Het Noorden

DIAKÓPTO 38°11'30.6"N 22°11'50.8"E (station voor tandradtrein)

KALÁVRITA 38°02'02.9"N 22°07'03.2"E (holocaust memorial)

MONI MEGA SPÍLEO 38°05'29.1"N 22°10'18.7"E (pad naar klooster)

MONI AGIA LAVRAS 38°00'45.9"N 22°04'51.4"E (klooster zelf)

CAVE OF LAKES 37°57'40.0"N 22°08'27.6"E (parkeerplaats bij de grot)

KLEITORÍA 37°53'47.2"N 22°07'24.1"E (kruispunt centrum)

PANAGIA TON KATAFYGION 38°05'21.7"N 22°24'32.5"E (parkeergelegenheid bij ingang)

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Het Noorden

Ik bespreek hier een paar onderdelen gezamenlijk onder de titel 'het Noorden' omdat ze het beste tijdens één trip vanuit Nafplion te bezoeken zijn. Waarschijnlijk zijn alle onderdelen te veel voor één dag, maar je hoeft ze natuurlijk niet allemaal te doen. Het betreft een treinrit door de bergen, een bezoek aan twee kloosters, een grot met meren, een paar stadjes en een zeer groene omgeving met steile en bochtige slingerweggetjes en diepe kloven. Op de Peloponnesus is het niet moeilijk om een overnachtingsmogelijkheid te vinden. In de plaatsjes langs de noordkust vind je meerdere hotels en zogenaamde 'room rents' maar ook in de dorpen in de bergen zijn wel die te vinden. Als je Google raadpleegt met de zoekterm 'hotels northern Peloponnese' vind je er meerdere in Kalavryta en Diakopto. In de dorpen zelf tref je vaak borden aan met 'room for rent'.

 

Diakópto

Diakópto (ook Diakófto genoemd) ligt op anderhalf uur rijden van Nafplion aan de noordkust van de Peloponnesus. Naast een strand met een paar tavernes, heeft het kleine, vriendelijke stadje de toerist weinig anders te bieden dan het station van waar een tandradtrein vertrekt, de bergen in naar Kalávrita. Het station en de directe omgeving zijn helemaal ingesteld op toeristen. De vertrektijden van de trein zijn duidelijk aangegeven en de lokettist spreekt perfect Engels.

De rit van Diakópto naar Kalávrita duurt iets meer dan een uur en is een van de mooiste treinritten die je in Europa kunt maken (en dat weten de toeristen). Het is daarom druk en zeker aan te bevelen om vroeg in de ochtend een kaartje te kopen.

De rit door de Vouraïkoskloof is ongeveer 22 km en onderweg wordt er alleen gestopt in het dorpje Zarchlorou, van waaruit je een wandeling van een klein uur kunt maken naar het klooster van Mega Spileo. Natuurlijk staat er ook een taxi klaar voor het geval je niet wilt wandelen.

Sommige delen van het (smal)spoor gaan zo steil omhoog dat over een stuk van 6 km gebruik gemaakt wordt van een tandrad (zowel bergopwaarts als bergafwaarts). Het uitzicht onderweg is adembenemend.

Het traject werd door de Italianen (die ervaring in de Alpen hadden opgedaan) aangelegd tussen 1889-1896 om ijzererts uit het gebied rond Kalávrita te kunnen halen. De oorspronkelijke stoomlocomotieven staan op het station van Diakópto.

Naast het spoor loopt een prima weg, dus mocht je geen kaartje voor de trein kunnen bemachtigen, dan kun je ook met de auto van het natuurschoon in de Vouraïkoskloof genieten. Een wandeling over het voetpad door de kloof is ook een optie, maar daar heb je wel stevige (wandel)schoenen voor nodig.

 

Kalávrita

Kalávrita (met 2200 inwoners) ligt aan een lange (slinger)weg van Patras aan de noordkust naar Tripoli in het midden van de Peloponnesus. De stad is vooral bekend bij de treinreizigers uit Diakópto, maar het iets zuidelijker gelegen klooster Agia Lavras is vooral bekend bij de Grieken omdat er – bij wijze van spreken – de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Ottomanen begon. Hierover later meer.

Kalávrita betekent 'goede bron' Het stadje ligt op ongeveer 900 m hoogte en in een zeer bosrijke omgeving, waardoor het er in de zomer vaak beter uit te houden is dan aan de kust. De bewoners van Patras en Korinthos komen hier in de zomer dan ook verkoeling zoeken.

Je kunt er mooie wandelingen maken en in de winter is het geliefd omdat er enkele goede skipistes in de buurt liggen.

Een prima taverne op het plein is 'To Tzaki' (de openhaard) waar uitstekende maaltijden worden geserveerd.

 

Geschiedenis Kalávrita

In de tijd dat de Franken hier de scepter zwaaiden was het toenmalige Kalovráte toegewezen aan baron Otto de Tournai. Later kwam het in handen van de Byzantijnen uit Mistras, maar haklverwege de 15e eeuw werd het gebied veroverd door de Ottomanen. Omdat het gebied rondom Kalávrita onherbergzaam is, speelde het een belangrijke rol in de onafhankelijkheidsstrijd die in 1821 begon. Hierover later meer bij 'Agia Lavras' en bij 'Katafygion'.

Als je Kalávrita met de auto nadert, zie je op een paar kilometer voor het stadje een enorm wit betonnen kruis op de berghelling. Dit kruis herinnert aan de slachting die hier op 13 december 1943 plaatsvond. De gehele mannelijke bevolking (tussen de 12 en 80 jaar) van het dorp werd vermoord door de nazi's als represaille, omdat de partizanen geholpen zouden zijn door de inwoners van Kalávrita bij het ombrengen van 81 Duitse soldaten. Er waren meer dan 1400 Griekse doden te betreuren en vervolgens werd het dorp platgebrand, net als het klooster van Agia Lavras. De klok van de kerktoren in Kalávrita is stilgezet op het tijdstip dat de slachting plaatsvond.

Het verhaal gaat dat dertien mannen zich dood hebben gehouden en het uiteindelijk hebben overleefd. Dat geldt niet voor de Oostenrijkse officier die in zijn goedheid de vrouwelijke bevolking vrijuit had laten gaan. Hij werd standrechtelijk geëxecuteerd.

De Duitse Wiedergutmachung laat nog steeds op zich wachten al waren er in het verleden enkele particuliere acties; zo kon met geld van de Duitse kerk, de kerk van Kalávrita weer herbouwd worden en werden er eind jaren '50 33 weeskinderen door Duitsland uitgenodigd om een beroepsopleiding te komen volgen. Het stadje is na de oorlog in de oude stijl herbouwd.

In 1972 werden twee deelnemers aan de slachting door de rechtbank van Bochum (in Duitsland) vrijgesproken omdat de represailles noodzakelijk zouden zijn geweest en volkenrechtelijk toelaatbaar.

 

Kalávrita volgens Pausanias

Pausanias vertelt dat hier mensen woonden met Arkadisch bloed die zich Kynaithiërs noemden. Zij vereerden de Olympische Zeus met bliksemschichten in beide handen. (Aangenomen wordt dat Kalávrita op dezelfde plek ligt als het antieke Kynaitha).

Hij zag een heiligdom van Dionysus waar eerder (jaarlijks) een winterfestival werd gehouden, waarbij mannen – na zich gereinigd te hebben met water uit een nabijgelegen heilige bron – zich insmeerden met olie om vervolgens een stier uit de kudde (op hun nek) naar het heiligdom te brengen. Het water van de bron was bovendien geneeskrachtig want iedereen die door een dolle hond was gebeten kon hier genezing krijgen door van het water te drinken. Pausanias trok vervolgens de vergelijking met het water van de Styx in de buurt van Feneos (zie het hoofdstuk Stymfalía en Feneos) dat juist dodelijk zou zijn voor de mens. Hierdoor was de bron een teken van goedheid om de natuurlijke balans weer in evenwicht te brengen.

Het water van de bron kwam terecht in de rivier de Ladhon (ten zuiden van Kalávrita), die vooral door het verhaal van Daphne en Leukippos bekend is geworden (zie Stymfalia en Feneos).

 

Moni Mega Spileo

'Moni' staat voor 'klooster'.

Als je met de auto van Diakópto naar Kalávrita rijdt, kom je langs het klooster dat Mega Spileo heet (grote grot). Van een afstand lijkt het klooster aan de rotswand te hangen. Het bevindt zich op 925 m boven de zeespiegel. Volgens de legende moeten de eerste gebouwen hier op 23 augustus 362 gebouwd zijn door twee monniken. Dat waren de broers Simeon en Theodor uit Thessaloniki, die hier in een grot de Maria-icoon vonden die door de apostel Lucas zelf zou zijn geschilderd. Zij kregen daarbij hulp van een herderin van keizerlijke bloede, Euphrosyne, die hun na een visioen de grot en de icoon toonde. De icoon fluisterde de naam van de herderin. Momenteel hangt deze icoon (van hout en was, en volledig zwart geblakerd) in de kerk van het klooster. Ondanks het verhaal van de apostel Lucas schijnt de icoon uit de 10e eeuw te dateren. In de grot zelf zie je houten en kartonnen afbeeldingen van het vinden van de icoon. Het water dat uit de rotsen komt, noemt men 'de tranen van de Maagd'.

In de sacristie vind je veel manuscripten, iconen en andere gouden en zilveren voorwerpen. Opvallend zijn ook de verzilverde handen, ringen en horloges van overleden monniken, die hier achter glas als relikwieën bewaard worden. Duidelijk is dat het klooster niet armlastig is. Aan het kruis van gevlochten gouddraad is in de 17e eeuw meer dan elf jaar gewerkt door een monnik uit Smyrna. Toen het klaar was werd hij blind.

Mega Spileo klooster (foto internet)

Het klooster werd in de loop van de geschiedenis meerdere keren volledig verwoest en weer opgebouwd. Voor het laatst ging een groot deel verloren in 1934 toen een opslagplaats van kruit, dat nog uit de onafhankelijkheidsstrijd dateerde, de lucht in ging. Daardoor oogt het klooster relatief modern en doet het een beetje denken aan het onderkomen van een van de schurken uit de James Bondfilms.

Het klooster is gratis toegankelijk, al wordt een bijdrage wel op prijs gesteld. In de regel is het klooster 's morgens geopend voor bezoekers. Het kan zijn dat je gelijk met een bus andere toeristen aankomt, maar dat is niet zo'n probleem omdat het een groot klooster is en je die groep wel kunt ontlopen door een andere route te volgen. Houd wel rekening met het feit dat de dresscode door de monniken serieus wordt genomen, dus niet in korte broek of met blote schouders naar binnen.

 

Moni Agia Lavras

In dit klooster riep Germanos, aartsbisschop van Patras, op 25 maart 1821, de Grieken op het land te zuiveren van de Ottomanen die alle grenzen van rechtvaardigheid hadden overschreden. Hij hees uit protest de Griekse vlag, waaraan de lokale leiders en opstandelingen vervolgens trouw zwoeren. In werkelijkheid was de vrijheidsstrijd al een paar dagen eerder begonnen (bijvoorbeeld in Kalamata op 23 maart), maar nog steeds wordt dit feit gezien als 'het' begin van de onafhankelijkheidsstrijd en wordt op 25 maart jaarlijks de Griekse onafhankelijkheid gevierd. Vermoedelijk is door de orthodoxe kerk 25 maart 'gebruikt' omdat het begin van de strijd dan zou samenvallen met Maria Boodschap.

Dit klooster is rond 1670 gebouwd. Van het klooster dat ervoor stond, is alleen de kerk overgebleven die je ziet tussen het huidige klooster en de parkeerplaats. Deze kerk heeft aan de binnenzijde een dubbele laag fresco's.

In de bibliotheek vind je oude handschriften (11e en 12e eeuw) en er is een museumpje met veel informatie over de opstandige aartsbisschop en het oorspronkelijke zogenaamde vrijheidsvaandel met de geborduurde spreuk 'elefthería i thánatos' (vrijheid of de dood).

Uit het antieke Kynaitha (zie hieronder) worden enkele lampjes, vazen en ander aardewerk tentoongesteld.

Ook dit klooster is diverse keren verwoest en vervolgens weer opgebouwd. Dat laatste keer is het verwoest door de nazi's in de Tweede Wereldoorlog, tegelijk met hun actie in Kalávrita. Het werd in 1950 herbouwd.

Ook dit klooster is 's morgens voor publiek toegankelijk. Houd ook hier rekening met de eerdergenoemde dresscode.

 

Spileo ton Limnon – Cave of Lakes

En als je hier toch in de buurt bent, is een bezoek aan de grotten van Kastria zeker de moeite waard. Kastria ligt ongeveer 17 km van Kalávrita. De 'spileo ton limnon', ofwel de 'grotmeren', is voor het publiek (in groepjes) toegankelijk voor een deel van 500 m. Je ziet er de tot wel 30 m hoge stalactieten en twee van de vijftien meertjes die via beekjes en watervallen met elkaar in verbinding staan. Zomers vallen sommige hiervan droog. De rondleiding duurt ongeveer 25 minuten. Een trui is aan te bevelen bij een bezoek, want het is fris in de grot. De gids spreekt geen Engels, maar je krijgt wel een Engelstalige brochure. Vreemd genoeg mag je geen foto’s maken i8n de grot.

De grotten waren in de Oudheid al bekend, maar zijn in 1964 bij toeval door herders weer ontdekt en sinds de jaren '80 door geologen en paleontologen onderzocht. Vanaf 2002 zijn de grotten toegankelijk voor het publiek. Zij zijn ontstaan door de ondergrondse rivier die er 's winters nog altijd doorheen stroomt. Een bezoek in het vroege voorjaar is zeker aan te bevelen, omdat dan alle meren voorzien zijn van water.

Nog aardig om te weten is dat men hier allerlei fossielen heeft gevonden van planten en dieren. Het meest bijzondere ervan is die van een nijlpaard van ongeveer 300.000 jaar oud, maar ook menselijke botten uit het Neolithicum (6000 tot 3200 v.Chr.).

De grotten worden op de borden aangegeven met 'Cave of Lakes'.

 

Chelmosgebergte

De top van deze berg is met zijn 2355 m het op twee na hoogste punt op de Peloponnesus. De met bossen bedekte heuvels worden door diepe kloven doorsneden. Een van de beroemdste is de Mavroneri-kloof met de watervallen van de Styx (zie Stymfalía en Feneos).

De prachtige bossen met Griekse zilverdennen en Krimdennen worden tegenwoordig, dankzij de economische crisis, steeds minder gebruikt als speelterrein voor jongens met grote four-wheel drives. Al wandelend kun je nu ook genieten van de wilde pruimenbomen, witte meidoorns en jeneverbessen.

In de winter ligt er vrijwel altijd sneeuw en er is een populair skiresort op 1650 m hoogte met 12 pistes met een gezamenlijke lengte van 20 km, 7 skiliften met een capaciteit van 5000 skiërs per uur.

Als in het voorjaar de sneeuw is gesmolten, verschijnen sterhyacint, wilde tulp en diverse soorten viooltjes. Er komen veel verschillende vlinders voor, zoals het blauwtje en de kardinaalvlinder. Karakteristiek is het zandoogje.

 

Kleitoría

Ongeveer 22 km ten zuiden van Kalávrita ligt het rustige stadje Kleitoría. Op het dorpsplein staat een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog en uit de daarop volgende burgeroorlog. Verder op iedere hoek van het plein een periptero (kiosk).

Het dorpje Ano Klitoría ligt 4 km ten westen van Kleitoría en is synoniem met het antieke Kleitor, nu Zaforítsa of Paleópolis. De omgeving is prachtig en nodigt uit om per auto (Kleitoría – Aroanía) of te voet te verkennen.

 

Pausanias over Kleitor

Er stromen twee rivieren samen en volgens de verhalen zouden hier tsjilpende forellen zwemmen.

Pausanias was verrukt van het stadje in het binnenland van Achaia: 'Als men van Pheneus naar het westen trekt, voert de weg links naar Klitoría, naast het kanaal dat Heracles voor de rivier Aroanios aanlegde. (Deze rivier is nu bekend onder de naam Katsana). Kleitor ligt aan de rivier de Klitor, die nauwelijks een mijl verder in de Aroanios uitmondt. In deze rivier zouden gestippelde vissen rondzwemmen die als lijsters zingen'.

Pausanias zag een paar gevangen exemplaren, maar zingen deden ze niet. Tot zonsondergang is hij op een plaats bij de rivier gebleven waar ze naar verluidt het mooist zouden zingen.

Hij was vermoedelijk in het verkeerde jaargetijde in Klitoría. Als de forellen in de lente naar vliegen springen, stoten ze inderdaad en klank uit. Het is weliswaar geen lieflijk gezang, maar toch een merkwaardig soort piepen.

 

Panagia ton Katafygion

De een noemt het kitsch, de ander vindt het een belevenis. Het betreft een kapelletje en in de rotswanden uitgehouwen schuilplaatsen voor de Grieken in de onafhankelijkheidsstrijd. De kapel is gebouwd in 1782 en gewijd aan 'Onze Lieve Vrouw van de Schuilplaats'. Het bood de mogelijkheid aan de lokale bevolking en de kleftes (een soort Robin Hood-achtige dieven, annex vrijheidsstrijders) om er hun orthodoxe geloof te belijden en zich te verbergen voor de Ottomanen in tijden van strijd.

 

De schuilplaatsen waren perfect omdat ze vanaf de weg niet te zien zijn. Aan de linkerkant van de weg van Derveni naar Evrostina in een bocht naar rechts staat een bord en een klein kapelletje. Op de rots zelf zijn een paar bastions waar je een schitterend uitzicht hebt. Vanaf de bastions loopt een pad 40 m naar beneden en vervolgens kom je bij enkele stalen trappen langs de rotsen. Mensen met hoogtevrees hebben hier een probleem, omdat je dwars door de trappen heen naar beneden kunt kijken en de schuilplaatsen zelf ook een steil uitzicht naar beneden hebben.

Bevoorrading ging met een emmer aan een touw en een katrol.

In de schuilplaatsen staan houten poppen en gebruiksartikelen opgesteld. Dat kan wat kitscherig aandoen, maar het geeft wel een duidelijk beeld van hoe de mensen er geleefd hebben.

Voorbij het kapelletje dat ook in de rotsen is uitgehouwen, is nog een overnachtingsplaats voor pelgrims. Het heeft ook een interessant 'toilet met uitzicht'.

tandradtrein van Diakópto naar Kalávrita

foto internet

Het monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van 13 december 1943, Kalávrita

(foto internet)

Mega Spileo klooster

foto internet

kloosterkerk Agia Lavras

foto internet

Cave Of Lakes

foto internet

links: Meidoorn

rechts: Jeneverbes

Panagia ton Katafygion

foto © willem van leeuwen

Copyright © All Rights Reserved