Kleonai, Phlious & Titane

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Phlious 37°50'41.0"N 22°38'47.4"E (opgraving)

Kleonai 37°49'05.3"N 22°46'18.3"E (pad naar de opgraving)

Titane 37°55'14.2"N 22°37'29.2"E (akropolis)

Je vindt deze drie onbekende en dus weinig bezochte opgravingen in de vorm van een driehoek in de directe omgeving van Nemea. Ze liggen alle drie op ongeveer een klein uurtje rijden vanaf Nauplion of Argos.

De drie opgravingen zijn goed op één dag te combineren; in dit geval hoef je geen rekening te houden met openingstijden want waar er al een omheining om de opgraving staat is het hek niet op slot. Ga hier naartoe als je een mooie autorit wil maken en wil genieten van het landschap en de uitzichten. De opgravingen op zichzelf zijn niet echt indrukwekkend te noemen met rechtop staande zuilen e.d., maar hun ligging in de natuurlijke omgeving des te meer. De omgeving van Nemea is het gebied waar de beste Griekse wijnen geproduceerd worden. Je rijdt dan ook door uitgestrekte wijngaarden. Bij de meeste wijnfabrieken is het mogelijk om wijnen te proeven en rechtstreeks van de fabriek te kopen. De meeste wijnen uit de omgeving zijn echter ook in de supermarkten te koop.

 

De geschiedenis volgens Pausanias - Phlious

De omgeving van Argos en vooral het gebied ten noorden van de stad beviel Pausanias wel en er waren volgens hem veel mooie plekken te bezoeken, ondermeer de akropolis van Phlious. Daar was een oud heiligdom met een bos met cipressen. Het was de plek van Hebe, zoals Homerus haar noemde. Zij was wijnschenkster op de Olympus, zo had Odysseus gezien toen hij een bezoek bracht aan de onderwereld. Ze was ook de latere echtgenote van Heracles.

 

Schuin onder het heiligdom zag Pausanias de restanten van een theater en op het centrum van de markt in de stad stond een verguld beeld van een moedergeit.

Toen Heracles thuiskwam van zijn trip naar de Hesperiden (in Libië) werd hier een maaltijd voor hem bereid ter ere van zijn terugkomst. De wijn werd bij die gelegenheid geserveerd door ene Kyathos, de jonge sommelier van Oineus, maar Heracles vond de wijn niet lekker en liet daarop even zijn vinger rusten op het hoofd van de jongen. Die stierf ter plekke. De inwoners richtten daarop een monument voor de jongen op, want ze vonden het wel erg zielig. Kyathos werd daarop ook het (oud-)Griekse woord voor wijn en heden ten dage is er een plaatsje Kiato, in de buurt van Sikyon, waar nog steeds wijn wordt gemaakt.

Oineus was waarschijnlijk de eerste die de druif cultiveerde en er wijn van maakte. Het Griekse woord οίνος is van zijn naam afgeleid en betekent wijn.

Pausanias trad helaas niet echt in details toen hij over Phlious schreef, dus we weten niet precies wat hij hier allemaal gezien heeft. Tegenwoordig zijn er nog de eerste rijen van een Romeins theater te zien en de fundering van de tempel voor Demeter (of Asclepius).

 

De rest van de geschiedenis - Phlious

Volgens de mythe was Phlias, de zoon van Dionysus de stichter van de stad. De vruchtbare grond rond Phlious zorgde ervoor dat de regio tijdens het neolithicum al bewoond was. In het antieke Griekenland maakte men hier een wijn die Phliasios Oinos werd genoemd (wijn uit Phlious). Het maken van deze wijn had iets van doen met de Griekse mythologie, omdat Phlias zijn naam aan deze stad had gegeven en hij de zoon van Dionysus was, de god van de wijn. In deze streek zou voor het eerst de druif gecultiveerd zijn en voor het eerst wijn gemaakt zijn. Hoe kan het ook anders als de stichter en naamgever een zoon van Dionysus was? De wijn uit de streek is sinds de Griekse oudheid beroemd en wordt ook vandaag nog ten zeerste gewaardeerd.

 

De streek floreerde van de 11e tot de 5e eeuw v.Chr. Phlious ligt op een strategisch belangrijke plek en was in de oudheid meestal een bondgenoot van Sparta. De stad nam met 200 hoplieten deel aan de Slag bij Thermopylae in 480 v.Chr. tegen de Perzen. Ook in de Peloponnesische Oorlog was Phlious een bondgenoot van Sparta. Een hopliet is een soldaat met een lange lans, een zwaard, een schild, armbescherming, borstpantser en scheenplaten. De klassieke hopliet onderscheidde zich door zijn zware bepantsering, die ten koste ging van zijn beweeglijkheid. Zijn uitrusting was effectief voor de opstelling in dicht aaneengesloten rijen, in een falanx, waarin stootkracht belangrijker was dan wendbaarheid.

Toen er een strijd ontstond tussen aristocraten en democraten, wonnen de aristocraten en volgde er een tijd van tirannen.

Vanwege Slavische invallen werd de stad in de 7e eeuw AD verlaten, maar er bleef gedurende de gehele Byzantijnse periode (tot 1200) wel sprake van enige bewoning in deze streek. En in de middeleeuwen moet hier een bisschoppelijke kerk hebben gestaan.

De Ottomanen noemden de regio hier ‘Stafikla’, een verwijzing naar het Griekse woord voor druiven (σταφύλια).

De bekendste personen, afkomstig uit Phlious, waren de filosoof Asklepiades, de bedenker van de satire Pratinas, de dichter Aristias en de schilder Kleagoras. De stad had ook een speciale band met filosofie; zo was er rond 400 v.Chr. een school gevestigd, vernoemd naar Pythagoras. En er wordt zelfs gezegd dat Pythagoras (zelf geboren op Samos) een afstammeling is van een inwoner van Phlious, die later naar Samos zou zijn verhuisd.

 

Deze wiskundige, filosoof en hervormer werd rond 572 v.Chr. geboren op Samos en maakte in zijn jeugd een aantal reizen naar onder andere Egypte en het Oosten, vermoedelijk India. Hij stichtte op 40-jarige leeftijd een eigen school omdat hij over de bestaande scholen niet tevreden was. Bij zijn leerlingen gold volledige gelijkheid tussen mannen en vrouwen en zij hadden geen persoonlijke bezittingen. Zij leefden als monniken. Dat was uitzonderlijk in die tijd. Door zijn denkbeelden, die behoorlijk afweken van de toen gebruikelijke, had hij ook veel vijanden.

 

Hij meende dat alle dingen uit getallen bestonden: de hemel is harmonie en getal. Hij streefde harmonie en reinheid van de ziel na, wat volgens hem onder andere bevorderd werd door de kennis van getalverhoudingen. Deze verhoudingen beheersen volgens zijn leer het heelal, maar ze zijn ook terug te vinden in de muziek. Pythagoras ontdekte de muzikale boventonenreeks met de verhoudingen van diverse intervallen, door een gespannen snaar op verschillende punten af te klemmen.

Het voert hier te ver om de gehele getallenleer uit de doeken te doen, maar in het kort komt het neer op de ‘mooie’ verhoudingen van verschillende (hele) getallen die samen iets nóg mooiers opleveren. Pythagoras toonde dat aan met een snaar op een lyra. Wanneer je een snaar aanstrijkt en daarna de snaar halveert hoor je twee tonen die heel goed samenklinken. Wij zeggen nu dat deze tonen een octaaf verschillen. De lengteverhouding 2:3 geeft een kwint, 3:4 geeft een kwart.

 

Pythagoras’ religieuze voorstellingen waren waarschijnlijk van Indiase oorsprong. Hij geloofde in de onsterfelijkheid van de ziel en daardoor ook in reïncarnatie. Hij zei dat de ziel van de mens een lang proces doormaakt in steeds hernieuwde belichamingen, inclusief dierlijke. Vandaar dat hij geen vlees at en tegenstander was van het offeren van dieren. Door de reinheid van de ziel kon men uit de kringloop van geboorten verlost worden. Door zijn getallenleer combineerde hij wiskunde met theologie. Iets dat later bij andere filosofen (zoals Plato, Spinoza en Kant) terug zou komen.

 

Een ander onderdeel van zijn leer was dat bepaalde getallen stonden voor bepaalde begrippen. Zo was vier gerechtigheid, twee gelijkheid en vijf stond voor het huwelijk, de verbinding van even (vrouwelijk) met oneven (mannelijk). Tien was volgens hem het volmaakte getal, omdat dat de som was van de getallen een, twee, drie en vier. De getallenleer was in eerste instantie geen uitgesproken wiskunde, maar eerder een zoektocht naar het wezen van de werkelijkheid. Later werd wiskunde op wetenschappelijke wijze beoefend, ook op de school van Pythagoras.

Volgens Betrand Russell (filosoof uit de 20e eeuw) zag Pythagoras zijn wiskunde als basis van de natuurkunde, maar ook van de esthetica. Er waren namelijk kubusvormige getallen, langwerpige, driehoekige, piramidevormige en ronde getallen. Uit de verschillende vormen werden figuren opgebouwd, zoals moleculen opgebouwd zijn uit atomen.

Pythagoras’ getallenleer is opgenomen in de lijst van tien grootste missers uit de Oudheid, omdat hij stelde dat niet de natuur alleen, maar de hele werkelijkheid uit getallen bestond. Ook al heeft hij hier geen gelijk mee gekregen, toch is hij van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de wetenschap, omdat wetenschap zonder mathematica altijd een ‘theorie’ zou zijn gebleven. De wetenschap probeert antwoorden op vragen te formuleren die logisch zijn en wat is logischer dan cijfers?

 

Of de ‘stelling van Pythagoras’ origineel was, valt te betwijfelen en wellicht heeft hij hem op een van zijn reizen in het Oosten vernomen. De stelling was namelijk in Babylonië (koninkrijk in Mesopotamië van 1800 tot 539 v.Chr.) al langer bekend. Pythagoras bracht hem echter onder de aandacht van de Grieken. De stelling zegt iets over de relatie tussen de rechthoekszijden en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek. In de rechthoekige driehoek ABC zijn de zijden a en b de rechthoekszijden. De zijde c noemen we de schuine zijde of hypotenusa. De stelling van Pythagoras luidt:

‘In een rechthoekige driehoek is het kwadraat van de lengte van de hypotenusa (schuine zijde) gelijk aan de som van de kwadraten van de lengtes van de rechthoekszijden.’

Anders geformuleerd: a² + b² = c²

Een aardigheid hierbij is dat men later vond dat deze stelling niet opgaat als de rechthoekszijden even lang zijn. Een andere stelling die aan Pythagoras wordt toegeschreven houdt in dat de som van de drie hoeken van een driehoek samen altijd 180° is.

 

De opgraving - Phlious

De eerste opgravingen vonden plaats in 1892 door de gebroeders Henry en Charles Washington. Daarna kwam in 1924 Carl Blegen die het theater en een deel van de agora blootlegde. Deze Amerikaanse archeoloog zou in de periode 1932-1938 furore maken in Troje.

In samenwerking met de Griekse Archeologische Dienst zocht William Biers in de jaren ’70 van de twintigste eeuw naar de akropolis van Phlious die zich aan de oever van de rivier de Asopos bevindt. Er stond een muur om de akropolis en bovenop de heuvel zie je momenteel een klein wit kerkje gewijd aan de Maagd Rachiotissa. Bij de bouw zijn antieke materialen gebruikt.

Van het theater in Phlious zijn de eerste twee rijen en de orchestra nog te zien. De vorm van de cavea loopt over in de natuurlijke omgeving. Duidelijker te zien zijn de restanten van een zuilengalerij, waarvan men denkt dat dit vermoedelijk de skène is geweest. Wat er nog van het theater over is, komt uit de hellenistische en Romeinse periode, maar het ontwerp is veel ouder.

Het rechthoekige gebouw van 26 bij 36 m is een paleis geweest met een open binnentuin met 22 zuilen. We noemen dit een peristylehof omdat de binnenplaats zuilen rondom heeft. De toevoeging ‘8 x 5 Dorisch’ wil niet zeggen dat er 40 Dorische zuilen te tellen waren. Het betekent dat er acht Dorische zuilen aan de lange zijden stonden en vijf aan de korte, 22 in totaal. De vier zuilen op de hoeken tellen mee bij zowel de lange zijden als bij de korte zijden. Als je zestien telt aan de lange zijden (twee keer acht) blijven er zes over aan de korte zijden die nog niet eerder meegeteld zijn.

Het gebouw dateert uit het einde van de klassieke periode (350 v.Chr.), maar werd verwoest door de Romeinen. Later is het gebouw hersteld door keizer Nero, die Phlious meenam in zijn renovatieplan voor het door generaal Mummius in 146 v.Chr. totaal verwoeste Corinthe. Vier stenen stoelen zijn nog te zien onder de boom aan de zuidkant van de opgraving bij het hek met de buren).

 

De geschiedenis volgens Pausanias – Kleonai

Ongeveer 3 km ten oosten van Nemea aan de oude weg van Argos naar Corinthe vond Pausanias het antieke Kleonai, dat in zijn tijd een kleine stad was en hoofdzakelijk bekend door de organisatie van de Spelen van Nemea. De bewoners vertelden hem dat de stad vernoemd was naar Kleomenes, die volgens hen de zoon was van Pelops, maar er werd ook verteld dat Kleone de dochter van Asopos (de rivier) was of zelfs van Sikyon. In ieder geval is de stad vernoemd naar een van beiden.

Er was een heiligdom voor Athene waarvan het beeld gemaakt zou zijn door twee leerlingen van Daedalus, maar er werd ook verteld dat twee kinderen die hij bij een vrouw hier in de buurt had, het hadden gemaakt. Verder zag Pausanias het graf van Eurytos en Kteatos, de twee jongens die neergeschoten werden door Heracles, toen zij vanuit Ilia naar de Spelen van Isthmia reisden. Heracles vermoordde de twee omdat zij betrokken zouden zijn in zijn vete met Augeas. Zie voor een toelichting het hoofdstuk Tiryns (de twaalf opdrachten van Heracles).

 

‘Vanuit Kleonai gaan twee wegen terug naar Argos’, zegt Pausanias, ‘een voor de actieve reiziger zonder bagage en een over de Tretos-pas, vooral geschikt voor paard en wagen. De eerste is een nogal steil pad naar het zuiden en dan direct naar Mycene.’

En tot slot noteerde hij dat Timanthes uit Kleonai een ‘pankration’ (free style kickboksen) heeft gewonnen in Olympia in 456 v.Chr. Ene Myron had een beeld van hem gemaakt. Meer zegt Pausanias niet over Kleonai.

 

De rest van de geschiedenis - Kleonai

Kleonai ligt zo’n 14 km ten zuidwesten van Korinthos tussen de bergen Phouleas en Tretos, de rivier in de buurt heet Longopotamos.

Uit de grafgiften en een overheidsgebouw (bouleuterion) hebben archeologen geconcludeerd dat er sprake van bewoning is geweest vanaf de periode van 1300 tot 1200 v.Chr.

Kleonai wordt door Homerus genoemd in de Ilias, en hij kenmerkt het als ‘goed georganiseerd’ en ‘goed gebouwd’.

Vanuit Kleonai vertrok Heracles om een aantal opdrachten te vervullen. Hij had hier onderdak gekregen in de eenvoudige schuur van de herder Molarchos. Kennelijk werd de held in deze regio in bijzondere mate vereerd, want hij komt voor op munten uit Kleonai en er is zelfs een kleine tempel voor hem opgericht.

 

In de geometrische periode (900-700 v.Chr.) was Kleonai samen met Phlious redelijk belangrijk en bezaten de beide steden samen een kolonie in Klein-Azië (in de buurt van Samos).

Gedurende de archaïsche periode (650-480 v.Chr.) maakte Kleonai een economische bloeiperiode mee. De stad bezat grote stukken vruchtbare landbouwgrond en beschikte over bouwmaterialen (in de vorm van steengroeven ten zuiden van de stad).

Omdat Kleonai op een strategische plek lag, wilden zowel Sparta als Argos, maar ook Sikyon en Corinthe een bondgenootschap sluiten. Voor Kleonai zelf was het zo goed als onmogelijk om als klein stadje onafhankelijk te blijven. Daarom sloot het in 573 v.Chr. een verbond met Argos.

In de 6e eeuw spande men zich in om, ondanks het verbond met Argos, de onafhankelijkheid te bewaren en veel contacten te onderhouden met andere steden. Dat lukte aardig maar de economische winst ging vooral naar de aristocratie.

In de kunstwereld was de schilder Kimon van enige betekenis. Hij was gespecialiseerd in de ‘bewegende mens’. Kleonai bleef toch in belangrijke mate afhankelijk van Argos en in mindere mate van Athene. Kleonai deed niet mee aan de Perzische Oorlogen en een agressieve aanval door Corinthe werd met behulp van Argos afgeslagen.

Daarnaast werd een bronzen ram in Delphi opgericht omdat het orakel advies had gegeven hoe de stad zou kunnen ontkomen aan een epidemie.

Toen Argos van de aanvallen van Sparta te lijden had, kreeg ook Kleonai het moeilijk. Er brak een slechte tijd aan voor de stad in 421 v.Chr. Dat werd mede veroorzaakt doordat Athene zich met de vijandigheden ging bemoeien; hierdoor werd het noordoosten van de Peloponnesus een ware hel. De Spelen van Nemea werden in verband daarmee ook niet meer in die stad gehouden , maar in Argos.

Ook in de 4e eeuw v.Chr. bleef Kleonai een bondgenoot van Argos en door de invloed van Phillips van Macedonië werden de Spelen weer verhuisd naar Nemea en kreeg Kleonai de organisatie ervan weer in handen. Dat betekende natuurlijk economisch gewin. Het stadje werd opnieuw een satelliet van Argos, maar in 270 v.Chr. verhuisden de Spelen van Nemea opnieuw naar Argos omdat ze werden opgenomen in het festival voor Hera.

In 235 werd Kleonai geheel zelfstandig en zelfs een rivaal van Argos, omdat de stad lid werd van de Bond van Achaia. De stad werd (relatief gezien) gespaard door de Romeinen, maar gleed mee in het verval door de verwoesting van Corinthe.

 

De opgraving - Kleonai

In het begin van de 20ste eeuw begon de Duitser August Frickenhaus met het blootleggen van de tempel van Heracles. Er zijn ook delen van de stadsmuren blootgelegd en oorspronkelijk zou de stad ongeveer 35 km² groot zijn geweest. De opgravingen zijn vanwege beide Wereldoorlogen gestopt en begonnen pas weer in 2000. Binnen de stadsmuren lagen twee heuveltjes met op één daarvan de akropolis , vermoedelijk met het heiligdom van Athene dat Pausanias nog heeft gezien. Als je daarbij bedenkt dat de tempel en het beeld dat Pausanias zag, vermoedelijk stammen uit 600 v.Chr. en dus ongeveer 750 jaar oud moeten zijn geweest, kun je daaruit opmaken dat deze plek een zeer bijzondere religieuze functie moet hebben gehad.

Buiten de stadsmuren, ongeveer 400 m zuidwaarts, ligt de kleine tempel voor Heracles met vier Dorische zuilen, een kleine naos en een pronaos. Je kunt zien dat de vloer van grote onregelmatige blokken was gemaakt, maar deze was geëgaliseerd met een flinke stuclaag. Tegenover de tempel was een temenos (ommuurd heiligdom) met twee altaren, vermoedelijk voor de vrienden van Augeas die Heracles om zeep had gebracht.

 

De geschiedenis volgens Pausanias – Titane

Pausanias komt hier vanuit het iets noordelijker gelegen Sikyon. Vlakbij de rivier op een bergtop zou de plek zijn waar volgens de lokale bevolking Titan gewoond zou hebben. Hij was een broer van Helios (zie Olympia) en naar hem is de plaats Titane vernoemd. Pausanias vond Titan erg knap vooral omdat hij de drie seizoenen (lente, zomer en winter; de Grieken kenden geen herfst) precies kon waarnemen en de periodes waarin de zon de zaden laat ontkiemen en de vruchten aan de bomen laat rijpen. Hij werd daarom beschouwd als broer van de zon. Het Asklepion in Titane zou gebouwd zijn door Alexanor(as), de kleinzoon van Asclepius. Hij zou net als zijn grootvader therapeutische gaven hebben gehad. In de omgeving woonden in de tijd van Pausanias alleen maar dienaren van Asclepius en binnen de omheining van het heiligdom stonden alleen cipressen. Men kon niet vertellen wie de maker van het cultusbeeld in het heiligdom was of van welke soort hout het beeld gemaakt was, maar door sommigen werd het aan de kleinzoon toegeschreven. Van het beeld waren alleen het gezicht, de handen en de voeten te zien omdat de rest was afgedekt met een wit wollen kleed en een mantel. Pausanias zag hier ook een beeld van de atleet Grananios, die in Olympia twee maal kampioen was geworden bij de vijfkamp en een maal bij het hardlopen. Ook was hij bij de dubbele afstand kampioen geworden, zowel met als zonder schild.

In Titane was een heiligdom voor Athene en daar werd het beeld van Koronis heen gebracht. Er stond een oud houten beeld van Athena dat beschadigd was doordat het door de bliksem was getroffen. Dit heiligdom was op een heuvel gebouwd. Onder aan de heuvel was een altaar waar een priester eens per jaar een offer bracht aan de winden, maar hij voerde ook andere geheime rites uit, die allemaal te maken hadden met de wind. Hij zong daarbij bezweringsformules van Medea.

 

De opgraving - Titane

Het antieke Titane werd door de Duitse archeoloog Ludwig Ross in 1840 ontdekt, aan de noordoostzijde van het moderne dorp Titani. De inscriptie op het reliëf dat te vinden is in de muur van de huidige kapel van Agios Tryphon, is een ode aan Asclepius, de brenger van het leven. Het toont aan dat er in de buurt van de kapel ooit een heiligdom voor Asclepius moet hebben gestaan. Omdat Titane gezondheid hoog in het vaandel had staan, werd de dochter van Asclepius, Hygeia hier ook vereerd. Archeologen hebben geconstateerd dat er sprake moet zijn geweest van een gezondheidscentrum in Titane.

De akropolis van Titane kunnen we vandaag de dag gemakkelijk herkennen aan de resten van de muren en de toren, maar waar de tempel van Athene precies heeft gestaan is nog niet duidelijk geworden. Evenmin is de locatie van het gezondheidscentrum bekend. Sommige wetenschappers zeggen dat deze gebouwen ten noordwesten van de akropolis moeten hebben gestaan, op het vlakke deel, waar we inderdaad resten van een fundering kunnen herkennen.

In de tweede helft van de 70’er jaren van de vorige eeuw ontdekte de Griekse Archeologische Dienst de restanten van de onderbouw van Romeinse thermen. De relatie tussen het gezondheidscentrum en de badgelegenheid is nog niet duidelijk geworden, maar de toevoer van water via een stelsel van terracotta buizen vanaf een bron in het noordwesten is wel gevonden.

 

De verdedigingsmuur van de akropolis is gebouwd van onregelmatig gehouwen blokken, die aan de buitenkant zijn afgevlakt, en wordt ondersteund door twee torens: één aan de zuidwestzijde en één aan de zuidkant. Aan de oostkant van de akropolis is geen muur omdat de rotsen daar steil naar beneden lopen en een natuurlijke bescherming geven.

Een archeologische kaart van Titane werd in 1937 voor het eerst gemaakt door de Duitse historicus Ernst Meyer. De laatste decennia zijn zowel de Griekse Archeologische Dienst als buitenlandse scholen voor archeologie actief, ondermeer die van België en Nederland. Het Nederlands Instituut voor Archeologie heeft een oppervlakte-onderzoek gedaan en een geheel nieuwe topografische, archeologische kaart gemaakt, maar ook hebben de Nederlanders de muren bestudeerd en zijn zij betrokken bij het in kaart brengen van het lagere terras ten zuidoosten van de akropolis, waar Ernst Meyer al de sporen van een tempel of van een altaar had gevonden.

 

Combinaties

Een combinatie van de drie genoemde opgravingen levert al een mooie autorit op door een zeer rustige omgeving met uitgestrekte wijngaarden en prachtige vergezichten. Onderweg kom je voldoende plekjes tegen voor een picknick.

Alle drie de opgravingen op één dag is natuurlijk geen must, zo zou je bijvoorbeeld een bezoek aan de opgraving van Nemea kunnen combineren met een kort bezoek aan de tempel van Heracles in Kleonai. En omdat je in dat geval ook leest over het ´bloed van Heracles´, kun je de dag afsluiten met een wijnproeverij bij de familie Palivos aan het begin van Archea Nemea.

druivenstruik tussen Phlios en Kleonai

foto © willem van leeuwen 2013

zuilengalerij bij de tempel in Phlious 2013

foto © willem van leeuwen

resten van de tempel in Phlious 2013

foto © willem van leeuwen

stylobaat van de tempel in Phlious 2013

foto © willem van leeuwen

Pythagoras in een fresco in het Vaticaan

detail van 'De School van Athene' door Raphael (1511)

Tempel van Heracles in Kleonai 2013

foto © willem van leeuwen

Temenos Kleonai 2013

foto © willem van leeuwen

stylobaat Heracles tempel Kleonai 2013

foto © willem van leeuwen

deel van een toren van de Akropolis Titane 2013

foto © willem van leeuwen

muur van de Akropolis Titane 2013

foto © willem van leeuwen

Copyright © All Rights Reserved