Tiryns

Tiryns 37°36'03.3"N 22°47'56.0"E (parkeerplaats bij opgraving)

De akropolis van Tiryns ligt aan de weg tussen Argos en Nauplion; 12 km van Argos en 5 km van Nauplion. De akropolis is op een 18 m hoge rotsachtige heuvel gebouwd en steekt daardoor uit boven de rest van de vlakte tussen beide steden.

Het eerst vallen de enorme muren van deze citadel op. Net als de muren van Mycene worden deze ‘cyclopisch’ genoemd, omdat men vroeger van mening was dat alleen cyclopen in staat waren om dergelijke muren te bouwen. Ook hier wegen de stenen enkele tot vele tonnen en staat men nog steeds voor het raadsel hoe men in de bronstijd in staat was om dergelijke bouwwerken te realiseren.

Komend van Argos sla je vlak voor de kolossale burcht linksaf, richting Mycene, Korinthos en Athene. Daarna direct weer rechts en je komt op de parkeerplaats, waar het niet al te moeilijk zal zijn een plek te vinden, omdat het hier in tegenstelling tot Mycene vrijwel nooit druk is.

 

De geschiedenis volgens Pausanias

De Romeinse reisgidsschrijver heeft niet veel aandacht besteed aan de burcht van Tiryns. Hieronder volgt een vertaling van wat hij over de stad en de citadel schrijft in de versie van Peter Levi:

 

En als je dan verder gaat en vervolgens naar rechts – hij kwam uit Nauplion - kom je bij de ruïnes van Tiryns. De wens van de bewoners van Argos om gebiedsuitbreiding en uitbreiding van hun macht, leidde ertoe dat ze de aanval openden op het kleine koninkrijkje en het vervolgens innamen. Men zegt dat de held Tiryns, die zijn naam aan de stad heeft gegeven, een zoon van Argos was en dus een kleinzoon van Zeus. Er is niets meer te zien dan de ruïnes van de akropolis en de enorme muren, die door cyclopen zijn gebouwd met grote rotsblokken. Zo groot dat een paar muilezels nog niet zouden beginnen aan het verslepen van de kleinste ervan. Later zijn er kleine stenen voor de stevigheid tussen de grote blokken gevoegd.

 

De geschiedenis in vogelvlucht

Proetus was koning van Tiryns en een broer van Akrisius, de koning van Argos. Proetus kreeg hulp van de cyclopen om de muren van zijn stad te bouwen en de mythologie suggereert dat Tiryns twee generaties ouder is dan Mycene. Dat blijkt ook uit recente onderzoeken. Op basis van de zogenaamde C-14 (koolstof) methode kan tegenwoordig vrij nauwkeurig de ouderdom bepaald worden van vondsten, maar het voert te ver om de archeometrie hier uit te leggen.

Mycene, Argos, Midea en Tiryns waren alle vier tot op zekere hoogte aan elkaar gerelateerd in cultureel en economisch opzicht, maar ook voor wat betreft hun ondergang. Dat laatste geldt in mindere mate voor Argos, maar de drie andere steden gingen vrijwel tegelijk ten onder.

De citadel van Tiryns werd net als die van Mycene en van Midea door brand verwoest en vervolgens verlaten. De omgeving bleef wel bewoond, maar de economische bloeiperiode was voorbij en het belang van de Myceense steden werd tot nul gereduceerd. Dat gebeurde omstreeks 1100 v.Chr.

Maar in de hoogtijdagen lag Tiryns dicht bij de zee en kon de stad zich ontwikkelen tot een belangrijk handelscentrum en wellicht tot de belangrijkste havenstad van Mycene. De eerste sporen van bewoning in het complex zijn uit de vroege Bronstijd (rond 2500 v.Chr.) maar in de omgeving blijkt op grond van potscherven en een neolithisch beeldje, al van bewoning in het Neolithicum (3500 v.Chr.).

Er is weinig bekend over de bewoning in de midden-helladische tijd (2000 – 1550 v.Chr.). Er moet wel een dorp hebben gestaan op de heuvel, maar er is pas sprake van een huis met de eigenschappen van een paleis in het begin van de laat-helladische periode (rond 1550 v.Chr.). Het echte eerste serieuze paleis en enkele verdedigingsmuren werden rond 1400 v.Chr. gebouwd. Een eeuw later werden de muren uitgebreid met het doel het middelste terras bij het paleis te betrekken.

Halverwege de 13e eeuw v.Chr. werd er na een hevige brand een nieuw imposant paleis gebouwd; tegelijkertijd werd het onderste terras ook bij het complex betrokken en met muren omheind. Momenteel zijn de muren in totaal ongeveer 725 m lang; de dikte varieert tussen de 4,5 en 17 m. De hoogte was oorspronkelijk zo’n 13 m, nu zien we daar nog ongeveer de helft van.

 

Na de verwoesting aan het einde van de 12e eeuw v.Chr. werd Tiryns niet volledig verlaten en de boeren in de omgeving bleven er wonen. Zij woonden toch al niet binnen de muren van de akropolis, want daar woonden alleen de heersende klasse (de koning en zijn familie, hoge ambtenaren en een groot deel van het leger).

In de geometrische periode (900 – 700 v.Chr.) werd een tempel op de plek van het megaron gebouwd. Verder gebeurde er niet veel bijzonders in Tiryns totdat men gevraagd werd onder Leonidas mee te vechten tegen de Perzen in 479 v.Chr. Tiryns deed mee met één contingent, net als Mycene.

Omdat de stad tijdens een bepaalde oorlog aan de zijde van Sparta stond en de Argiven (de inwoners van het nabijgelegen Argos) daar zeer verbolgen over waren, viel Argos Tiryns tien jaar later aan. De bewoners vluchtten naar een streek in de buurt van Porto Cheli (uiterste punt van de ‘duim van de Peloponnesus’).

hoofdpoort Tiryns anno 2014

foto © willem van leeuwen

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

A – helling

B – ingang naar de akropolis

C – hoofdpoort, vergelijkbaar met de Leeuwenpoort Mycene

D – tweede (kleinere) poort

E – binnenplaats met zuilengalerij

F – overdekte galerij in de oostkant

G – kazematten met een trap naar buiten

H – kleine uitgang aan de westkant

I – badkamer

J – megaron met bases van zuilen en vierkante haard

K – kleine megaron

L – middelste niveau

M – laagste niveau

N – werkplaatsen en opslagplaatsen

O – geheime doorgang naar een ondergrondse cisterne

 

De opgraving

Als je nu een bezoek aan de opgraving brengt zie je vooral de muren en de funderingen van het paleis en de verlenging van het lager gelegen deel. Je bereikt de ingang naar de akropolis (B) via een helling (A). Het is een helling en geen trap, waaruit de conclusie getrokken kan worden dat het vee, ook binnen de muren gehaald kon worden. Dat ging dan vervolgens naar rechts, naar het lagere deel van het complex

 

Als je binnen bent is er direct links een hoofdpoort (C) die leidt naar het bovenste paleis. Deze hoofdpoort vertoont grote gelijkenis met de ‘Leeuwenpoort’ van Mycene, zowel in ontwerp als afmeting. Hij zal dus ook waarschijnlijk rond 1250 v.Chr. gebouwd zijn. Helaas is er van deze hoofdpoort niet veel bewaard gebleven: alleen de drempel en de deurstijl, maar vermoedelijk heeft ook hier een driehoekige steen boven de ingang gezorgd voor draagkracht en stevigheid van het geheel. Voorbij een tweede poort (D) is een binnenplaats (E). Het is niet waarschijnlijk dat de doorgang gebruikt is als een dubbele poort; vermoedelijk dateren beide poorten uit verschillende periodes. De binnenplaats had een smalle zuilengalerij (met twaalf zuilen) aan de oostzijde. Achter de zuilengalerij zijn verschillende vierkante ruimtes (kazematten) die gebruikt werden bij aanvallen van de oostzijde (F), maar ze kunnen ook gediend hebben als opslagruimten. Aan de westzijde lag in de oudheid een moeras en de zee. Van die kant vreesde men geen aanval, maar aan de zuidkant van het complex zien we dezelfde kleine vierkante ruimtes als aan de oostzijde, die via een trap naar beneden en een overdekte corridor bereikt konden worden (G).

 

Deze overdekte galerijen behoren tot de interessantste bouwwerken uit de Myceense beschaving; ze werden ook gebruikt als opslagplaatsen, die vooral hun belang toonden tijdens belegeringen.

Het paleis zelf met het megaron (J) ligt op het hoogste punt van de akropolis. Om het te kunnen betreden via de centrale binnenplaats moest je langs verschillende wachtposten. Als je hier in de hoogtijdagen binnenkwam, werd je direct overdonderd door de enorme hoeveelheid pracht en praal, die de rijkdom van de vorst aangaven. Zowel de muren als de vloeren en zelfs sommige plafonds waren gedecoreerd. In het megaron stond de koninklijke troon. Delen van de fresco’s die de tand des tijds hebben overleefd zijn te bewonderen in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene. Daarop jagen een aantal honden op een wild zwijn, rijden vrouwen in een strijdwagen en lopen vrouwen in een processie. Naast de artistieke waarde van deze fresco’s zijn zij ook bijzonder omdat zij een beeld geven van het dagelijks leven van de aristocratie tijdens de Myceense beschaving.

 

In de troonzaal zie je nu de fundering van vier zuilen bij een haard; de troon stond aan de westzijde van de zaal. Boven de haard was een gat in het (platte) dak, waardoor de rook naar buiten kon. Dat gat was weer afgedekt met een andere overkapping, zodat het regenwater niet naar binnen kon. De resten van een muur van een jonger gebouw lopen dwars door het megaron.

Alle ruimtes in het paleis zijn met bijzondere zorg gebouwd, zoals bijvoorbeeld te zien is aan de badkamer (I) waarvan vloer bestaat uit één enkele steen (kalksteen), die enigszins schuin is aangebracht zodat het water via een ingenieus rioleringssysteem kan worden afgevoerd. De steen weegt ongeveer 20.000 kg. Dezelfde riolering zorgde ook voor de afvoer van regenwater. Vier afzonderlijke rioleringen zorgden voor de drainage van het gehele complex. Ten oosten van het grote megaron was een kleine binnenplaats, waaraan een klein megaron (K) – vermoedelijk eerder dan het grote – was gebouwd. Het kleine megaron had aan de voorkant een kleine binnenplaats die was omgeven door zuilengalerijen. Zoiets wordt een peristylehof genoemd. Het gehele paleis, inclusief alle appartementen, keek uit op de zee, die bereikt kon worden via een indrukwekkende trap die eindigt bij een kleine wachtpost (H). Het bovenste deel van de trap werd beschermd door een grote wachttoren en een flauwe, beschermende bocht in de buitenmuur. Als je nu bovenaan de trap staat, kun je je wellicht een beeld vormen van de sterkte van de burcht.

 

De doorgang in de muur aan de westzijde (H) was maar klein. Dat had als voordeel dat er maar een persoon tegelijk doorheen kon. Dus de verdedigers hadden er geen heel zware taak aan om de vijand buiten de deur te houden. En als het al lukte om door de kleine poort binnen te dringen, dan moest men de lange trap op, die vervolgens uitkwam bij een hoge toren. Ook die moest eerst gepasseerd worden om bij het megaron te kunnen komen. Het bovenste deel van de trap was verbonden met de toren via een houten brug die opgehaald kon worden. Hij kon echter ook, met aanvallers erop, naar beneden geklapt worden, wat resulteerde in een plotselinge val van ongeveer 7 m hoogte.

Sommige gebouwen hadden trappen aan de buitenkant, waardoor wel wordt verondersteld dat deze twee verdiepingen hadden. Maar de meeste historici zijn van mening dat de trappen louter bedoeld waren om de dakterrassen te kunnen bereiken.

Ook het middelste niveau (L) was bewoond, maar het vergt nog de nodige werkzaamheden van de archeologen om erachter te komen wat daar nou precies heeft gestaan. Sinds een paar jaar kan ook het laagste deel van het complex (M) bezocht worden. In het noordwesten zijn in de buitenmuur twee parallel lopende gangen gevonden die leidden naar ondergrondse cisternen (O) die buiten de muren lagen. Vermoedelijk bevonden zich hier ook werkplaatsen en opslagplaatsen (N).

Ook buiten de muren van de citadel zijn ruïnes van huizen en zelfs nog een megaron gevonden. Sommige van deze huizen zijn vermoedelijk zelfs ouder (2000-1550 v.Chr.) dan het grote megaron (1250 v.Chr.) Een tholostombe met een diameter van 8,5 m en een 13 m lange dromos liggen verscholen in de boomgaarden. De muren van de dromos waren ooit bekleed met onregelmatige kale stenen. De tholos dateert uit het einde van de Myceense periode (1150 v.Chr.) en is in de Romeinse periode gebruikt als werkplaats.

hoofdpoort Tiryns anno 2014

foto © willem van leeuwen

overdekte corridor Tirynsanno 2014

foto © willem van leeuwen

Tiryns, megaron anno 2014

foto © willem van leeuwen

Tiryns lage terras anno 2014

foto © willem van leeuwen

dromos vanuit de tholos tombe Tiryns

anno 2013

foto © willem van leeuwen

tholos tombe Tiryns met resten van Romeinse werkplaats anno 2013

foto © willem van leeuwen

In oktober 2013 is men direct ten noorden van het opgravingsterrein, buiten de hekken (op de hoek van de weg naar Korinthos en Athene en die van Nauplion naar Argos), opnieuw met opgravingen begonnen, omdat op vrij grote diepte skeletten zijn gevonden.

 

Het vervolg van de geschiedenis

Het lijkt erop dat het megaron na de verwoesting van de burcht, in de nadagen van de Myceense beschaving wel weer is opgebouwd en bewoond werd. Maar in de geometrische periode (900-700 v.Chr.) is er op de plek van het oorspronkelijke megaron een ander gebouw neergezet. Men vermoedt dat het een tempel is geweest, gewijd aan Hera. Toen de Argiven na de oorlog tegen de Perzen Tiryns opnieuw verwoestten, werd het cultusbeeld geconfisqueerd en overgebracht naar het Heraion van Argos.

Uit een inscriptie in een van de geheime doorgangen naar de ondergrondse cisternen (O) blijkt dat Zeus en Athena hier echter ook werden vereerd gedurende de beginjaren van de archaïsche tijd. Door de vondst van een terracotta beeldje van de godin, samen met inscripties op votiefgeschenken en op een krater (vat om wijn in te bewaren) wordt de Athena-verering nog waarschijnlijker.

 

Tiryns in het Archeologisch Museum van Nauplion

Je vindt het Archeologisch Museum van Nauplion aan het centrale plein in het centrum van de stad, Plateia Syntagma (het Plein van de Grondwet). Het museum is gehuisvest in een Venetiaans arsenaal, dat gebouwd is in de tweede Venetiaanse periode (1686-1715).

In het museum hoef je niet lang te zoeken naar de Myceense kunstschatten uit Tiryns en omgeving.

De collectie is chronologisch opgesteld en op de eerste verdieping vinden we vondsten uit het paleolithicum, het mesolithicum en het neolithicum, maar de aandacht gaat in dit geval vooral uit naar de helladische periode.

Voor het vasteland van Griekenland geldt de volgende chronologische indeling:

 

3000 – 2500 vroeg-helladisch 1

2500 – 2200 vroeg-helladisch 2

2200 – 2000 vroeg-helladisch 3

2000 – 1550 midden-helladisch

1550 – 1500 laat-helladisch 1

1500 – 1400 laat-helladisch 2

1400 – 1300 laat -helladisch 3 A

1300 – 1200 laat -helladisch 3 B

1200 – 1100 laat -helladisch 3 C

1100 – 900 periode van verval

terracotta 12e eeuw v.Chr. Tiryns

Archeologisch museum Nauplion

foto © willem van leeuwen

Snavelkan, 2700-2200 v.Chr. (lage gedeelte) Tiryns

Archeologisch museum Nauplion

foto © willem van leeuwen

Voor wat betreft Tiryns begin je met de objecten uit de vroeg Helladische periode. In het begin zie je

al vrij snel een unieke psykter, uit 2500 v.Chr. Het is een Griekse pot, die werd gebruikt om wijn koel te houden. De wijn werd in de psykter gedaan en vervolgens werd deze in een krater (wijde kom) met ijskoud water geplaatst. De snavelkan uit 2300 v.Chr. heeft een uitgesneden schenktuit die het toen ook al vervelende lekken voorkomt.

Daarnaast is er veel aardewerk te zien uit de hoogtijdagen van Mycene (1600 – 1100 v.Chr.), zoals een terracotta vrouwenbeeldje (vermoedelijk een godin) met opgeheven armen, afgeleid van de bekende ‘phi- en psi-beeldjes’.Zie voor een toelichting het hoofdstuk Griekse Beeldhouwkunst. Het beeldje is gevonden in een klein heiligdom in het laagste deel van de citadel van Tiryns en komt uit de 12e eeuw v.Chr. (het laatste deel van de Myceense periode). Het gezicht met de prominente neus en ronde ogen is bijzonder gedetailleerd weergegeven. De vrouw is versierd met een diadeem, halskettingen en armbanden, terwijl ook de kleding bijzondere details vertoont. Zoals gebruikelijk in die tijd werd de kleding versierd met gouden rozetten. Zij draagt het haar in drie losse vlechten die tot haar dijen komen.

Maar je vindt in dit museum ook Lineair B-tabletten en kleine delen van de muurschilderingen uit het paleis en terracotta rituele maskers uit de 7e eeuw v.Chr.

 

Tiryns in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene

Mycene is in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene ruim vertegenwoordigd, maar er zijn ook een paar interessante objecten uit Tiryns te bewonderen, waaronder de fresco’s die hierboven al zijn genoemd.

Bij het maken van een fresco ging men als volgt te werk. Een stenen muur werd eerst aangesmeerd met een mengsel van klei en stro. Vervolgens kwamen daar bovenop enkele kalklagen en een fijne afwerklaag. Terwijl de bovenste laag nog vochtig was, gebruikte de kunstenaar dunne twijgen en puntige voorwerpen om een schets van zijn werk aan te brengen. Er werd natuurlijk pigment gebruikt voor de schildering; men gebruikte meestal ijzer, dat een donkerrode kleur gaf, en gele okers. Van gebleekte kwarts met koperoxide en citroen werd blauw gemaakt. Het werk moest klaar zijn voordat de stuclaag droog was, want dan verbleekten de kleuren minder snel.

Hieronder een afbeelding van een vrouw tijdens een processie, links een reconstructie van het geheel en ernaast een detail van het origineel. Zij houdt een houten doos in haar handen.

 

Heracles

Omdat de Griekse held en halfgod Heracles aan Tiryns is verbonden (zijn moeder was de dochter van de koning van Tiryns) volgt hieronder een toelichting op hem en zijn twaalf opdrachten.

Hij is vooral bekend geworden in de mythologie vanwege zijn bovenmenselijke kracht, maar minder bekend is dat hij ook zeer menselijke karaktertrekken had. Zijn moeder was Alkmene, de dochter van de koning van Tiryns, en zijn vader Zeus. Dat Zeus een kind verwekte bij een sterfelijke vrouw, leverde vanzelfsprekend de jaloezie op van Hera: zij zou Heracles het zijn leven lang moeilijk maken.

Alkmene en haar echtgenoot Amphitryon werden vanuit Tiryns verbannen naar Thebe, omdat Amphitryon per ongeluk zijn schoonvader had gedood. Toen Amphitryon enkele dagen en nachten de stad Thebe uit was (om zijn vermoorde broers te wreken), nam Zeus de gedaante van hem aan en bracht de nacht door met Alkmene. En zij werd zwanger.

Heracles kreeg een tweelingbroer: Iphiclus, een echte zoon van Amphitryon. Wie van de twee van goddelijke afkomst was, bleek nadat de jaloerse Hera twee slangen naar de bedjes, waarin de kinderen, nauwelijks acht maanden oud, lagen te slapen, stuurde. Iphiclus begon onmiddellijk van angst te gillen en te huilen, maar Heracles pakte beide slangen en wurgde ze met zijn kleine handjes.

 

Eerder had Hera Heracles aan de borst gehad, maar de kleine jongen zoog zo hard aan haar tepel dat ze hem van de pijn wegduwde van haar borst. Op dat moment spoot de melk met zo’n kracht uit haar borst dat de Melkweg ontstond.

Als jongeling was Heracles – gelijk een halfgod – sterk, levendig, een beetje ongehoorzaam en buitengewoon sterk. Toen hij tijdens een wandeling bij een tweesprong kwam, wist hij niet welk pad te volgen. Een breed pad werd verderop smaller en een smal pad met doornstruiken aan het begin werd verderop breder. Op elk pad stond een vrouw die hem vroeg haar te volgen. De vrouw op het brede pad was Kakia (slechtheid) en zei: ‘Ik zal je heel gelukkig maken’ en op het smalle pad stond Arete (deugd) die hem zei: ‘Ik zorg ervoor dat de mensen je respecteren en je zult graag gezien worden’. Heracles besloot Arete te volgen en nam het smalle pad.

Zoals gezegd had hij ook minder goede eigenschappen. Afgunst en drift zorgden ervoor dat hij soms in enorme woede kon ontsteken en door zijn kracht had dat vaak vervelende gevolgen. Zo had de koning van Thebe hem zijn dochter Megara geschonken omdat Heracles de stad had geholpen de toenmalige vijand te verjagen. Het stel kreeg een aantal kinderen, maar Hera zorgde ervoor dat het geen gelukkig huwelijk was. Zo liet zij hem in een driftbui zes van zijn kinderen vermoorden. Toen Heracles weer bij zinnen was gekomen, raadpleegde hij het orakel van Delphi, dat hem opdroeg zich, als boetedoening, in dienst te stellen van Eurystheus, de toenmalige koning van Mycene en Tiryns. Eurystheus legde hem twaalf ogenschijnlijk onuitvoerbare taken op en alleen als Heracles de opdrachten met succes zou uitvoeren zou hij weer vrij van zonden zijn. Voor de geboorte van Heracles had Zeus bedacht dat Heracles koning van Mycene en Tiryns zou moeten worden, maar Hera was Zeus te slim af en het gebied kwam toe aan haar protegé Eurytheus.

Oorspronkelijk waren het tien opdrachten, maar twee werden niet meegerekend door Eurystheus omdat Heracles hulp had aanvaard van anderen. Dus de koning bedacht er nog twee bij. Zo werden het er twaalf.

 

Hier volgen de twaalf taken of werken van Heracles.

 

1. De leeuw van Nemea

De omgeving van Nemea werd geteisterd door een monsterlijke leeuw. De huid van het dier bleek bestand tegen verwondingen door metalen, houten en stenen wapens. Heracles spoorde het dier op en wurgde het met zijn blote handen. Hij bracht het kadaver naar Eurystheus maar die was er zo bang voor, dat hij zich in een grote kruik verstopte als Heracles langskwam en Heracles mocht de stad niet meer in. Hij vilde de leeuw en droeg daarna de huid als beschermende mantel.

2. De hydra van Lerna

Er zat een enorm veelkoppig monster (de Hydra) in het moeras bij Lerna. Met hulp van Athena vond Heracles de schuilplaats van het beest, maar telkens als hij een kop afhakte kwamen er twee nieuwe voor terug. Bovendien maakte Hera het hem lastig door een enorme kreeft op hem af te sturen. Heracles werd echter geholpen door zijn neef, de wagenmenner Iolaos. Nadat Heracles eerst de kreeft had uitgeschakeld, brandde Iolaos razendsnel de wond van de net afgehakte koppen dicht, zodat er geen nieuwe koppen ontstonden en de Hydra tenslotte werd gedood. Omdat Iolaos Heracles had geholpen wilde Eurystheus deze opdracht niet meetellen en bedacht hij er een andere voor in de plaats. (Zie ook noot 9.) Zo werden het er uiteindelijk meer dan tien.

3. De Ceryneïsche hinde

Een aan Artemis (godin van de jacht) gewijd hert met bronzen poten en een gouden gewei moest levend naar Mycene gebracht worden. Na een lange achtervolging lukte Heracles dat. Artemis vergaf Heracles deze daad omdat hij in opdracht van Eurystheus had gehandeld.

4. Het Erymanthische everzwijn

Dit dier leefde in het noorden van Arcadië en moest levend naar Mycene gebracht worden. Onderweg kreeg Heracles het aan de stok met enkele Centaurs, onder wie de wijze Chiron. Hij werd geraakt door een van Heracles’ pijlen die giftig waren omdat hij ze in het bloed van de Hydra had gedoopt. Chiron ging niet dood maar had wel veel pijn, tot verdriet van Heracles. Hij ving het dier door het een sneeuwheuvel in te jagen; hij bond de poten vast en bracht het naar Mycene.

5. De stallen van Augeias

De mest van het vee van de koning van Ilia in het noordwesten van de Peloponnesus was al jaren niet meer opgeruimd. Heracles kreeg de opdracht om het probleem op te lossen. Bij Augeias bedong hij een tiende deel van het vee als beloning. Heracles verlegde enkele rivieren die vervolgens het land en de stallen schoonspoelden. Augeias wilde hem echter niet betalen, omdat het werk in opdracht van Eurystheus was uitgevoerd en Eurystheus weigerde deze opdracht mee te tellen omdat Heracles in loondienst bij Augeias zou zijn geweest. Heracles zou het Augeias niet vergeven.

6. De Stymfalische vogels

Deze vogels in het noorden van Arcadië hadden veren met metalen punten waarmee ze op mensen schoten. Heracles kreeg van Hephaïstos (de god van het vuur en van de smeedkunst) een bronzen ratel waarmee hij de vogels verjaagde.

7. De Kretenzische stier

Koning Minos had deze stier eigenlijk aan Poseidon moeten offeren, maar kon het niet over zijn hart verkrijgen het dier te doden. Zijn vrouw werd zwanger van de stier en baarde de Minotaurus. Heracles ving de stier, bracht hem naar Tiryns en liet hem daar los. Later maakte het dier de omgeving van Marathon onveilig, waarop hij tenslotte door Theseus werd gedood.

8. De merries van Diomedes

De paarden van de koning van Thracië werden gevoerd met het vlees van de gasten van de koning. Eerst redde Heracles nog een van de gasten, Alcestes. Daarna ving hij de merries, voerde hij de wrede koning zelf aan de dieren, temde ze en liet ze tenslotte vrij in de omgeving van Mycene.

9. De gordel van de Amazone Hippolyte

Admete, de dochter van Euystheus had haar zinnen gezet op een bijzonder cadeau. Heracles zou de gordel van de koningin van de Amazonen (Hippolyte) moeten gaan halen in het noorden van Turkije. Onderweg beleefde Heracles de nodige avonturen en eenmaal aangekomen viel koningin Hippolyte voor de schoonheid van Heracles’ gespierde lichaam. Zij schonk hem onmiddellijk haar gordel, die ze nog had gekregen van haar vader Ares, de god van de oorlog. Maar Hera wist de bevolking op te hitsen en er ontstond een gevecht waarbij Heracles de koningin doodde, haar gordel roofde en vervolgens de bevolking uitschakelde. Op de terugweg beleefde Heracles opnieuw bijzondere avonturen, maar uiteindelijk werd de gordel door Eurystheus in ontvangst genomen en bewaard in het Heraion van Argos.

10. De runderen van Geryones

Nog voorbij de kust van Portugal lag het eiland Erythea, waar Geryones, een reus met drie bovenlichamen, drie hoofden en zes armen, koning was. Zijn prachtige runderen werden gehoed door een herder met een tweekoppige hond. Het lukte Heracles om Geryones uit te schakelen. Met slechts één pijl doorboorde hij de drie lichamen en verwondde en passant ook nog de toegesnelde Hera aan haar rechterborst. Met zijn knots had hij eerder al de herder en zijn hond uitgeschakeld. De terugreis verliep niet zonder problemen, maar eenmaal aangekomen in Mycene werden de runderen aan Hera geofferd.

11. De appels van de Hesperiden

Het doden van de Hydra van Lerna en de Augeiasstallen werden niet meegerekend in de tien opdrachten van Eurystheus, vandaar dat er nog twee opdrachten bijkwamen.

Hesperides waren de ‘avondmeisjes’ of ‘dochters van de avond’; het waren dochters van Atlas, degene die de wereld op zijn schouders droeg. In een tuin bewaakten de Hesperiden samen met een veelkoppige draak de gouden appels die Hera als huwelijksgeschenk aan Gaia (godin van de aarde) had gegeven. Het Griekse woord εσπεριδοειδή staat voor de verzamelnaam citrusvruchten.

Na heel wat avonturen en gezoek bereikte Heracles de tuin en wist Atlas ertoe te bewegen om hem de appels te geven. Heracles moest dan wel even de wereld van hem overnemen en hij deed dat. Toen Atlas de appels had gehaald wilde deze ze zelf wel naar Eurystheus brengen, want het beviel hem wel, zo zonder de last van de wereld op zijn schouders. Heracles stemde daarin toe, maar vroeg nog wel even om een kussen op zijn schouders. Atlas legde daarop de appels neer en nam weer even de wereld van Heracles over, die hem daar hartelijk voor bedankte, de appels opraapte en ermee verdween. Eenmaal aangekomen durfde Eurystheus de appels niet te accepteren. Heracles gaf ze aan Athena die ze weer naar de rechtmatige eigenaars terugbracht.

12. Het vangen van Cerberus

Heracles’ laatste opdracht was de moeilijkste. Hij moest namelijk naar de Hades om de waakhond die daar aan de poort zat op te halen. Eurystheus dacht daarmee voorgoed van Heracles verlost te zijn. Op zijn reis naar de onderwereld werd Heracles vergezeld door Athena en Hermes. In de onderwereld ontmoette hij heel wat schimmen en beleefde hij verschillende avonturen en kwam uiteindelijk bij Hades zelf, die aanvankelijk niet van plan was om Heracles zijn hond mee te geven, maar toch toegaf. Eurystheus kroop verder in zijn kruik en schonk Heracles zijn vrijheid toen hij met de driekoppige hond aankwam. Als dank bracht Heracles de hond weer terug naar de onderwereld.

 

Na deze twaalf opdrachten beleefde Heracles nog de nodige avonturen. Hij kreeg van Zeus onsterfelijkheid, verzoende zich met Hera en trouwde met Hebe, een van de wijnschenksters van de goden op de Olympus.

 

Combinatiemogelijkheden

Agia Triada heeft op de begraafplaats van het dorp een Byzantijns kerkje uit de 13e eeuw AD, waarvan de buitenmuren tot zekere hoogte gemaakt zijn van antiek metselwerk. Ook zijn er hier en daar antieke grafstenen ingevoegd. (Zie ook ‘Agia Triada, Oude Byzantijnse kerkjes’.)

 

Het Heraion van Argos was het archaïsche en klassieke religieuze centrum van Argos. De tempel is vermoedelijk gebouwd aan het einde van de 5e eeuw v.Chr. Hier woonden de priesteressen van Hera. Boven de tempel is de plek waar de helladische vorsten trouw zwoeren aan Agamemnon voor zij naar Troje voeren. (Zie ook ‘Heraion van Argos’.)

 

Midea en Dendra liggen ook in de buurt van Tiryns. Daar vinden we respectievelijk de restanten van een akropolis en enkele zeer bijzondere tholostombes. (Zie ook ‘Midea en Dendra’.)

 

Tenslotte kun je Tiryns uitstekend combineren met Mycene, alleen zal het daar veel drukker zijn. En wil je alleen Tiryns doen en zien wat er zoal gevonden is, combineer een bezoek aan de opgraving dan met een bezoek aan het archeologisch museum in Nauplion.

 

reconstructietekening van een fresco uit Tiryns, rechts een origineel detail 13e eeuw v.Chr.

Nat. Arch. Museum Athene

Heracles aan de schoonmaak voor Augeias, gevolgd door Athena, metope Zeustempel Olympia

museum bij opgraving in Olympia

foto © willem van leeuwen

Metope van de Zeustempel in Olympia, Atlas geeft Heracles de appels, Athena kijkt toe

museum bij opgraving in Olympia

foto © willem van leeuwen

Copyright © All Rights Reserved