Nemea

Nemea 37°48'26.6"N 22°42'39.7"E (parkeerplaats voor de opgraving)

Nemea ligt ongeveer 30 km ten noorden van Argos. Er is een modern Nemea, de stad waar de wijnboeren uit de regio hun boodschappen doen en een ‘ancient’ Nemea met een museum, een opgraving met de tempel van Zeus en een stadion.

Ongeveer 3 km ten oosten van het stadion ligt de tempel van Heracles in Kleonai, en 3 km ten noorden van het moderne Nemea ligt de opgraving van Phlious. De drie opgravingen zijn goed te combineren. Dit hoofdstuk betreft alleen Nemea.

 

De geschiedenis volgens Pausanias

Pausanias was enorm enthousiast over de tempel van Zeus in Nemea, ook al was het dak ingestort en ontbrak het cultusbeeld. Vlakbij de resten van de tempel stonden cipressen, voor de Grieken in de oudheid heilige bomen. Men vertelde hem dat bij de bomen het prinsje Opheltes door zijn verzorgster zou zijn neergelegd en door een slang werd doodgebeten. Op het verhaal ging Pausanias niet in, maar ik kom hier op terug.

Hij merkte wel op dat het voor de bewoners van Argos een voorrecht was om hier Zeus te kunnen eren. Argos had daarvoor het recht de opperpriester te benoemen en de stad introduceerde na verloop van tijd een nieuw fenomeen bij de Spelen, namelijk het ‘hardlopen met volle bepakking’.

Iets ten zuiden van de tempel zag Pausanias een temenos (een ommuurd stukje heilige grond, niet noodzakelijk een graf) met twee altaars. Het graf van Lykourgos, de vader van Opheltes was een tumulus (een berg aarde of stenen op een graf).

Ondanks dat Pausanias de tempel van Zeus zo mooi vond, schrijft hij er niet veel over en vervolgt na de summiere beschrijving zijn weg. Bij het verlaten zag hij tenslotte nog vanuit het stadion 'het hol van de leeuw' waar Heracles zijn eerste opdracht had uitgevoerd, te weten het uitschakelen van de leeuw van Nemea.

 

Opheltes en de Spelen van Nemea

Het stadion van Nemea verwijst naar de Spelen die hier georganiseerd werden. In het oude Griekenland kende men vier Spelen, te weten de Olympische Spelen in Olympia, de Pythische Spelen in Delphi, de Isthmische Spelen in Isthmia en de Nemeïsche Spelen in Nemea. De eerste Spelen in Nemea vonden plaats in 573 v.Chr. en werden daarna elke twee jaar georganiseerd. Hardlopen, speerwerpen, discuswerpen, boksen en worstelen waren in eerste instantie de onderdelen. Ook was er een soort vijfkamp. Alles ter ere van Opheltes. Wie was hij?

Koning Lykourgos en zijn echtgenote Eurydike konden aanvankelijk geen kinderen krijgen. Maar uiteindelijk lukte het toch. En om zeker te zijn van een goede gezondheid voor het kind, werd het orakel van Delphi geraadpleegd. Het orakel zei dat het kind niet de grond mocht raken, voordat het zou kunnen lopen. Op een dag echter was een verzorgster met het kindje buiten, toen er een paar soldaten langskwamen en haar de weg vroegen naar een bron waar ze hun dorst konden lessen. De verzorgster legde daarop onnadenkend het kind op de grond op een bedje van peterselie om de soldaten de weg te wijzen. Het kindje werd onmiddellijk doodgebeten door een slang. Het bedje van peterselie moet ongeveer op de plek hebben gestaan waar toen - maar ook nu - de cipressen staan.

Dus vlak voor de tempel van Zeus. De soldaten zagen dit ongeluk als een slecht voorteken en organiseerden naar aanleiding van deze tragische gebeurtenis Spelen van Nemea om de Goden gunstiger te stemmen. Ondanks dat lukte het deze soldaten niet om in hun oorspronkelijke opdracht enig succes te boeken. Het waren de ‘Zeven Tegen Thebe’ en zij verloren hun strijd. Zie ook het hoofdstuk 'Sikyon'.

Bij de Spelen droegen de scheidsrechters zwarte kleren als teken van rouw en de kroon voor de winnaar was gemaakt van peterselie, toen een teken van rouw, maar ook een teken van pech (of geen geluk). In het museum bij de opgraving vind je twee kleine afbeeldingen van Opheltes, een van terracotta en een van brons.

 

De rest van de geschiedenis

De archeologische site van Nemea moet gezien worden als een groot hellenistisch festivalterrein. Het was geen polis zoals Sparta, Argos of Athene. Het had ook geen koning of leider, maar het was zeker wel een belangrijke plek. In het begin werden de Spelen georganiseerd door Kleionai omdat het terrein op het grondgebied van die stad lag, maar nadat Kleionai door Argos was ingenomen, werd ook de organisatie door Argos overgenomen en verhuisden de Spelen zelfs rond 400 v.Chr. naar Argos. Nemea had dus geen permanente bewoners, maar het terrein werd iedere twee jaar schoongemaakt om de Spelen te kunnen houden en om de deelnemers te kunnen huisvesten. Bijna alles wat er is gevonden heeft te maken met de organisatie en het houden van de Spelen. Omdat het terrein iedere twee jaar moest worden schoongemaakt is er veel verloren gegaan, maar op plekken zoals een bij bron of in een waterput is veel gevonden. Munten bijvoorbeeld vertellen over welke steden deelnamen aan de Spelen; steden sloegen in die tijd hun eigen munten. Relatief gezien zijn er veel zilveren munten gevonden. Dat zegt iets over de kosten van de Spelen en over het feit dat het religieuze Spelen betrof. Ter vergelijking: In Athene bestaat 1% van de gevonden munten uit zilver, de rest is van koper, maar in Nemea is dat ongeveer 40%.

Daarnaast zijn er in Nemea veel munten uit Macedonië gevonden. Een verklaring hiervoor is dat de vader van Alexander de Grote, Philippos II, een grote federatie van Griekse staten wilde maken en de Spelen vanuit Argos rond 330 v.Chr. weer naar de plek terugbracht waar de Spelen waren ontstaan. Waarschijnlijk was het ook deze Philippos II die opdracht heeft gegeven tot de bouw van de Zeustempel, waarvan we de resten hier aantreffen.

In de Romeinse periode gingen de Spelen weer naar Argos, omdat daar een mooi en groot theater was en er inmiddels ook een renbaan was aangelegd. Dus vanaf de 1e eeuw v.Chr. tot in de 4e eeuw AD waren er geen activiteiten meer in Nemea. Een van de weinige bezoekers in deze stille periode was Pausanias. Hij had gezien dat het cultusbeeld in Nemea ontbrak en noteerde bij zijn beschrijving van Argos dat hij daar wel een groot beeld van Zeus had gezien. Vermoedelijk was dat beeld van Zeus in Argos, het oorspronkelijke cultusbeeld uit de tempel in Nemea. En dat kan natuurlijk heel goed, als de Spelen twee keer heen en weer zijn gegaan.

Uit de 4e eeuw AD zijn veel potten en potscherven gevonden. Daarom denken archeologen dat Nemea toen nieuwe (vaste) bewoners kreeg. Waarschijnlijk was het een kleine vroegchristelijke, boerengemeenschap. De boeren bewerkten met hun ploegen het land en legden drainagekanalen aan. Daardoor is er opnieuw veel ouder materiaal verloren gegaan.

Een aardig detail uit die periode is dat men de doden in deze gemeenschap met hun hoofd naar het westen begroef, zodat ze het Laatste Oordeel vanuit het oosten konden zien aankomen.

In het museum kunnen we op de maquette en de luchtfoto’s de vroegchristelijke basiliek eenvoudig herkennen. Bij de opgraving zelf is dat wat moeilijker, maar het is wel duidelijk dat bij de bouw van de basiliek het materiaal is gebruikt van de Zeustempel. De basiliek is gemaakt op de resten en fundering van het deelnemersverblijf annex hotel.

In de 6e eeuw kwam er een abrupt einde aan de bewoning van het terrein. Dit kan een natuurlijke oorzaak hebben, maar men gaat ervan uit dat het einde van de bewoning veroorzaakt is door geweld. Dit laatste is gestoeld op het vinden van menselijke resten van één persoon verspreid over een stuk van 25 m². En in deze periode kwamen Slavische volkeren vanuit het noorden Griekenland binnen. Zij lieten een spoor van vernieling achter. De basiliek in Nemea werd toen verwoest.

In de 12e en 13e eeuw werd Nemea weer bewoond door Byzantijnse boeren. Het terrein werd als boerderij en als begraafplaats gebruikt.

 

Het museum

Om het museum, de opgraving en het stadion te bezoeken heb je ongeveer drie uur nodig, wil je alles zien en op je in laten werken. Openingstijden zijn van 08.30 tot 15.00 uur en het is ’s maandags gesloten. Geadviseerd wordt om eerst het museum te bezoeken en daarna de opgraving omdat in het museum een goede uitleg wordt gegeven en je het later bij de opgraving - en vooral in het stadion - beter kunt interpreteren. In het museum staan prachtige maquettes en samen met de luchtfoto’s krijg je een prima beeld van hoe de omgeving er in de loop van de tijd heeft uitgezien. Ook is duidelijk waar te nemen dat er over elkaar heen is gebouwd. De universiteit van Berkeley heeft hier veel en goed werk verricht. En ook vandaag de dag wordt er nog gegraven en gereconstrueerd. Zo zag ik in mei 2009 acht zuilen van de Zeustempel rechtop staan en in oktober van dat jaar negen.

De collectie van het museum bestaat voornamelijk uit voorwerpen die gevonden zijn in de waterputten, dus veel munten, votiefgeschenken en zaken die gebruikt werden bij de Spelen. Er wordt veel uitgelegd, onder andere met een video over de werking van het startmechanisme bij hardloopwedstrijden. Mooiste stuk in de collectie is de bronzen kruik uit 500 v.Chr. met de kop van een korė (jonge vrouw) verwerkt in het handvat.

Het museum heeft ook een zaal met prehistorische vondsten (achterin rechts). De vondsten hebben niets met Nemea te maken maar zijn wel erg interessant voor de bezoeker die ook Phlious heeft gezien, of weet van de vondsten in Aidonia, Petri of Tsoungiza. Alles uit de directe omgeving van Nemea dus, maar wel uit een geheel andere periode.

Tsoungiza is een lage heuvel ten westen van Nemea waar veel is gevonden uit de periode tussen 6000 en 5000 v.Chr. oftewel het begin van het neolithicum. Er is onder andere aardewerk gevonden waaruit blijkt dat er sprake moet zijn geweest van bewoning door een relatief grote groep gedurende een langere tijd.

Ook is er een hoek ingericht met de vondsten uit Phlious en Petri, allebei ten noordwesten van Nemea, in de richting van Stymfalia. Tussen de funderingen van huizen uit de Myceense periode zijn schalen en graftombes gevonden.

 

In het midden van de zaal zijn artefacten tentoongesteld die gevonden zijn in zogenaamde kamergraven in de buurt van Aidonia, nog iets verder ten westen van Nemea op de weg naar Stymfalia. De vondsten stammen uit de periode 1500-1400 v.Chr. Op zich zijn de graven al interessant omdat ze een relatief lange dromos (uitgehakt pad naar het graf) hebben. De kamers zelf zijn uitgehakt in het zachte gesteente en moeten lijken op de kamers uit het dagelijks leven van de overledenen. De graven behoorden tot een een belangrijke nederzetting, vergelijkbaar met de andere Myceense steden. De dromoi van de kamergraven zijn vrij steil en hebben een monumentale toegang tot het meestal ruime, rechthoekige graf. In sommige graven zijn meerdere kamers gevonden en in twee graven waren lage banken uitgehakt. De overledenen werden op de grond of op de banken gelegd. In de graven zijn veel vazen en terracotta phi- en psi-figuurtjes gevonden, maar ook gouden sieraden, edelstenen, zegels, wapens en bronzen gereedschap. In het museum van Nemea zijn [hier] bijvoorbeeld twee zeldzame gouden zegelringen uit 1500 v.Chr. te zien.

Naast zestien kamergraven met dromoi is er ook een schachtgraf blootgelegd.

 

De tempel

De oorspronkelijke Zeustempel werd in de 6e eeuw v.Chr. gebouwd. Slechts honderd jaar later is deze tempel doelbewust gesloopt. Men heeft as gevonden, afgebroken speerpunten en andere sporen die wijzen op geweld.

Om een nieuwe tempel te bouwen (330 – 320 v.Chr.) heeft men ook materiaal van de oude tempel gebruikt. We nemen niet aan dat deze hellenistische tempel door een aardbeving is verwoest, omdat in dat geval de twee zuilen die altijd rechtop hebben gestaan ook wel zouden hebben omgelegen. Ook in relatie tot deze tweede tempel zijn er sporen gevonden van moedwillige vernieling.

Bij het bouwen van deze tempel zijn alle drie de bouwstijlen die we inmiddels kennen van de Grieken, gebruikt. De zuilen aan de buitenkant waren Dorisch, maar slank, wat wijst op Ionische invloed. Daarnaast moet binnen een Korinthische colonnade hebben gestaan die Ionisch was afgetopt.

Bij de bouw heeft men dezelfde bouwkundige trucs toegepast als bij het Parthenon in Athene. Dat houdt in dat de zuilen een heel klein beetje de vorm hebben van een sigaar, om de optische illusie, dat een volledig rechte zuil in het midden wat dunner lijkt, te compenseren. Ook hellen de zuilen op de hoeken aan de bovenkant iets naar binnen en zijn zij iets dikker dan de andere zuilen. Zie ook het onderdeel 'De Griekse Tempels'.

 

Bovendien is de daklijst in het midden iets hoger om het optisch ‘doorzakken’ te voorkomen. Hetzelfde is gedaan met de vloer binnen in de tempel. Zouden deze trucs niet worden toegepast dan zou het lijken alsof het dak en de vloer in het midden lager zijn dan op de hoeken ervan. Bovendien gaat van de dikkere, naar binnen hellende zuilen op de hoeken een opwaartse stuwing uit, die indruk maakt als je voor de tempel staat. Hij lijkt daardoor groter.

In de vloer van de Zeus tempel zie je het adyton, het verlaagde deel, waar alleen priesters mochten komen en waar Opheltes werd vereerd. Deelnemers aan de Spelen brachten hier hun offers, maar het adyton kan ook duiden op het aanwezig zijn van een orakel. Dat weet men echter niet zeker en niets in de andere vondsten in Nemea wijst op een orakel.

Deze tempel van Zeus kan gezien worden als een van de laatste grote Dorische tempels.

Voor de tempel zijn de fundamenten van het lange altaar nog duidelijk te herkennen. Hier werden de offers gebracht en werd plechtig beloofd dat de Spelers zich aan de regels zouden houden. Van het altaar liep men in processie naar het stadion.

Richard Chandler was de eerste (moderne) Europeaan die de restanten van de tempel zag in 1766.

 

Het badhuis

Het bad was afhankelijk van een natuurlijke bron. De bouwstijl is hellenistisch, maar het gebouw was opgedragen aan de archaïsche oprichter van de Spelen van Nemea: Adresteias, een van de soldaten die de verzorgster van Opheltes naar een bron had gevraagd. Kijk naar het perfecte systeem van waterleiding en bassins en de afzonderlijke wc.

 

Het heroön

Men heeft dit ommuurde herdenkingsmonument in 1979 gevonden en het is gedeeltelijk opgegraven in de periode daarna. Opnieuw moeten we even terug naar Pausanias als we het Heroön bezoeken, omdat hij de muren, de altaars en de tombes heeft beschreven. Als we hier nu staan herkennen we er geen graf in, maar wat we zien past wel in zijn beschrijving. Dit is ook de plek waar de kleine beeldjes van Opheltes die we in het museum hebben gezien, zijn gevonden. We moeten steeds in gedachten houden dat ook dit terrein gedurende vele jaren gebruikt is voor landbouw, en dus ook vele malen is omgeploegd. Het is daarom begrijpelijk dat we geen graf meer kunnen herkennen. Maar men heeft wel vele votiefgeschenken in de grond gevonden, die wijzen op een connectie tussen de dood van Opheltes en het ontstaan van de Spelen. Dit zijn vooral de gebruikelijke geschenken die aan de overledenen werden meegegeven, zoals de eerder genoemde phi- en psi-beeldjes, bekers en kruiken. De verbinding met Opheltes is door archeologen gemaakt omdat de voorwerpen dateren uit de tijd van de eerste Spelen.

De dam, het stadion en de tempel staan in verbinding met het heroön. Het graf is archaïsch (7e eeuw v.Chr.) maar de watertank en de terracotta waterleidingbuizen en afvoeren zijn vroeg-hellenistisch (330 – 320 v.Chr.).

 

Het stadion

Het stadion werd in dezelfde periode gebouwd als de tweede tempel, dus rond 330 of 320 v.Chr. maar het is nog geen honderd jaar in gebruik geweest, omdat vervolgens de Spelen weer naar Argos verhuisden. Het strijdveld en de kleedkamers zijn goed bewaard gebleven, evenals de 36 m lange tunnel waarmee zij met elkaar in verbinding stonden.

De Dorische zuilen in de kleedkamers zijn ontworpen door Sosicles, de stadsarchitect van Argos; niet te verwarren met de politicus uit de 6e eeuw v.Chr. of met de Romeinse beeldhouwer uit de 2e eeuw AD.

 

Let goed op de graffiti als je door de tunnel loopt. Er staat ondermeer´ΑΤΙΣ ΝΙΚΩ´ en ´ΤΕΛΕΣΤΑΣ´ wat betekent ´IK WIN` en ´TELESTAS´ - in een ander handschrift - is de naam van een deelnemer. Daarnaast staat er verderop te lezen: ´ΑΚΡΟΤΑΤΟΣ ΚΑΛΟΣ´ en ´ΤΟΥ ΓΡΑΨΑΝΤΟΣ´. Ook een leuke, want het betekent ´AKROTATOS IS EEN MOOIE JONGEN´ en een ander schreef daarnaast ´VOOR DEGENE DIE DIT GESCHREVEN HEEFT´.

 

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat je je eigen naam hier ook in de tunnel porbeert te krassen! In novemver 2015 dat het museum en de opgraving en het museum met sluiting wordt bedreigd. Vanwege de opgelegde bezuinigingen is men niet langer in staat voldoende personeel in dienst te houden - en dan schijnt het vooral te gaan om bewakers van het erfgoed. Vele toeristen denken dat het leuk is om ook je eigen naam in de muur te krassen.

 

Sommige wetenschappers stellen dat het stadion zo’n 40.000 bezoekers kon hebben, anderen houden het op 30.000. Het watersysteem langs de zijkanten, was bedoeld voor drinkwater en om het strijdtoneel nat te houden. Om deze reden loopt het stadion ook een beetje af, ongeveer 2 meter over de volle lengte. Op de startlijn kun je zien waar de hardlopers met hun tenen moesten staan, en het startmechanisme (op basis van een katapult) wordt, zoals gezegd, uitgelegd in de video in het museum. Ongeveer 100 meter verderop was een houten tribune voor de scheidsrechters.

 

Het hol van de leeuw

De spelen van Nemea hebben geen enkele relatie met Heracles (zie 'Tiryns'), maar als we het stadion bezoeken kunnen we wel het hol zien van de leeuw die Heracles moest zien uit te schakelen.

Het hol had – net als de Hades (onderwereld) – twee ingangen: een voor gewone stervelingen en een voor onsterfelijken. Heracles wist van tevoren dat het hem niet zou lukken de leeuw uit te schakelen met zijn knots of zwaard. Daarom rolde hij een steen voor de ene ingang van het hol en ging naar binnen via de andere. Toen hij de leeuw had gevonden, wurgde hij de leeuw met blote handen. Het verhaal gaat dat hij bij het doden van het beest de duim van een hand verloor. Toen hij het dode dier als bewijs aan zijn opdrachtgever (Eurystheus, de koning van Mycene) wilde tonen, werd het hem verboden het kadaver binnen de stadsmuren te brengen. De koning was doodsbang, vandaar dat Heracles het dier buiten de stadsmuren vilde en de huid daarna droeg als een soort harnas. En voor de eerste keer doopte Heracles de punten van zijn pijlen in het bloed van de leeuw om ze een dodelijke werking te geven. Hij zou dat later nog een paar keer doen, onder andere bij de Hydra van Lerna.

 

Combinaties

Een bezoek aan de opgraving van Nemea en het stadion zijn goed te combineren met een bezoek aan Kleonai en Phlious. Lees meer over deze plekken in het hoofdstuk 'Kleonai, Phlious en Titane'. Het verdient de voorkeur om Nemea als eerste te bezoeken, omdat deze opgraving en het museum om 15.00 uur sluiten. Op de splitsing van de wegen naar de tempel en naar het stadion ligt een taverna waar men simpele maar goede souvlaki's en salades serveert.

In de omgeving van Nemea wordt uitstekende wijn gemaakt. De familie Palivos heeft wijngaarden in de buurt en aan de oostkant van het antieke Nemea kun je de wijnfabriek bezoeken, de wijn (zowel rood, als wit of rosé) proeven en natuurlijk ook kopen. Je betaalt er de helft van de prijs die de lokale supermarkten ervoor vragen.

 

 

 

tweemaal Opheltes (links in brons, rechts terracotta

Museum bij opgraving in Nemea

Zeus tempel in (330 v.Chr.)emea

foto © willem van leeuwen

plattegrond badhuis Nemea

plattegrond opgraving Nemea

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Copyright © All Rights Reserved