Tegea, Mantineia & Orchomenos

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Tegea 37°27'21.4"N 22°25'13.2"E (ingang opgraving)

Mantineia 37°37'05.0"N 22°23'19.5"E (parkeermogelijkheid bij opgraving)

Orchomenos 37°43'28.6"N 22°18'55.0"E (theater in de opgraving)

Atalante en Meleagros door Jacob Jordaens, 1615

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen

De bron ten noorden van de tempel van Athena Alea in Tegea foto © 2012 willem van leeuwen

Romeinse kopie van 'de Meleagros van Skopas'

Harvard Art Museum, Cambridge Massachusetts

Hygeia door Skopas, halverwege 4e eeuw v.Chr.

Nationaal Archeologisch Museum Athene

Byzantijnse kerk en resten van het theater van Episkopi, Tegea

foto © willem van leeuwen

tempel van Athene Alea, Ancient Tegea (350 v.Chr.)

foto © willem van leeuwen

Mantinea, ondanks de EU-subsidies, meestal gesloten

foto © willem van leeuwen

Antinoös, Louvre Parijs

We beginnen dit hoofdstuk met Tegea ten zuiden van Tripoli, rijden daarna noordwaarts naar Mantinea en zetten tenslotte koers naar Orchomenos.

Als we Tegea bereiken vanuit Nauplion, hebben we de provincie Argolida achter ons gelaten en zijn we [inmiddels] in de provincie Arcadia aangekomen. Tegea ligt ongeveer acht kilometer ten zuiden van Tripoli aan de weg naar Sparta.

 

Tegea volgens Pausanias

De inwoners van de provincie Arcadia vertelden Pausanias dat Pelasgos de eerste inwoner en koning van Arcadia was. Pausanias dacht dat er in die tijd wel meer bewoners moesten zijn geweest, maar waarschijnlijk was Pelasgos de slimste en de sterkste. Als koning leerde hij zijn onderdanen hoe ze onderkomens en jassen moesten maken van schapenhuiden. Twee generaties later was het aantal inwoners flink gegroeid en waren er meerdere steden. Men begon graan te verbouwen en brood te bakken. Bovendien leerde men wol te spinnen. Dit vond allemaal plaats allemaal tijdens het koningschap van Arkas. Naar hem is de provincie later genoemd: Arcadia.

De bewoners van Tegea vertelden Pausanias dat er een tijd geweest was dat de bevolking verspreid over negen kleine clans leefde, totdat ene Aleos in de 9e eeuw v.Chr. de stad stichtte.

In zijn tijd waren het de inwoners van Tegea die voor het eerst de Lakedaimoniërs (de inwoners van de provincie Laconië ofwel de Spartanen) versloegen en velen gevangen namen. Het was ook deze Aleos die een heiligdom voor Athene Alea liet bouwen. Later hebben de inwoners van Tegea de tempel laten bouwen, die veel indruk op Pausanias maakte. De eerste rij zuilen was gebouwd volgens de Dorische orde, de tweede volgens de Korinthische maar er stonden buiten de tempel ook Ionische zuilen. Pausanias had gehoord dat Skopas van Paros de architect van de tempel was. De tempel was aan de voorkant versierd met afbeeldingen van de jacht op het Kalydonische zwijn. Het beest werd geflankeerd door onder anderen Atalante, Meleagros, Theseus en Iolaos, de neef en helper van Heracles. Koning Oineus van het gebied Calydon, richtte een feestmaal aan en nodigde alle goden en godinnen uit. Hij vergat alleen Artemis uit te nodigen. Artemis zond een zwijn ter grootte van een stier dat de korenvelden en de bossen vertrapte en het vee doodde. Met vereende krachten werd het dier uitgeschakeld. Meleagros kreeg de eer, maar stond zijn buit af aan de beeldschone heldin, Atalante.

De achterkant van de tempel was versierd met een voorstelling van de strijd tussen de Telephos en de Griek Achilles. Nadat Heracles Auge achter de bron (ten noorden van de tempel) had verkracht, baarde zij een zoon, Telephos. Auge was de dochter van koning Aleos en zodoende was Telephos voorbestemd om koning van Tegea te worden, maar het liep anders en hij werd koning van Mysia in Klein-Azië en kwam daardoor tegenover de Grieken te staan in de Trojaanse Oorlog. Hij werd gewond door de punt van de speer van Achilles. De wond wilde niet genezen en ten einde raad ging Telephos naar Achilles omdat hij veronderstelde dat degene die hem verwond had, hem ook zou kunnen genezen. Dat lukte en uit dank heeft Telephos toen de Grieken adviezen gegeven over hoe zij de Trojanen het beste zouden kunnen aanvallen. Hij heeft zelf nooit meegevochten.

 

Het oude beeld van Athene Alea en ook de slagtanden van het grote Kalydonische zwijn waren in de tijd van Pausanias al meegenomen door keizer Augustus toen hij zijn rivaal Marcus Antonius en diens bondgenoten, waartoe ook Tegea behoorde, had verslagen. In die tijd was het heel gebruikelijk om wijgeschenken van de verliezers van een oorlog mee te nemen. Pausanias wist inderdaad dat het beeld van Athena Alea bij de ingang van het door Augustus aangelegde Forum in Rome stond. In Tegea werd een nieuw beeld van Athena neergezet. Dat werd geflankeerd door beelden van Asclepius en zijn dochter Hygeia, allebei werken van Skopas.

 

In de tempel zag Pausanias verder de half vergane huid van het Kalydonische zwijn, dat toen al zo oud was dat het geen borstelig haar meer had, en een paar ijzeren voetboeien die de gevangen genomen Spartanen hadden gedragen als zij op het land moesten werken. Het priesterschap voor Athena werd vervuld door een jongen totdat hij volwassen werd; dan werd er een nieuwe priester aangesteld. Aan de noordkant van de tempel zag Pausanias de bron waar Auge door Heracles was verkracht.

Pausanias zag op de markt van Tegea een stèle met een afbeelding van Ares, de god van de oorlog als 'de bezoeker van het vrouwenfeest'. Op de stèle worden vrouwen geëerd, omdat zij in een oorlog tegen de Spartanen heldendaden hebben verricht. Het was de eerste veldtocht van de Spartaanse veldheer Charillos in de 9e of 8e eeuw v.Chr. De legers aan beide kanten hadden af en toe een succesje, maar plotseling verschenen de vrouwen uit Tegea op het strijdtoneel. Zij verjoegen de Spartanen en namen Charillos gevangen. Hij werd echter zonder losgeld ook weer vrijgelaten nadat hij had gezworen nooit meer de wapens op te pakken tegen Tegea. Een eed die hij later overigens zou verbreken. De vrouwen brachten – zonder de mannen – overwinningsoffers aan Ares en lieten de mannen niet delen in het vlees van het offerdier.

Een van de erfgenamen of opvolgers van Charillos is Lykourgos, een bekende wetgever en opvoedkundige; maar Lykourgos kan net zo goed een verbastering zijn geweest van het Griekse woord voor wolf 'lykos' en Apollo is vaak in verband gebracht met een wolf. Dus of Lykourgos daadwerkelijk bestaan heeft is niet duidelijk. We komen deze figuur wel geregeld tegen in de geschiedenis rond Sparta, maar ook in Olympia, waar hij meegewerkt zou hebben aan het opstellen van de regels voor de deelnemers van de Spelen en de scheidsrechters. Het kan dus ook een koning zijn geweest die vernoemd is naar de wolf.

Tenslotte was er ook nog een plek die de bewoners 'Gemeenschappelijke Haard' noemden. Men vierde daar jaarlijks een feest om een andere overwinning op de Spartanen te herdenken. De Spartanen vielen op een zeer koude winterdag aan. De soldaten van Tegea staken heimelijk een vuur aan om zich aan te warmen. Niet langer gehinderd door de kou wisten ze de Spartanen te verslaan.

De grens tussen het land van de Spartanen en dat van de bewoners van Tegea werd gevormd door de rivier de Alpheios, die in het Taigetosgebergte ontspringt en ten westen van Olympia in de Ionische zee uitkomt. Pausanias merkte nog op dat de Alpheios de bijzondere eigenschap had dat de hij hier en daar in de grond verdween om een stuk verderop weer te voorschijn te komen. Het was zelfs zo, dat de rivier in de zee doorstroomde en bij Syracuse op Sicilië weer verscheen en overging in de Arethousa rivier.

 

Pausanias eindigt zijn hoofdstuk over Tegea met de opmerking dat er een mooie rechte weg van de stad naar Argos loopt, die geschikt is voor wagens. Langs de weg zouden veel eiken hebben gestaan en een heiligdom voor Demeter. Halverwege kwam hij bij de berg Parthenion, waar een heiligdom voor Telephos was. Hij zou daar te vondeling zijn gelegd en gezoogd zijn door een hinde, voordat herders hem vonden.

 

Skopas van Paros (Zie ook het onderdeel 'Griekse Beeldhouwers')

De Romeinen renoveerden het theater van Tegea dat oorspronkelijk gebouwd was in de 4e eeuw v.Chr. Uit de beschrijving van Pausanias kunnen we niet goed opmaken waar hij nou precies is geweest. In ieder geval is het belangrijk om te weten dat de archaïsche tempel (uit de 7e eeuw v.Chr.) gerenoveerd was in de 4e eeuw v.Chr. We zien dit verschijnsel vaker, zoals ook in Nemea, in het Heraion van Argos en in Olympia. Halverwege de 4e eeuw v.Chr. vinden er in heel Griekenland renovaties of herbouw plaats van belangrijke tempels. Aangenomen wordt dat dit te maken heeft met Philippus II, de vader van Alexander de Grote, of met Alexander zelf. Beiden streefden een unie na van verenigde Griekse staten en er vond een herwaardering (of herleving) plaats van oude tradities en gebruiken.

Hier in Tegea was de archaïsche tempel afgebrand rond 400 v.Chr. en het was Skopas van het eiland Paros, een bekende architect en beeldhouwer, die de opdracht kreeg de tempel voor Athena te (her-)bouwen. Het koste hem ongeveer 10 jaar (350 – 340 v.Chr.). Lees meer over deze beeldhouwer in het hoofdstuk 'De Beeldhouwers'.

 

Tegea, de rest van de geschiedenis

Opgravingen hebben aangetoond dat deze plek ook al een religieuze functie had in de 11e eeuw v.Chr. De naam Tegea betekent warmte of haven en het is verbonden met de kracht van vruchtbaarheid. Warmte is namelijk een bron die de bodem vruchtbaar maakt. Tegea werd na verloop van tijd een belangrijke stad in het antieke Arcadia.

Het werd ook een vluchthaven voor o.a. Orestes, nadat zijn moeder Klytemnestra zijn vader Agamemnon had vermoord. Meer details hierover zijn te vinden in het deel over Mycene. Na zijn dood werd Orestes in Tegea begraven, maar er gaat ook een verhaal dat zijn lijk werd opgegraven en overgebracht naar Sparta. Dit onderstreept nog eens de rivaliteit tussen het democratische Tegea en aristocratische Sparta. Maar het kan ook verwijzen naar de band van de familie met Sparta, omdat Orestes trouwde met Hermione, zijn nicht en dochter van Menelaos, de koning van Sparta.

Tegea was ook de vluchthaven voor de priesteres Chryseis. Nadat zij in slaap gevallen was bij een brandende kaars en het Heraion van Argos dankzij haar onoplettendheid tot de grond toe afbrandde, vertrok zij naar Tegea om daar verder dienst te doen als priesteres voor Athena. Meer over deze Chryseis is te lezen in het deel over Argos en het Heraion.

Tegea heeft in de loop van de geschiedenis veel te lijden gehad, vooral van Sparta, maar na 300 v.Chr. heeft het ook een relatief lange periode van vrede en voorspoed gekend. Dit was vooral te danken aan Kassander van Macedonië. Hij leefde van 350 tot 297 v.Chr. Hij begon zijn loopbaan als soldaat en politicus en werd na verloop van tijd plaatsvervanger van Antigonus Monophtalmus, totdat deze laatste stierf in 301 v.Chr. Daarna kwam Kassander aan de macht in Macedonië en kroonde zichzelf tot koning. Daarna was het eerste wat hij deed het laten executeren van de moeder, de echtgenote en de zoon van Alexander de Grote, zodat hij van die kant niets meer te vrezen had. Hij liet verschillende Griekse steden herbouwen die tijdens de Macedonische invasie in Griekenland waren verwoest. Twee van die steden waren Thebe en Tegea.

In het verloop van de geschiedenis is Tegea niet meer belangrijk geweest totdat het in de 13e eeuw door de Frankische kruisridders tot hoofdstad van hun provincie werd gemaakt. Onder de Ottomanen (1453-1832) was Tegea van geen betekenis.

 

De opgraving en het museum van Tegea

De eerste opgravingen in Tegea vonden plaats in 1879 AD. De tempel had Dorische, maar slanke zuilen (zonder entasis) en de vloeren waren gemaakt van marmer. De binnenzaal of naos had halve zuilen die tegen de zijmuren en achterwand geplaatst waren. Het cultusbeeld was gemaakt door Endoios, maar was zoals gezegd naar Rome getransporteerd in opdracht van keizer Augustus. Voor een uitleg van de verschillende aspecten van een Griekse tempel zie het hoofdstuk 'De Tempels'.

De resten van de tempel van Athena Alea vind je in het midden van het Ancient Tegea. Het museum ligt er bijna tegenaan. De opgraving is vrij toegankelijk en geopend van 08.30 tot 15.00 uur (niet op maandag). Het museum was in 2014 (net als in 2011) gesloten en het zag er verlaten uit.

Het hoofd van Hygeia uit de tempel van Athena Alea wordt tentoongesteld in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

Het is vrijwel volledig in tact en werd gevonden in 1900-1901. Het wordt beschouwd als een van de mooiste originele beeldhouwwerken uit de laat-klassieke periode (einde 4e eeuw v.Chr.) en wordt toegeschreven aan Skopas. Vanuit de nek is het hoofd iets naar rechts gedraaid; de vorm van het gezicht is zacht. De lippen zijn half geopend (kenmerkend voor beelden van Skopas) en het haar is golvend naar achteren opgestoken.

Aangenomen wordt dat het hoofd behoort bij het beeld van Hygeia, de dochter van Asclepius. Zij was de godin van gezondheid.

Toen ik in 2010 door de ramen van het toen gesloten museum in Ancient Tegea gluurde zag ik in een van de zalen dit beeldhouwwerk. Vermoedelijk stond daar dus een kopie.

 

De archaïsche tempel van Athena Alea brandde in 392 v.Chr. af. De precieze datum hiervan is bekend omdat in de historie gerefereerd werd aan de 96ste Olympische Spelen toen Eupolemos uit Ilia het hardlopen had gewonnen. Daarna werd Skopas gevraagd om een nieuwe tempel te bouwen. Het werd een Dorische peripteros van 6 x 14 zuilen, ofwel een tempel die van alle zijden toegankelijk was en 6 zuilen aan de korte zijden telde en 14 aan de lange. Waarom de ingang van de tempel aan de noordzijde werd gemaakt is niet bekend, maar vermoedelijk heeft dat te maken met de lichtval op het cultusbeeld.

In de moderne reisboeken lees je eveneens dat zowel het museum als de opgraving van Tegea regelmatig gesloten zijn. Je kunt evenwel ook vanachter het hek een blik werpen op de tempel van Athena Alea.

 

Palea Episkopi

In het buurdorpje Palea Episkopi zijn de bijzonderheden te vinden op het terrein waar de jaarmarkt wordt gehouden en waar veel kastanjes staan. Op dat terrein vind je ook het Folklore museum en enkele tavernes. Er staat een Byzantijnse kerk en er zijn resten te vinden van een theater. De kerk is door de Duits-Griekse architect Ziller in de 19e eeuw gebouwd op de ruïne van een 12e eeuws kruiskoepelkerkje. Ernst Ziller (1837-1923) was meegekomen naar Griekenland in het gevolg van de eerste koning van Griekenland, Otto I en diens opvolger George I. Meer informatie over het koningshuis vind je in het hoofdstuk 'Nauplion'.

In de buurt van de gedenkplaat aan de oorlog vinden we de overblijfselen van middeleeuwse vestingmuren en de fundering van een Byzantijns huis. De mozaïeken van een vroegchristelijke kerk tonen de vier jaargetijden. Ze zijn te vinden onder enkele overkappingen.

Tussen de kerk en de tavernes is de agora of markt van het antieke Tegea geweest. In de sleuven die je nu ziet bij het oorlogsmonument vind je ook de resten van een middeleeuwse stadsmuur.

 

Mantinea ligt ongeveer 20 km ten noorden van Tegea. Als je vanuit Tripoli de grote weg naar het noorden volgt (langs het stadion) richting Levidi en Vitina kom je na ongeveer 10 km op een groot kruispunt. Linksaf ga je de bergen in richting Levidi, maar voor Mantinea ga je rechtdoor.

 

De geschiedenis van Mantinea volgens Pausanias

Pausanias beschreef Tegea en Mantinea in zijn onderdeel (boek VIII) met de titel 'Arcadia'. Hij zag in deze regio, bij een fontein een beeld van de 'Zwarte' of 'Donkere Aphrodite'. In het hoofdstuk over Corinthe heb ik uitgelegd waarom de godin van de liefde soms zwart of donker wordt genoemd.

In Mantinea zag Pausanias nog een dubbeltempel in tweeën gedeeld door een muur. Een helft was bedoeld om Asclepius te eren met een cultusbeeld gemaakt door Alkamenes, en de andere helft was bedoeld om Leto en haar kinderen te eren; er stonden beelden van Praxiteles (van twee generaties later, overigens). Leto kreeg twee kinderen: Apollo en Artemis. Zeus was de vader. En er was ook een tempel gewijd aan Hera, eveneens met een beeld van Praxiteles (dichtbij het theater).

 

Bij het altaar van deze tempel was het graf van Arkas, de zoon van Kallisto. De beenderen had men uit Mainalos gehaald nadat het orakel van Delphi had gesproken:

 

'In het stormachtige Mainalia ligt Arkas, naar wie alle Arkadiërs zijn genoemd,

waar een driesprong, een viersprong en een vijfsprong zijn.

Ik spoor u aan daarheen te gaan, met een blij hart Arkas op te nemen

en hem te brengen naar zijn lieflijke stad.

Maak daar een heilige plaats voor Arkas en breng hem offers'.

 

Ook Antinoös, de gunsteling van keizer Hadrianus, werd als een god erkend in Mantinea; zijn tempel was de jongste die Pausanias er zag. Pausanias heeft Antinoös niet meer in levende lijve ontmoet, maar wel de vele portretten en beelden van hem.

Antinoös was afkomstig uit Bythinion (nu Bolu, halverwege de snelweg Istanboel-Ankara), een stad die door Strabo werd geroemd om zijn graslanden en om zijn kaas. De stad zou gesticht zijn door Arkadiërs uit Mantinea. Het was daarom dat Hadrianus in Mantinea een heiligdom voor Antinoös heeft gesticht. In het gymnasium van Mantinea was een zaal met beelden van hem en iedere vier jaar werden er in de Romeinse tijd Spelen voor hem georganiseerd. Op de meeste afbeeldingen van hem was hij in de gestalte van Dionysios.

 

Vanuit Mantinea ging Pausanias dieper Arcadia in. En hij kwam op een gegeven ogenblik uit bij een bos dat de mensen in de buurt 'de Zee' noemden, vanwege het ruisen van de bladeren. Aardige anekdote in dit verband is het verhaal van generaal Epaminondas uit Thebe. Een orakel had hem gewaarschuwd voor het feit dat hij ooit aan zijn einde zou komen in de zee. En aldus was hij zijn gehele leven als de dood om op een boot te stappen. Maar uiteindelijk kwam hij in het bos dat 'de Zee' werd genoemd. Hij blies er zijn laatste adem uit in 362 v.Chr. in een strijd tegen Spartanen.

Een spraakverwarring veroorzaakt door orakels en degenen die de orakels interpreteerden. Dat gebeurde wel vaker, zoals het feit dat een orakel ooit de stad Athene adviseerde om Sicilië te annexeren als kolonie, en aldus begon het een oorlog tegen Syracuse. Athene verloor de oorlog. Later bleek dat er ook een kleine heuvel ten noorden van Athene lag met de naam Sicilië. Dus het feit dat orakels 'in multi-interpretabele raadsels' spraken, leidde nog wel eens tot onnodige en teleurstellende acties.

Het overlijden van Epaminondas, Isaak Walraven, 1726, Rijksmuseum Amsterdam

 

 

Pausanias zag in Arcadia uitgestrekte bossen met de wilde dieren zoals zwijnen, beren en reuzenschildpadden, die zo groot waren dat men van het schild gemakkelijk een lier kon maken.

Ongeveer drie kilometer van Mantinea, lag het plaatsje genaamd 'Slang' omdat een slang zou hebben aangegeven dat het een goede plek was om een stad te bouwen. Tegenwoordig vinden we in deze regio nog de rivier die 'Phidias' wordt genoemd refererend aan het Griekse woord voor slang 'phidi'. Maar het kan natuurlijk ook refereren aan de beeldhouwer met dezelfde naam.

Pausanias schreef over de mythes en religies die hem verteld werden zonder er een oordeel over uit te spreken. Toen hij aan het project van het schrijven van zijn boek begon vond hij sommige verhalen nogal kinderachtig en vreemd, maar na verloop van tijd – en zeker toen hij in Arcadia was – besloot hij dat al die verhalen helemaal niet zo kinderachtig of vreemd waren. De oude mannen vertelden hem (meestal in raadsel of in vage bewoordingen zoals orakels deden) de mythes en verhalen niet uit domheid of onwetendheid, maar juist als een teken van Griekse wijsheid en begrip.

 

Er gaat nog een ander mythologisch verhaal over Mantinea. Er moet in de stad een fontein geweest zijn voor Arne (de dochter van Aeolus, heerser over de wind en Melanippe). Arne werd geboren als veulen omdat haar moeder Melanippe, ook wel Hippe genoemd, aan Artemis had gevraagd haar te veranderen in een merrie om de zwangerschap te kunnen verbergen voor haar vader de centaur Chiron. Arne werd later weer mens, maar door een ongelukkige actie van Desmontes werd zij blind. Poseidon gaf haar later haar zicht weer terug.

Vervolgens gaat Pausanias in op een verhaal over Poseidon, een zoon van Cronus en Rhea, die beiden kinderen waren van Gaia en Uranus (aarde en hemel). Cronus was de jongste, maar ook de leider van de eerste generatie Titanen. Hij zette zijn vader af en regeerde over de wereld tot hij op zijn beurt werd afgezet door zijn (andere) zoon Zeus. Cronus moet niet verward worden met de personificatie van tijd, Chronos.

Bij de hierboven genoemde fontein voor Arne was de plek waar Rhea, wetende dat haar broer annex echtgenoot, Cronus haar kinderen verslond, haar pasgeboren Poseidon verstopte in een kudde lammeren, om hem te behoeden voor het lot van zijn broers en zusters. De moeder van de goden vertelde Cronus dat zij een paard had gebaard en gaf hem een veulen dat hij verorberde in de veronderstelling dat het zijn pasgeboren kind was. Je ziet hier een gelijkenis met het verhaal over de geboorte van Zeus, waarbij Cronus een steen te eten krijgt in plaats van zijn jongstgeborene. De versie van Poseidon is een Arcadische mythe die normaal gesproken niet voorkomt in de verhalen over de geboortes van de Olympische goden.

Cronus en Rhea waren beiden. Het paard staat evenwel dicht bij de cultus rond Poseidon, vooral in Arcadia. Aardig detail is dat lamsvlees in het Grieks afgeleid is van Arne, namelijk 'αρνί '.

 

De rest van de geschiedenis van Mantinea

Mantinea lag vaak overhoop met Tegea over afvoerkanalen waardoord e landbouwgronden al of niet onder water stonden. In de Peloponnesische oorlog koos Mantinea de zijde van Athene omdat Tegea de zijde van Sparta had gekozen. In 418 v.Chr. verloor de Atheense bond (en dus ook Mantinea) de strijd.

De tweede Slag bij Mantinea vond plaats in 362 v.Chr. tegen Thebe, zoals hiervoor al beschreven. Daarna is Mantinea niet meer van enige betekenis geweest in het verloop van de geschiedenis. Tegenwoordig behoort Mantinea tot de gemeente Tripoli en is vooral bekend door de lichte, witte wijn die er gemaakt wordt van de Moschofilerou-druif. Het is een 'blanc-de-gris' dat wil zeggen een witte wijn, gemaakt van grijze (in dit geval paars-roze) druiven. De wijn heeft een (voor wijnkenners) vrij scherp karakter en een bloemengeur van rozen en viooltjes met een vleugje kruiden en kan gedronken worden als aperitief of bij een maaltijd. Het is een lichte wijn met 11% alcohol.

 

De opgraving

Als we de opgraving bereiken zie je als eerste (aan de linkerkant van de weg) een zeer bijzondere kerk. Deze Agia Fotini is ontworpen door de Grieks-Amerikaanse architect Papatheodóros, die verschillende stijlen door elkaar heeft gebruikt.

De kerk is ook aan de binnenkant bijzonder te noemen, want bij de iconen vind je naast die van Christus ook afbeeldingen van Heracles, Leto, Theseus, Ariadne en Homerus. En als klap op de vuurpijl is de kerk niet alleen aan Fotini gewijd, maar ook aan Ludwig van Beethoven.

 

Aan de andere kant van de weg vinden we de ingang naar de opgraving van het antieke Mantinea.

Tussen 1887 en 1888 is een deel van de agora door de Franse School voor Archeologie blootgelegd. Het theater is opvallend omdat het niet is uitgegraven of uitgehouwen, maar het wordt met muren en steunberen op zijn plaats gehouden. Verder moet je goed je best doen om de fundamenten van een tempeltje van Hera, het bouleutereion (senaatsgebouw) en de 4 km lange ringmuren te onderscheiden.

Er staat een hek om de opgraving dat met een hangslot meestal is afgesloten, maar als je een stukje doorloopt langs het hek, kun je de restanten van de funderingen wel zien. Opvallend in dit kader (het niet toegankelijk zijn van opgravingen of musea) is dat er naast het toegangshek bij Mantinea een gigantisch bord was geplaatst in 2009 waarop aangegeven was dat de opgraving met steun van de Europese Unie was opgeknapt.

 

Platonische liefde

Mantinea was de geboorteplaats van een vrouwelijke ziener, genaamd Diotima. Zij heeft een conversatie met Plato gehad over het begrip dat we momenteel 'Platonische liefde' noemen.

De term 'amor platonicus' werd (na Plato) voor het eerst gebruikt in de 15e eeuw AD door de Florentijnse leraar Marsilio Ficino (1433-1499). Platonische liefde in de oorspronkelijke betekenis is uitgelegd in Plato’s boek 'Het Symposium', dat de liefde van Eros als onderwerp heeft. Van bijzondere betekenis zijn de ideeën die eraan toegevoegd zijn door Diotima, die liefde presenteerde als een onderdeel van iets goddelijks. Het gaat daarbij om toewijding en aanbidding. Voor Diotima en voor Plato in het vervolg op zijn dialoog met Diotima, betekende echte liefde het overdragen van iemands geest aan de (goddelijke) liefde. In het kort: de ene persoon inspireert de geest en de ziel van de ander en brengt ze in de richting van spirituele zaken. Men gaat van herkenning van schoonheid van de een, naar waardering van schoonheid zoals dat los van elk individu bestaat. Dit alles om de bron van schoonheid, de liefde van het goddelijke, te overdenken. Platonische liefde is een relatie zonder seksueel handelen of begeren: een innige vriendschap, een liefde zonder lichamelijke wensen. Echte liefde was voor Plato alleen mogelijk tussen 'gelijken' ofwel diegenen die over gelijke rechten en status beschikken. Vrouwen hoorden hier in het oude Athene niet bij, en daarom was volgens hem echte liefde tussen man en vrouw niet mogelijk. Gelijken waren in die tijd alleen mensen van hetzelfde geslacht. En omdat ook Plato homoseksualiteit afwees, bleef alleen de liefde zonder seksueel handelen of begeren over. Deze liefde was volgens Plato de hoogste trap van liefde, in tegenstelling tot lichamelijk begeren en handelen, die hij als een eerste trap beschouwde. Van daaruit kon de mens een hogere trap bereiken door de liefde voor de juiste levensinstellingen, voor de wetenschap, en voor goede gedachten. De Platonische liefde was de hoogste trap: het in elk mens aangeboren streven en begeren naar zaken als schoonheid, waarheid, en uiteindelijk goddelijkheid. Deze trap bereikten slechts weinig mensen. Diegenen die zich intensief met dit streven bezighielden noemde Plato filosofen.

 

Pausanias op weg naar Orchomenos

Hier wordt bedoeld Orchomenos op de Peloponnesus. Het Orchomenos in Centraal Griekenland is bekend geworden door de opgravingen van Heinrich Schliemann. Dat was een belangrijk centrum in de Myceense periode en een rivaal van Thebe. Het nam deel aan de oorlog tegen Troje.

Ten noordwesten van Mantinea in de richting van Megalopoli, was de weg naar Orchomenos. Mensen vertelden Pausanias dat daar het graf van Penelope was, de vrouw van Odysseus. Toen Odysseus terugkeerde uit Troje, werd Penelope opnieuw zwanger van hem, maar hij verstootte haar toch omdat ze tijdens zijn afwezigheid plunderaars en dieven (vrijers die uit waren op een huwelijk met Penelope) had toegelaten tot zijn huis, terwijl hij in Troje aan het vechten was. Penelope ging toen eerst naar Sparta maar kwam uiteindelijk terecht in Mantinea, waar zij stierf. Pausanias twijfelde aan de waarheid van deze bewering. Het lag volgens hem veel meer voor de hand dat Penelope na haar verstoting veel dichter in de buurt van het eiland Ithaka zou zijn gebleven (waar het huis van Odysseus stond) en niet helemaal naar het centrum van de Peloponnesos zou zijn gegaan.

Penelope had jaren gewacht op de thuiskomst van Odysseus. In die tijd kwamen veel vrijers naar haar toe om met haar te trouwen en daardoor koning van Ithaka te worden. Uiteindelijk gaf ze toe en stelde dat ze zou trouwen met degene die met de boog van Odysseus door de ogen van een aantal bijlen kon schieten. Niemand kon de boog spannen. Toen kwam een zwerver naar voren en vroeg of hij het mocht proberen. Natuurlijk lukte het hem wel omdat de zwerver eigenlijk Odysseus was. Hij schakelde daarop de vrijers uit en verstootte daarna alsnog zijn echtgenote, omdat ze zo zwak was geweest om de vrijers binnen te laten.

Op het internet las ik dat wetenschappers (aan de hand van de door Homerus genoemde zonsverduistering) de thuiskomst hebben gedateerd op 16 april 1178 v.Chr.

 

In de dagen van Pausanias lag Orchomenos in puin. Hij zag dan ook alleen nog maar de restanten van wat eens een stad was geweest. Pausanias meldde dat de vroegere stad Orchomenos op de top van een berg lag en hij zag er nog resten van een markt en enkele muren. In zijn tijd woonden er mensen onder de oude ringmuur. Er was een bron en tempels voor Poseidon en Aphrodite met marmeren beelden. De grens met de buren, Pheneos werd gevormd door een berg. Door het ravijn achter de berg was de weg naar Pheneos. Meer over Pheneos in het hoofdstuk 'Stymfalia'.

 

De stad zou zijn gesticht door Orchomenus, de zoon van Lykaon, en het verhaal ging dat de koningen van Orchomenos ook de koningen waren over Arcadia. Pausanias noemt een aantal van die koningen bij naam. Een van hen was Aristocrates die gestenigd werd door zijn eigen volk wegens ontucht met een maagdelijke priesteres van Artemis.

Het Arcadische Orchomenos wordt 'met veel schapen' genoemd door Homerus en het nam deel aan de Slag bij Thermopylae met 120 man. Dat was in 480 v.Chr. onder leiding van Leonidas van Sparta.

In 418 v.Chr. waren de stadsmuren vervallen en Athene had in de Peloponnesische Oorlog weinig moeite om Orchomenos tot overgave te dwingen. Door hun rivaliteit met Mantinea sloot het zich niet aan bij de Arcadische bond. Het verloor aan belangrijkheid door de stichting van Megalopolis, maar de strategische positie zorgde ervoor dat verschillende strijdende partijen daarna steeds weer om de stad vochten.

Strabo, een historicus, geograaf en filosoof die leefde van 63 v.Chr. tot 25 AD, noemde Orchomenos in zijn lijstje van zo goed als verdwenen steden, maar op grond van wat Pausanias zag en opschreef, was dat wellicht een beetje overdreven.

In de loop van de tijd is er in Orchomenos nog een christelijk kerk gebouwd met het materiaal van een Dorische tempel.

Edward Dodwell (1767-1832), schilder en auteur van het boek 'Tour through Greece' kwam bij deze plaats in het begin van de 19e eeuw AD en zag enige funderingen van een Dorische tempel, maar hij zocht er niet verder omdat hij het een verschrikkelijke plek vond. In zijn hotelkamer sneeuwde en regende het net zo hard als buiten, zonder daar iets aan te kunnen doen. Dus hij trok onmiddellijk verder.

De classicus William Smith (1813-1893) bezocht halverwege de 19e eeuw Arcadia en zag de overblijfselen die wij ook nu nog aantreffen.

 

De Opgraving

Orchomenos op de Peloponnesos is wat lastig te vinden, maar met een beetje speurwerk blijkt een bezoek het zeker waard, al was het alleen al vanwege het prachtige uitzicht. Neem plaats in een van de stoelen en stel je een Griekse tragedie voor. Het decor bestaat uit een prachtig vergezicht.

De gedeeltelijk overwoekerde resten van het oude Orchomenos liggen iets ten noorden van Levidi en is volgens sommige moderne reisgidsen nauwelijks een bezoek waard. Er liggen bases van tempelzuilen, een stoa en het hieronder afgebeelde theater. Maar de weg er naar toe laat het hart zien van een prachtig Arcadisch landschap. We noemen het Menalogebergte, vernoemd naar Menelaos (ten zuidwesten van Levidi) en het Artemisiogebergte, vernoemd naar Artemis, (ten noordoosten van Levidi). De toegang is vrij, maar sommige delen zijn met hekken afgezet. Zoals gezegd, als je het weet te vinden, is een spectaculair uitzicht de beloning. Dat verklaart meteen de strategische betekenis van Orchomenos in de oudheid. Vanaf hier kon men alle belangrijke routes in de omgeving controleren. Schuin boven het theater liggen de resten van de agora en een tempel.

Homerus noemde dit gebied al 'rijk aan schapen' en dat is het nog steeds. Vandaar dat je vriendelijk gevraagd wordt om de hekken te sluiten als je weggaat. Niet om de schapen en geiten 'binnen' te houden, maar juist 'buiten' te houden.

 

Combinaties

Deze drie opgravingen zijn al een goede combinatie op zich, zeker als je onderweg van het landschap geniet. Orchomenos is een prima plek voor een picknick. Neem op de terugweg de wijnroute via Nemea.

Agia Fotini, (gebouwd tussen 1970-1980 naar een ontwerp van Papatheodoros) tegenover de opgraving van Mantinea

foto © willem van leeuwen

 

Plato (Romeinse kopie)

Glyptothek, München

Diotima van Mantinea door Jozef Simmler (1855) Lviv, National Art Gallery, Ukraine

Odysseus komt thuis, vermomd als zwerver

Gustav Schwab, 1882

restanten van het theater van Orchomenos

foto © willem van leeuwen

Copyright © All Rights Reserved