Tripoli & Astros

ouzo on the rocks

apartment, excursions and art historical guide

Peloponnese, Greece

Tripoli 37°30'46.9"N 22°22'27.9"E (archeologisch museum, centrum)

Platanos 37°19'24.8"N 22°39'24.0"E (parkeerplaats)

Kastanitsa 37°15'44.8"N 22°39'00.0"E (parkeergelegenheid)

Astros 37°24'15.9"N 22°43'23.0"E (Plateia, centrum)

Dit hoofdstuk beschrijft een rondrit van Nafplion via Tripoli, Platanos en Kastanitsa naar Astros en vervolgens Paralia Astros. Vogelliefhebbers kunnen hun hart ophalen in een beschermd natuurgebied even voorbij Astros (op de weg naar het zuidelijker gelegen Leonidio). Trek voor deze trip een hele dag uit. Er valt genoeg te zien en er zijn voldoende gelegenheden om uit de auto te stappen en de benen te strekken. Heb je tijd over, rijd dan door naar het nog zuidelijker gelegen Kosmas en keer terug via de weg van Leonidio naar Argos en Nafplion. Kosmas en Leonidio worden hier niet beschreven, maar zijn zeker een bezoek waard en onderweg kun je genieten van prachtige vergezichten en natuurschoon.

Rijd vanuit Nafplion via Nea Kios en Mili naar Kiveri. Voor Kiveri sla je rechts af, richting Tripoli. Na een paar kilometer (voorbij het slechte restaurant Artamis en een verlaten tankstation) kom je op de weg die in de Griekse volksmond de 'kontenbonker' (kolossourti) wordt genoemd, vanwege de vele gaten en kuilen die deze slingerweg vroeger had. Het eerste deel ervan heeft nu nog verschillende haarspeldbochten; de kuilen zijn grotendeels verdwenen. Vlak voor het hoogste punt staan (rechts) een paar gedenkhuisjes langs de weg, waar je even kunt stoppen voor een (vooral bij helder weer) schitterend uitzicht over de hele Golf van Argolida. Vervolgens rijd je via de dorpjes Agiorgitika en Steno, naar Tripoli, de stad in het hart van de Peloponnesus, de hoofdstad van de provincie Arcadia. Als je niet de slingerweg wilt nemen, kun je ook even ten noorden van Argos, bij Sterna de tolweg nemen die van Korinthos via Tripoli naar Kalamata loopt. Beide tochten naar Tripoli nemen ongeveer een uur in beslag. Tripoli ligt op een hoogvlakte (660 m) en heeft ongeveer 33.000 inwoners (2011).

 

De geschiedenis van Tripoli

Tripoli komt niet voor in de boeken van Pausanias. Het is dan ook een relatief jonge nederzetting, die pas in de 14e eeuw van enige omvang was, en eigenlijk alleen belangrijk is geworden doordat de Ottomanen er het administratieve centrum van de Peloponnesus van hebben gemaakt. Zij hebben de stad vernoemd naar de drie toen al vergane antieke steden in de buurt, Tegea, Mantineia en Palantio. want Tripoli betekent ….

Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog was Tripoli van strategisch belang en in september 1821 veroverden de troepen onder aanvoering van Kolokotronis de stad. Bij de strijd vielen 8000 Ottomaanse doden en 300 Grieken. Kolokotronis werd rijk van de plunderingen na de slachtpartij. Maar een paar jaar daarna, in 1825, viel de stad weer in handen van Ibrahim Pasha, een Egyptische prins die de Ottomanen met een leger van 17.000 soldaten te hulp was geschoten. Toen Ibrahim in 1828 definitief werd verdreven, brandde hij eerst de stad helemaal plat. Geen wonder dus dat er geen echt oude gebouwen staan en de stad een beetje saai overkomt. In 1834 is men begonnen met de herbouw van de stad.

 

Modern Tripoli

In het centrum van Tripoli ligt het Areos Plein, met het beeld van Kolokotronis te paard, het gerechtsgebouw en een park. In 2013 is de binnenstad voetgangersgebied geworden. Je vindt er veel bars en terrassen en een paar neo-classicistische gebouwen. Aan de zuidkant van het voetgangersgebied loopt een doorgaande weg van de oostkant naar de westkant (en weer terug) van de stad langs drie levendige pleinen en een grote kerk (Agios Vasileios).

Tripoli heeft een klein archeologisch museum, dat is gehuisvest in een gebouw dat ontworpen is door Ernst Ziller. Het diende eerst als ziekenhuis, maar is in de periode 1980-1986 verbouwd tot museum. In 1986 is het heropend door de toenmalige minister van Cultuur, Melina Merkouri. De collectie bevat vondsten uit de prehistorie, maar ook uit de Myceense beschaving en de Romeinse periode (vazen, beelden, potten en wapens) uit heel Arcadia. Je vindt het museum aan de Evangelistriasstraat 8. De openingstijden zijn van 08.30 tot 15.00 uur, op maandag is het gesloten.

 

Platanos

Verlaat Tripoli via de snelweg naar Kalamata en neem direct de eerste afslag (de oude weg naar Sparta). Na ongeveer een kilometer is er een benzinepomp (Jet Oil) annex bric-à-brac. Leuk voor een korte stop om even te neuzen tussen de spullen (Griekse huisraad) afkomstig van grootouders' zolders. Daarna vervolg je de weg langs Episkopi en Tegea (Alea) in de richting van Mesorachi, Kastri, Elatos en Agios Petros. Houd voorbij Agios Petros links aan, de weg naar Agios Ioannis en Oreini Melighou. Vervolgens leiden de borden 'Platanos' je naar de volgende stop. Platanos ligt in een quasi Oostenrijkse omgeving, met donkere sparrenbossen en grote kastanjebomen. Probeer je auto te parkeren aan het begin van het dorp of rijd naar beneden (door het dorp) naar een grote parkeerplaats. Van het water dat uit de bron op het pleintje komt, zegt men dat het erg gezond is. Hier is verder niet veel anders te doen dan een wandelingetje te maken door dit bergdorpje en te genieten van de schone lucht.

 

Kastanitsa

Na Platanos gaat het in zuidelijke richting naar het dorpje Kastanitsa. De naam verwijst naar de vele kastanjebomen in de omgeving. In oktober vinden hier de jaarlijkse Kastanjefeesten plaats. De inwoners maken dan allerlei gerechten waarin kastanjes zijn verwerkt. Je kunt er dan natuurlijk ook kastanjes en andere streekproducten (honing en noten) kopen. Je kunt het beste de auto aan het begin van het dorp parkeren en te voet het dorp verkennen. Op het centrale pleintje zijn twee goede taveernes. De huizen hebben opvallend dikke muren, prachtige houten raamsponningen en daken van leisteen dat, in tegenstelling tot terracotta dakpannen, vrijwel geen water opneemt en daarom beter bestand is tegen vorst. Het kan 's winters erg koud zijn in alle berggebieden van de Peloponnesus. In het noorden vind je zelfs pistes waar geskied en gesnowboard wordt.

 

Geschiedenis van Kastanitsa

Kastanitsa ligt in het Parnongebergte. Het dorp komt voor het eerst in de geschiedenis voor rond 1293 met de vermelding van een aanval op een Byzantijns paleis door Frankische kruisridders. Maar vermoedelijk is het dorpje twee eeuwen eerder gesticht door Tsakones, die op de vlucht waren voor de Slavische stammen die de Peloponnesus vanuit het noorden binnendrongen. In 1788 kreeg Kastanitsa bezoek van de Franse toerist Villehouin. Hij noteerde dat het dorp 400 huizen telde. Twintig jaar later schreef een andere bezoekende toerist, de Engelsman Leake, dat Kastanitsa eens een belangrijke stad moet zijn geweest. In 1826, tijdens de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog, brandde de Ottomaanse veldheer Ibrahim Pasha het dorp volledig plat voordat het door de Grieken bevrijd kon worden. Momenteel telt Kastanitsa slechts 200 huizen, waarvan er ongeveer 50 permanent bewoond worden.

 

Tsakonië

Tsakonië, de streek waar Tsakonisch wordt gesproken (naast het Grieks), loopt grofweg vanaf Aghios Andreas (even ten zuiden van Astros) tot aan Tyros en Leonidio in het zuiden en Kastanitsa landinwaarts. De Tsakones kwamen, zoals gezegd, hier terecht omdat ze uit noordelijker streken werden verdreven. In de geschiedenis was Prastos ooit de belangrijkste en welvarendste stad van Tsakonië, omdat het bepaalde handelsrechten had gekregen van Constantinopel. Maar zoals veel dorpen en steden in deze buurt werd Prastros volledig verwoest door Ibrahim Pasha in 1826. De bevolking vluchtte naar Astros en Leonidio.

Momenteel laat Prastros – naast de voor de streek kenmerkende huizen – nog ruïnes zien van wat eens bisschoppelijke paleizen waren. Het aantal mensen dat nog Tsakonisch spreekt, loopt hard terug. Men probeert met culturele evenementen en privé-onderwijs de taal levend te houden. Nog slechts 300, veelal oudere, mensen spreken het actief en ongeveer 2000 mensen verstaan de taal, die overigens is afgeleid van het Dorisch en wel iets, maar niet zo veel gemeen heeft met het Nieuwgrieks. Het Tsakonisch heeft in de loop van de tijd wel veel leenwoorden overgenomen uit het Albanees en het Turks.

 

Astros

Na de dorpjes Platanos, Kastanitsa en eventueel Prastros vervolgen we de weg naar Astros en Paralia Astros. In Astros zelf is niet veel te beleven. Er is een plein met resten van een amfitheater en enkele supermarkten en een pinautomaat, maar dan heb je het wel gehad. Het archeologisch museum krijgt op internet één ster. Dat zegt genoeg. In de buurt van Astros is echter genoeg te beleven en te zien.

In de geschiedenis speelde Astros alleen in 1823 een kleine, maar niet geheel onbelangrijke rol. De Tweede Nationale Assemblee kwam hier bijeen om een nieuwe grondwet vast te stellen. Daarin werden de rechten van de mens, en het recht op privé-eigendom werden geregeld, naast persvrijheid en de afschaffing van slavernij. Die nieuwe grondwet gold niet alleen voor Grieken, maar voor iedereen op het grondgebied van Griekenland. De in de Onafhankelijkheidsstrijd gevormde lokale regeringen werden afgeschaft, alhoewel zij nog wel administratieve eenheden bleven. Tenslotte werd het kiesrecht aangepast, stemrecht zou vanaf dan toekomen aan mannen van 25 jaar en ouder (en niet langer aan senioren en notabelen).

 

Loukous klooster

In het Loukous klooster, (37°24'47.9"N 22°41'01.5"E, ingang klooster) ten westen van Astros, woont nog een tiental nonnen. Het klooster stamt uit de 12e eeuw en heeft een prachtige tuin. Om binnen te komen moet je aanbellen, want het hek is altijd gesloten. Een vriendelijke non neemt je dan mee naar de ontvangstruimte, waar je water en zoetigheid krijgt aangeboden. Men verlangt daarvoor geen financiële vergoeding, maar het wordt wel op prijs gesteld als je iets uit het ‘kloosterwinkeltje’ koopt. In de Venetiaanse periode (17e en 18e eeuw) woonden er kapucijnermonniken in dit klooster, maar momenteel is het een nonnenklooster dat gewijd is aan de Metamorfosi Sotiriou (transfiguratie van de Verlosser). In het een boekje over de geschiedenis van het klooster (te koop in het winkeltje) staat te lezen dat het vermoedelijk is gebouwd op de plek waar eens de tempel van Polemocratos (de kleinzoon van Asclepius) heeft gestaan. Bij de bouw van het kerkje is gebruik gemaakt van de resten van de tempel, maar ook van wat men kon gebruiken van de aan de overkant van de weg gelegen villa van Herodus Atticus. In de muren van de kerk kun je de grote, witte marmeren blokken gemakkelijk herkennen. Ook de versieringen in de tuin zijn afkomstig van de villa, en veel van het marmer van de villa is fijn gemalen om te worden gebruikt in het stucwerk van de onderkomens voor de nonnen. Omdat Ibrahim Pasha ook hier heeft huisgehouden in 1826 heeft de kloosterkerk geen voorportaal meer. Ongebruikelijk aan het kerkje zijn de hoge koepel en de vier pilaren die de koepel ondersteunen. Binnen zijn nog een paar mooie fresco's uit de 17e eeuw te zien, een vloermozaïek en het houtsnijwerk van de iconostase.

Daniël Koster schrijft in zijn 'Athene en de Peloponnesus' dat de naam 'Loukous' afgeleid zou kunnen zijn van het Latijnse woord lucus, dat heilig bos betekent en de plek dus vernoemd is naar een Oud-Griekse 'altis' (heilig bos; zie het hoofdstuk 'Ilia en Olympia').

De openingstijden zijn bij de Griekse kloosters verschillend, maar meestal kun je er terecht van 09.00 tot 13.00 uur en van 16.00 tot 18.00 uur. Sommige kloosters zijn op maandag of op vrijdag gesloten.

 

Villa van Herodus Atticus

Tijdens het bezoek van de eerdergenoemde Engelse toerist Leake, begin 19e eeuw, was van de villa van Herodus Atticus niet veel meer over dan wat stenen en funderingen. Veel was al gebruikt voor de bouw van de kerk in het Loukous klooster. Dat de gevonden kunstvoorwerpen goed bewaard zijn gebleven, is te danken aan een enorme aardverschuiving die in de 3e of 4e eeuw de villa voor een groot deel bedekte met een dikke laag rode klei. De villa is (nog) niet toegankelijk voor het publiek, maar je kunt een kijkje nemen vanachter het hek. En het mooie van Google Earth is dat je je met je computer of tablet en de hier vermelde coördinaten een goed beeld kunt vormen van de plattegrond van het complex. Op de foto hieronder kun je zien dat de villa bestond uit een langwerpig deel (in het midden van de foto), het zogenaamde peristylhof. Dit is een binnentuin die aan drie zijden wordt omgeven door een zuilengalerij met vertrekken of losse gebouwen. De vloeren van deze galerijen of stoa's waren bedekt met mozaïeken. Het hart van de villa is ongeveer 80 bij 32 meter. In de binnentuin stonden meerdere beelden, en een kunstmatig riviertje maakte van de binnentuin een eiland dat alleen bereikt kon worden met verplaatsbare bruggetjes. Het water werd aangevoerd vanuit het nymphaeum dat aan de vierde zijde lag. Archeologen zijn het erover eens dat de villa een van de belangrijkste vondsten in Griekenland is uit de Romeinse keizertijd. Dit komt door de grootte van de villa en de enorm kostbare versieringen (beelden en vloermozaïeken) en materialen die gebruikt zijn bij de bouw. De villa werd volgens sommige wetenschappers 'opgeleverd' aan het eind van de regeerperiode van Hadrianus (rond 138), terwijl anderen de villa dateren op het jaar 150. Het hele complex bestaat uit meerdere gebouwen. Het is eigenlijk een kleine stad, die gebouwd is volgens de toen heersende traditie van stedenbouw. Maar het is ook een architectonische knipoog naar de villa van Hadrianus in het Italiaanse Tivoli.

Herodus Atticus was een groot bewonderaar van keizer Hadrianus en toonde hiermee zijn dankbaarheid voor de vele voorrechten die hij van de keizer had gekregen. De vader van Herodus moet hier overigens al een kleine villa hebben gehad van waaruit hij zijn financiële zaken op de Peloponnesus regelde. Herodus besloot die villa wat uit te breiden en te vergroten, nadat zijn vader was overleden en hij zijn fortuin erfde.

Aan de noordkant van de villa is een basiliek waar nog meer kunstwerken en religieuze beelden zijn gevonden; hier werden de gasten ontvangen die zich vervolgens konden verfrissen in de ernaast gelegen thermen. Aan de zuidkant zijn nog te onderscheiden een tempel-graf van Antinoös, enkele baden en een achthoekig gebouw en aan de westkant een tweede nymphaeum met daarachter nog een basiliek.

Het vruchtbare land leverde Herodus nog een aardig kapitaal op door de verkoop van wijn en olijfolie. Dit geld investeerde hij in kunst, waardoor de villa veranderde in een museum met Hellenistische en Romeinse kunst.

 

Op Youtube is een 8 minuten durende documentaire te zien over de opgraving:

https://www.youtube.com/watch?v=jqQFyaLRWEY

 

De in de villa gevonden beelden en mozaïeken worden bewaard en tentoongesteld in het al jaren gesloten museum van Astros en (het geopende) van Tripoli. Overigens blijkt een van de opgeslagen beelden in de kelders van het museum in Astros een beeld van de Akropolis in Athene te zijn. Herodus nam het beeld mee en zette het in zijn villa. Je vraagt je af waarom het niet tentoongesteld wordt in het nieuwe Akropolismuseum.

In het Nationaal Archeologisch Museum in Athene staan ook enkele beelden uit de villa. Dat Herodus een verwoed verzamelaar was die er niet voor schroomde kunstwerken van hun oorspronkelijke plaats mee te nemen naar zijn villa, blijkt ook uit de grafsteen met namen van gesneuvelde soldaten van de Slag bij Marathon (die plaatsvond in september 490 v.Chr.).

 

Vlak bij de villa en het Loukous klooster ligt een aquaduct uit de Romeinse periode. Het opvallende aan dit bouwwerk is, dat het met een enorme druipsteenachtige kalklaag is bekleed. Vermoedelijk zorgde het aquaduct voor de watertoevoer naar de villa. Een ander aardig bouwwerk is (via een kleine omweg) te vinden bij het iets zuidelijker gelegen Agios Andreas. Op de weg van Astros naar Leonidio sla je bij Agios Andreas linksaf in de richting van de zee. Aan de weg die langs en over een droge rivierbedding gaat, staat een mooie boogbrug uit de Ottomaanse periode.

 

Paralia Astros

Wanneer je van Agios Andreas terugrijdt naar Astros, kom je aan de zeekant bij een aan een mooi meer gelegen parkeerplaats (37.384928, 22.743768), waar je even kunt uitstappen om van het natuurschoon te genieten. Het meer heet Limni Moustous en verwijst naar most, het resultaat van de eerste persing van druiven. Waarom dit meer zo heet, is niet duidelijk. Misschien verwijst het naar de kleur van druivensap, maar aannemelijk is dat niet. Vanaf de parkeerplaats kun je genieten van tal van watervogels. Er staan borden met afbeeldingen van de vogels die hier voorkomen en er loopt een wandelpad langs het meer en langs een stroompje naar de zee. Aan het wandelpad vind je ook een houten observatiepost. Het is een beschermd natuurgebied dat bekend is onder de naam Ygroviotopos Moustou.

 

Vervolgens rijd je via de kustweg verder naar het noorden, richting Argos. Na een paar kilometer komt er een afslag naar Paralía Astros (Astros Beach), waar veel inwoners uit Tripoli de zomer doorbrengen. Het is een echte badplaats met een boulevard waar het in het hoogseizoen (vooral in de weekends) gezellig druk kan zijn. Je komt hier dan voornamelijk Griekse vakantiegangers tegen.

Parkeer je auto aan het begin van het stadje op een van de grasveldjes links van de weg en loop in de richting van de zee. Je komt vanzelf op de boulevard, waar een paar goede visrestaurants zijn. In het parallelstraatje voor de boulevard kun je de beste pita gyros scoren.

Het haventje wordt momenteel flink onder handen genomen, zodat hier in de toekomst ook plezierjachten en zeilboten kunnen aanleggen. Wanneer je op de boulevard naar links gaat, kom je uiteindelijk bij een klein modern amfitheater, waarin in de zomermaanden culturele evenementen plaatsvinden. Voorbij het theater loopt een pad omhoog naar een kapelletje en een vuurtoren; je hebt daar een mooi uitzicht op de zee. Dit deel van Paralia Astros wordt 'Nissi' genoemd omdat het vroeger een eiland is geweest. Het Griekse woord voor eiland is nisi (νησί). Helemaal boven op de top van de heuvel staat de oude burcht van Paralia Astros, die ook wel 'het kasteel van Zafeiropouloi' wordt genoemd, naar drie broers die in het buitenland rijk geworden waren, maar naar hun geboortestreek terugkwamen om deel te nemen aan de Onafhankelijkheidsoorlog. Zij bouwden in de burcht drie huizen. Oorspronkelijk is de burcht in 1256 aangelegd in opdracht van de Frankische kruisridder Guillaume II de Villehardouin. Later noemden de Venetianen de burcht 'Castello della Estella'. Er is niet veel meer van over, maar alleen al het uitzicht maakt de moeite van een korte wandeling meer dan waard.

Verlaten pand (detail) in Tripoli

foto © willem van leeuwen

Bij de parkeerplaats in Platanos

foto © willem van leeuwen

zoals het water van Platanos,

zul je nergens anders vinden

met één slok heb je geen dokter nodig,

met twee win je de wedstrijd

Prastros, kerkje met dak van leisteen

foto © willem van leeuwen

Tsakonisch en Nieuw Grieks: Onze taal is het Tsakonisch, vraag het ons om tegen u te spreken (foto internet)

Kloosterkerk van het Loukous klooster

foto © willem van leeuwen

Villa van Herodus Atticus bij Loukous klooster

37°24'57.7"N 22°41'05.6"E

Google Earth

Aquaduct bij het Loukousklooster en de villa van Herodus Atticus 37°24'43.9"N 22°40'59.1"E

foto © willem van leeuwen

Boogbrug bij Agios Andreas over de Vrasiatis rivier 37°21'17.5"N 22°46'00.5"E

foto © willem van leeuwen

Copyright © All Rights Reserved