatie van hun vloot. En in de eerste twee maanden van 2014, bestelden de Griekse rederijen 15 gebruikte en 19 nieuwe schepen ter waarde van ongeveer € 5 miljard. Het is bijna alsof er geen crisis in de afgelopen jaren was geweest.

 

'We volgen onze eigen stofwisseling', zegt Veniamis, 'ons succes is dat we juist in moeilijke tijden kopen. Dat kunnen we doen omdat het geld uit onze eigen portemonnee komt'. De meeste Griekse rederijen zijn familiebedrijven en kunnen zo handelen, in tegenstelling tot de overheidsbedrijven.

Maar als je dan vraagt hoe dat eigen geld in hun portemonnee is gekomen, wordt hij stil. Veniamis, 63 jaar, staat aan het hoofd van de Golden Union Shipping Company met een vloot van 52 schepen. Hij staat op de 51e plaats van de door Lloyd opgestelde lijst van meest invloedrijke reders. Hij is tevens voorzitter van de Bond van Griekse reders en in die hoedanigheid spreekt hij voor ongeveer 800 families met ongeveer 5000 vrachtschepen, containerschepen en tankers.

Als hem gevraagd wordt naar belastingontduiking en gerechtelijke onderzoeken bij tenminste 46 reders, wordt hij vaag: 'In andere landen zijn ook vele manieren om te voorkomen dat je belasting betaalt. Wij zijn aan het concurreren met de gehele wereld, maar nergens zijn de zakenlieden zo patriottisch als in Griekenland'.

Op de lijst van Christine Lagarde staan meer dan 2.000 namen van Grieken met bankrekeningen in Zwitserland, waaronder meer dan 100 reders of hun echtgenoten.

'Uitzonderingen', zegt Veniamis, 'geïsoleerde incidenten waarbij privé onroerend goed of familiebezittingen op de balans terecht zijn gekomen van de ondernemingen'. Het zijn volgens hem de zwarte schapen, die in elke branche bestaan en vervolgens schakelt hij snel over op een ander onderwerp en vertelt over hoe zijn bedrijf ongeveer 12.000 families ondersteunt door maandelijks voedselpakketten uit te delen.

Hij vindt het ook niet leuk om te praten over hoe vrijwel alle Europese landen hun rederijen subsidiëren met de bedoeling om ze te kunnen laten concurreren met het Verre Oosten.

De belasting op vrachtschepen, die wereldwijd wordt toegepast kan worden gezien als een vorm van overheidssteun. Het is een forfaitaire belasting die afhankelijk is van de grootte en de capaciteit van het schip en niet van de daadwerkelijke winst of omzet. Het tarief per ton verschilt per land, maar volgens deskundigen, is er geen land ter wereld waar scheepseigenaren zo gespaard worden voor deze financiële lasten als in Griekenland.

Griekse rederijen, die actief zijn in het land, zijn bijna volledig vrijgesteld van belastingen of heffingen, en de inkomsten uit het internationale bedrijfsleven wordt in het geheel niet belast. Zelfs wanneer een rederij een schip verkoopt, wordt dat niet belast.

Oppositiepartij Syriza telde onlangs in totaal 58 speciale regels voor reders en wil dat die zo snel mogelijk worden gewijzigd. 'We hebben nog nooit een ander systeem hadden', zegt Veniamis, 'we betalen belastingen als privé mensen net als de anderen'.

Ongeveer 7% van de Griekse economie betreft de scheepvaart. Het land van de koopvaardij, biedt volgens hem werk aan meer (Griekse) officieren per schip dan Duitsland. In werkelijkheid komt dat neer op nog geen 30.000 banen, en de vakbond van zeelieden klaagt over een 70 procent werkloosheid. De vakbond stelt ook dat, terwijl de Griekse reders zelf slechts € 15 miljoen aan inkomstenbelasting in de staatskas stortten in 2012. De matrozen betaalden in datzelfde jaar meer dan € 55 miljoen.

Eind 2014 worden reders geconfronteerd met een iets toenemende druk. De regering Samaras heeft een verdrievoudiging van de tonnagebelasting aangekondigd, een actie die mogelijk € 140 miljoen aan extra belastinginkomsten jaarlijks voor de komende 3 jaar oplevert. De publieke opinie was positief over het feit dat de zakenlieden de maatregel accepteerden. Maar rederijen stellen een verdubbeling voor die hen slechts € 100 miljoen per jaar zal kosten, veel lager dan het ministerie van Financiën verwacht. En ze vragen aanzienlijk meer tijd om het te betalen.

 

Grieks orthodoxe begraafplaats

in West Norwood

Maria Callas en Aristoteles Socrates Onassis

Jacqueline Bouvier Kennedy en Aristoteles Socrates Onassis

Athina Onassis, een van de rijkste vrouwen ter wereld, wiens vermogen momenteel op $ 1 miljard wordt geschat.

Theodoros Veniamis

Copyright © All Rights Reserved