Sikyon

Sikyon 37°59'04.2"N 22°42'48.8"E (ingang museum bij opgraving)

Sikyon ligt ongeveer 20 km ten westen van Korinthos en vlak onder de kustplaats Kiato. Vanaf Argos is de trip naar Sikyon ongeveer 55 km, wat inhoudt dat je er ongeveer een uur over doet om er te komen. Sikyon is nogal lastig te vinden en mede daardoor niet druk bezocht.

Vanaf de snelweg Korinthos-Patras neem je de afslag Kiato en houdt Tragana aan. Vervolgens blijf je even de weg langs het spoor volgen en zie je het dorpje Vasiliko aangegeven staan (of Ancient Sikyon). Vanaf daar is de opgraving met bordjes aangegeven.

De naam van de invloedrijke beeldhouwer Polykleitos is onlosmakelijk met Sikyon verbonden.

 

De geschiedenis volgens Pausanias

De eerste nederzetting dateert hier van ongeveer 2000 v.Chr. De bewoners van Sikyon vertelden Pausanias dat hun koning Aigialeus zijn naam gaf aan dit deel van de Peloponnesus. Zijn eerste stad was dan ook Aigialeia (stad aan de kust). Na enige tijd werd de stad ‘Sikyon’ genoemd, wat ‘komkommer’ betekende in het Grieks dat toen werd gesproken. Een jongeling genaamd Adrastus kwam als vluchteling naar Sikyon en trouwde de dochter van de koning. Toen de koning overleed werd Adrastus koning. Hij probeerde later zijn schoonzoon Polynices als rechtmatige opvolger op de troon in Thebe te krijgen. Maar dat lukte niet meteen; vandaar dat hij, met zes anderen, ten strijde trok tegen Thebe.

 

De ‘Zeven tegen Thebe’

Creon was een soort waarnemend koning van Thebe totdat de wettige erfgenamen, de tweeling Polynices en Eteocles, meerderjarig was geworden. De tweeling besloot het koninkrijk op een bijzondere manier te delen: elk zou een jaar lang vorst zijn en vervolgens de troon voor een jaar afstaan aan de ander. Eteocles was de eerste koning, maar na een jaar wilde hij de troon niet afstaan. Polynices was al uitgeweken naar Sikyon, waar hij de dochter van koning Adrastus trouwde. Samen met zijn schoonvader en zes bondgenoten trok hij naar Thebe om zijn troon op te eisen. In de mythologie werd dit het verhaal van de ‘Zeven tegen Thebe’.

Helaas werd de strijd van ‘de Zeven’ een mislukking. De twee broers vochten tegen elkaar bij de zevende poort van de stad en kwamen daarbij beiden om het leven. Creon werd daarop opnieuw waarnemend koning. Hij organiseerde voor Eteocles een staatsbegrafenis, maar vaardigde een verbod uit om Polynices te begraven. Deze werd namelijk aangemerkt als verrader door met een vreemd leger op te trekken tegen zijn eigen stad. Alleen Adrastus (de schoonvader) keerde levend terug. In het werk van Homerus wordt hij genoemd als de legeraanvoerder en over de strijd schreef Aeschylus een toneelstuk dat voor het eerst werd opgevoerd in 467 v.Chr.

Je komt deze ‘Zeven’ nog een keer tegen als je Nemea bezoekt.

 

Sikyon werd later aangevallen door Agamemnon van Mycene. De koning van Sikyon (Hippolytus) gaf zich al snel gewonnen en sindsdien was Sikyon een onderdeel van het Myceense Rijk. Na de overheersing door Mycene, werd Sikyon rond 1100 v.Chr. veroverd door de Doriërs en kwam het onder bestuur van Argos. De geschiedenis van Sikyon zit vol hobbels en kuilen: het beschikte niet over een sterk leger en als men niet in oorlog was, was er wel een hevige aardbeving of een pestepidemie.

 

Toen Pausanias door de straten van Sikyon liep, was de stad zo goed als verlaten.

Hij vertelde dat dit de stad was waar, in 40 v.Chr., Fulvia, de eerste vrouw van Marcus Antonius, overleed (zie het deel over Corinthe). Hij zag bovendien langs de weg van Corinthe naar Sikyon het graf van Lykos, vernoemd naar het Griekse woord voor wolf. Deze Lykos was afkomstig uit Messini (in het zuiden van de Peloponnesus) en was vermoedelijk deelnemer aan de Pentathlon of vijfkamp in Olympia. Zijn graf was typisch in de stijl van Sikyon gebouwd: een berg aarde afgedekt met een platte steen, waarop vier zuilen waren geplaatst, waardoor het een beetje op een tempeltje op een verhoging leek. Het was gebruikelijk dat men alleen de voornaam van de overledene op het graf schreef.

Achter het theater van Sikyon was het heilige graf van Dionysus. Het beeld van deze god was gemaakt van goud en ivoor (op een houten frame). De beelden van de vrouwen eromheen waren gemaakt van witte steen. Mensen vertelden Pausanias dat deze vrouwen waanzinnig waren geworden vanwege Dionysus. En eens per jaar werden alle beelden uit Sikyon hier naartoe gebracht. In de daarbij behorende processie werden fakkels gebrand en lokale hymnen gezongen.

 

Sikyon sloeg duizenden munten per jaar van zilver, brons en goud. Op bijna alle munten van Sikyon was een duif afgebeeld als symbool van de stad. Op de keerzijde van de stater (munteenheid) was meestal een ‘chimera’ afgebeeld (een leeuwachtige draak met vleugels).

 

Sikyon werd gedurende een groot aantal jaren door afschuwelijke dictators geregeerd, waarvan de laatste werd verslagen door Aratus, die leefde van 271 tot 213 v.Chr. Hij sloop ’s nachts de stad binnen, schakelde de bewakers uit en vernietigde het huis van de dictator. Aratus bracht democratie in Sikyon en hielp de slachtoffers van de dictatuur. Hij bevrijdde ook Corinthe, Epidaurus en Troizen van de Macedonische onderdrukking. Hij wist zijn collega Aristomachos van Argos ervan te overtuigen dat democratie beter was dan dictatuur en aldus werd ook Argos democratisch en trad toe tot de Bond van Achaia. Maar Aratus werd vergiftigd door Philips van Sparta, terwijl hij dacht aan Philips een goede vriend en bondgenoot te hebben. Hij werd in Sikyon begraven naast het graf van zijn vader Antigones. Toen Pausanias de stad bezocht was het graf er nog en werd het Arateion genoemd.

De kwade Philips van Sparta had overigens zelf ook geen gelukkig leven. Nadat hij zelf nog enkele anderen had vergiftigd en uitgeschakeld, vergiftigde zijn ene zoon de andere. Daarop werd Philips gek en stierf hij niet lang daarna van verdriet.

 

Vanaf de markt van Sikyon liep de weg naar het heiligdom van Asclepius. In de eerste kamer huisde ‘Slaap’ en in een andere in het midden van het heiligdom mochten alleen priesters komen. Bij de ingang stonden beelden van Pan en Artemis. Ook dit beeld van Asclepius was gemaakt van goud en ivoor op een houten frame. Het was hier op een ezelwagen naartoe gebracht vanuit Epidaurus. Asclepius werd in Sikyon vereerd omdat de bewoners dachten dat Aratus een zoon van hem was. Althans dat was wat ze aan Pausanias vertelden.

 

De rest van de geschiedenis

Vanaf de 6e eeuw v.Chr. werd de stad het ultieme centrum voor de beeldende kunst in het antieke Griekenland, voornamelijk omdat Polykleitos hier geboren was en opgroeide.

Een paar eeuwen later moet hier ook Apelles gewoond en gewerkt hebben. Hij was de hofschilder van Alexander de Grote. (356-323 v.Chr.) In zijn tijd was hij daarnaast vooral bekend vanwege zijn portretten en schilderingen van Aphrodite. Hij was afkomstig van een van de Ionische eilanden en studeerde aan de School van Pamphilos, degene die het schilderen als serieuze studie in de opvoeding van de Griekse jeugd had geïntroduceerd. Hij stond erop dat ook meetkunde en wiskunde verplichte onderdelen in het onderwijs werden.

Lysippus de beeldhouwer werkte voor Alexander de Grote en kwam oorspronkelijk ook uit de buurt van Sikyon of uit Argos, maar had in ieder geval gestudeerd in Sikyon. Meer over Lysippus in het hoofdstuk 'De Griekse Beeldhouwers'.

De beste tijd voor de stad lag tussen 600 en 550 v.Chr. en de rijkdom van de stad werd weerspiegeld in de kostbaarheden voor de Panhelleense Spelen en voor verschillende heiligdommen. Het Dorische schathuis van Sikyon in Delphi (waarin de kostbaarheden van Sikyon in Delphi werden bewaard) was voor wat betreft de architectuur zeer bijzonder in zijn soort en van belang voor de ontwikkelingen in de geschiedenis van de beeldhouwkunst. De friezen waren versierd met stenen metopen. Van de veertien oorspronkelijke zijn er vier bewaard gebleven, die te zien zijn in het museum bij de opgraving van Delphi. Het is in de afbeeldingen opvallend dat de toen op de Peleponnesus populaire held, Heracles, juist ontbreekt. De versieringen zijn belangrijk in de ontwikkeling van de kunstgeschiedenis omdat er veel perspectief in is verwerkt.

de Zeven tegen Thebe leggen gezamenlijk hun eed af

stater uit Sikyon met chimera en duif 340 v.Chr.

Alexander de Grote op bezoek bij de schilder Apelles (1792)

door Guiseppe Cades (1750-1799)

Museum Hermitage

tempel Sikyon (voor Artemis of Apollo?)

foto © willem van leeuwen

metope van het schathuis van Sikyon in Delphi

De opgraving

Terug naar de archeologische vindplaats van Sikyon. Momenteel is het oudste deel van Sikyon nog niet opgegraven of blootgelegd. In de loop der tijd heeft men de zuilen van de tempel gebruikt om er de Byzantijnse basiliek mee te bouwen in de buurt van Kiato. Van de tempel is dus niet veel meer over. Archeologen weten momenteel niet of het een tempel was voor Artemis of een voor haar (jongere) tweelingbroer Apollo.

 

Er zijn overblijfselen van een theater en het museum bij de opgraving is eigenlijk een nagebouwde Romeinse villa. Er staan beelden van Pan en Artemis en er worden mozaïeken tentoongesteld.

De moderne reisgidsen vertellen dat er niet veel te zien is bij de archeologische vindplaats in Sikyon, behalve de fundering van de tempel uit de 3e eeuw v.Chr., een gymnasium met twee rechtopstaande zuilen en de eerste rijen (zitplaatsen) van het theater en verder dat de omgeving prachtig is. Dat is wel een beetje kort door de bocht, want voor de liefhebber is het een mooie opgraving met een klein museum met een interessante collectie.

De opgraving ligt aan de voet van de Vasiliko heuvel en beslaat een vrij groot terrein met een agora (markt) uit de hellenistische en uit de Romeinse tijd, een theater, een stadion en thermen. De villa (7) is in 1935 gebouwd en ingericht als archeologisch museum op de fundering van het badencomplex. In het atrium en de drie zalen van het museum zijn de voorwerpen uitgestald die in Sikyon en in de buurt gevonden zijn, maar ook enkele artefacten uit onder andere Stymphalosi.

 

De overblijfselen van de tempel (1) laten zien dat de tempel uit de Dorische orde komt, met een pronaos, naos en een opistodomos (zie De Griekse Tempel voor een uitleg) en een oost-west oriëntatie heeft. Waarschijnlijk was de tempel gewijd aan Artemis, maar het is niet onmogelijk dat het een tempel voor haar broer Apollo was, zoals Pausanias schrijft.

De eerste bouwfase dateert uit de 6e eeuw v.Chr. wat vooral blijkt uit de lengte van het gebouw en uit de gevonden voorwerpen. In het hoofdstuk ‘De Griekse Tempel’ wordt beschreven dat de vroegste tempels lang en smal waren, terwijl ze later korter en breder werden.

Het stylobaat (vloer van de tempel) is gemaakt van grote vierkante platte stenen waarop de sporen van het werk van de steenhouwer gevonden zijn.

Een tweede bouwfase in de 4e eeuw v.Chr. betrof vooral aanpassingen en reparatiewerkzaamheden, terwijl de derde fase plaatsvond in de hellenistische tijd (330 - 31 v.Chr). De tempel werd vermoedelijk vernietigd door de grote aardbeving van 250 AD en in de vroeg-christelijke periode is op de ruïne van de tempel een basiliek gebouwd; in de muren van deze basiliek zijn onderdelen van de tempel verwerkt. Uit die periode komen ook de mozaïeken die te zien zijn in het museum (4e eeuw AD).

 

Het gymnasium en palaestra (2), de oefenplekken voor atleten van de stad werden gebouwd tegen de helling van de hellenistische akropolis, in de buurt van de markt. Het complex is verdeeld over twee niveaus als gevolg van de hoogteverschillen van het terrein. Het gebouw op het laagste deel stamt uit de hellenistische periode en is waarschijnlijk het gymnasium van Kleinias, koning van Sikyon en de vader van Aratus (zie hierboven bij ‘De geschiedenis volgens Pausanias'). Het gebouw had drie Ionische zuilengalerijen, een open binnenplaats en een monumentale toegangspoort of propylon.

Er waren drie trappen van het lage naar het hoge deel in de flinke tussenliggende steunmuur. Tussen de trappen zie je nog dat er twee fonteinen in de muur verwerkt waren. De stijl ervan is in antis, dat wil zeggen dat de zuilen tussen de buitenmuren geplaatst zijn. Je komt dit verschijnsel ook tegen in de tempelbouw, waar soms de zuilen in de pronaos en de opistodomos in antis gebouwd zijn. Ook de waterbakken van de fonteinen zijn nog goed te zien. Als je bedenkt dat de trappen op de hoeken overkapt waren en voorzien van een fronton, kun je je wellicht voorstellen hoe indrukwekkend dit gebouw moet zijn geweest. Zeker als je rekening houdt met de aanpassing van de Romeinen die op het bovenste terras het palaestra voorzagen van een Dorische colonnade aan drie zijden.

 

Als je van de scheiding tussen het gymnasium en palaestra de heuvel af loopt, kom je bij het bouleuterion (3), de plaats waar de stadsraad bijeenkwam. Het gebouw was net niet helemaal vierkant, (41 bij 40 m) en in het gebouw stonden 16 Ionische zuilen van elk 10 m hoog, gelijk verdeeld over de oppervlakte van het gebouw in vier rijen van vier. Vermoedelijk is het bouleuterion gebouwd in de eerste helft van de 3e eeuw v.Chr. en oorspronkelijk stonden er stenen banken in, maar die zijn later vervangen door banken van aarde, opgesteld in een cirkelvorm. Hoewel die banken ooit nog een dikke stuclaag hebben gekregen, hebben ze de tijd niet doorstaan.

De Romeinen hebben er in hun nadagen nog een badhuis van gemaakt, zoals gebleken is uit de gevonden badkuipen, die je in het museum kunt zien.

Aan de oostzijde van het bouleuterion vind je de overblijfselen van een ruim 100 m lange stoa (4), slechts enkele meters korter dan de zuilengalerij van Attalos in Athene. Het prestigieuze bouwwerk in Sikyon is gebouwd in de eerste helft van de 3e eeuw v.Chr. (hellenistische periode). De (47) buitenste zuilen waren in de Dorische orde, terwijl de (22) zuilen aan de binnenkant Ionisch waren. Het westelijk deel moet in de latere tijd veranderd zijn in een werkplaats, gelet op de afvoerkanalen die uitgehouwen zijn in het stylobaat. De stoa is door de grote aardbeving in de 3e eeuw AD ten onder gegaan.

 

Tenslotte maken we een klein wandelingetje naar het theater (5)i, want van het stadion (6) is niet veel meer te zien dan de vage vorm en twee grote polygonale muren. Het theater is een van de grootste theaters van het antieke Griekenland. Het stamt uit de hellenistische periode en is aangepast in de Romeinse tijd. De cavea (‘de kuip’) komt heel natuurlijk over omdat hij tegen de oorspronkelijke heuvel is gelegen. Toch is er heel wat steen gehouwen voordat het theater klaar was.

De cavea heeft een diameter van 125 m en is verdeeld door twee paden in de lengterichting van de rijen (diazomata) in drie delen met elk 20 rijen. Het publiek kwam binnen via de toegangstunnels aan de bovenzijde, links en rechts. De tunnels zijn uitstekend bewaard gebleven en zeer bijzonder, omdat ze niet vaak voorkwamen in de theaterbouw en ze laten zien hoe gewelven werden gebouwd.

De zitplaatsen waren gemaakt van kalksteen en ook prima bewaard gebleven zijn de proëdria, de zetels voor de belangrijke personen, zoals priesters, magistraten en generaals. De vorm ervan is afgeleid van een troon uit die tijd. In tegenstelling tot de zitplaatsen voor de gewone burgerij hadden de zitplaatsen op de eerste rij arm- en rugleuningen. Er waren zestien trappen die de cavea verdeelden in 15 cunei (de ‘taartpunten’). De orchestra was in tegenstelling tot die in Epidaurus niet helemaal rond, maar slechts voor tweederde van een cirkel. De diameter was 24 m en de vloer was van aangestampte aarde. Het belangrijkste onderdeel is het technisch perfecte drainage systeem.

Achter de orchestra was de skène en de later toegevoegde proskène (het gebouw voor de opslag van rekwisieten en het deel ervoor, dat gebruikt werd als uitbreiding van het toneel).

De toneelspelers kwamen op via de twee parodoi (toneelopgangen) die elk 4 m breed waren en afgesloten konden worden met deuren. De proskène kon betreden worden via twee hellingen aan weerszijden ervan.

 

Het museum

Professor Archeologie Anastasios Orlandos, veranderde in 1935 een deel van de Romeinse baden tot een Romeinse villa, waarin het museum is gevestigd. Hij creëerde drie zalen waar de verzamelde vondsten tentoongesteld konden worden.

De eerste zaal bevat delen van gebouwen en terracotta ornamenten zoals de tempel, het gymnasium en het bouleuterion. Er staan ook twee grote marmeren koppen van Demetrios Poliorcites en van de Tyche (geluk of fortuin) van de stad.

In de tweede zaal vind je beelden van Romeinen in hun toga’s. Ze zijn voornamelijk gevonden in de Romeinse baden. Daarnaast staan er reliëfs met voorstellingen van begrafenisrituelen en beeldjes van verschillende goden en godinnen.

De derde zaal is ingericht met aardewerk, dat vooral afkomstig is van de begraafplaatsen uit zowel de Myceense als de Romeinse periode. Er ligt ook een schitterend vloermozaïek met plantmotieven.

fontein tussen de trappen van gymnasium naar palaestra

Sikyon

foto © willem van leeuwen

Een van de drie trappen van gymnasium naar palaestra Sikyon

foto © willem van leeuwen

cavea (met cunei) van het theater in Sikyon

foto © willem van leeuwen

zitplaatsen met op de eerste rij de proëdria, theater Sikyon

foto © willem van leeuwen

Romeinse kopie van een origineel uit de 1e eeuw v.Chr.

marmeren kop museum Sikyon

foto © willem van leeuwen

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

vloermozaïek met plantmotieven

museum bij opgraving Sikyon

foto © willem van leeuwen

Romeinse kopie van een origineel uit de 1e eeuw v.Chr.

marmeren kop museum Sikyon

foto © willem van leeuwen

Twee belangrijke beeldhouwers komen uit Sikyon of in ieder geval uit de directe omgeving, te weten Polykleitos (de Oudere) die rond 480 v.Chr. geboren is en Lysippos, geboren rond 390 v.Chr. Deze belangrijke beeldhouwers die hun stempel op het verloop van de kunstgeschiedenis hebben gedrukt, worden in een apart hoofdstuk behandeld. Zie aldaar.

Mocht je naar Sikyon gegaan zijn om werk van Polykleitos of Lysippos te zien, dan kom je bedrogen uit. Er valt in de opgraving of in het museum helaas niets van deze beeldhouwers te zien.

 

Combinaties

Sikyon ligt redelijk in de buurt van Stymphalia, een natuurgebied met de mogelijkheid om een mooie wandeling te maken en onderweg ook nog wat resten tegen te komen uit de oudheid. In dit gebied komt de vogelliefhebber zeker aan zijn trekken en er is een (zeer leerzaam) Environment Museum. Het doel van het museum is om de onderlinge afhankelijkheid tussen de mens en de natuur te laten zien, en een ecological awareness bij de bezoeker te stimuleren.

 

De avontuurlijk ingestelde en geoefende chauffeur kan het ook leuk vinden om op de terugweg niet de snelweg te nemen, maar door de bergen naar het zuiden af te zakken in de richting van Nemea. Je hebt dan wel een goede kaartlezer of een GPS nodig om niet te verdwalen, maar je komt door pittoreske en ogenschijnlijk bijna verlaten dorpjes als Paradisi en Gonoussa. Onderweg staat ook een ‘Wine route’ aangegeven die je kunt volgen.

Copyright © All Rights Reserved